De ambtenaar is een verlengstuk

Minister Donner (Justitie) wil geen kritiek op zijn beleid. Maar dat is op zich geen reden een ambtenaar te ontslaan, zei de minister. Een deel van de Kamer dacht daar anders over.

Mag een ambtenaar kritiek hebben op het beleid en kan dat reden zijn tot ontslag? Op beide vragen antwoordde minister Donner (Justitie) gisteren in een debat met de Tweede Kamer over de twee op non-actief gestelde gevangenisdirecteuren na enig aarzelen ontkennend, maar hij wist de Kamer niet helemaal te overtuigen.

Het was niet voor het eerst dat Donner onder vuur lag in de Kamer. Eerder al riep de Kamer hem ter verantwoording over een schijnbaar verschil van mening met procureur-generaal De Wijkerslooth over de aanpak van zware criminaliteit. Donner ontkende toen een verschil van mening te hebben. En onlangs nog brak de Kamer een debat over de identificatieplicht met de minister af omdat deze niet goed geïnformeerd bleek te zijn, maar dat niet wilde erkennen.

Vanuit de coalitie klinkt vooralsnog weinig kritiek op de minister, maar anders is het bij de oppositie. PvdA'er Wolfson zei gisteren dat het wel erg veel incidenten aan het worden zijn. ,,Daar moeten we afzonderlijk nog eens een debat met hem over voeren.'' Voor Donner mag dat na twee jaar van betrekkelijke rust een noviteit zijn, zijn voorgangers Korthals en Sorgdrager werden om de haverklap naar de Kamer gehaald voor incidenten. Justitie staat dan ook bekend als `bananenschil-portefeuille'.

Kamerlid Vos (GroenLinks) had tijdens het vragenuurtje vraagtekens geplaatst bij de berichten die Justitie na het uitlekken van het nieuws van het ontslag van de twee directeuren, Van Huet en Boeij, had doen uitgaan. Een persbericht van Justitie met de kop `Kritiek geen reden voor ontslag' werd ingehaald door een brief aan Van Huet die in deze krant werd geciteerd. Daarin kwam naar voren dat kritiek op het beleid juist wel de enige reden van ontslag was. Vos betichtte Donner van ,,regentesk'' gedrag en vroeg zich af of hij de vrijheid van meningsuiting van ambtenaren wilde beperken.

Dat had de Kamer helemaal verkeerd gezien, zo betoogde Donner gisteren. Druk gebarend legde een zichtbaar geagiteerde Donner uit wat er dan wél gebeurd was met Van Huet en Boeij. Omdat Van Huet zelf de pers gezocht heeft, wilde Donner alleen ingaan op diens specifieke situatie. Van Huet was naast gevangenisdirecteur ook voorzitter van de vereniging van gevangenisdirecteuren, ,,een vakbondsachtige functie'', zoals D66-leider Dittrich het omschreef, en juist daarbij ging het mis. Van Huet had een `pettenprobleem', suggereerde Donner. ,,De afgelopen jaren hebben we in meerdere gesprekken aan Van Huet duidelijk gemaakt dat helder moet zijn vanuit welke functie hij spreekt. In mei 2003 is dat zelfs schriftelijk vastgelegd'', zei Donner. Maar Van Huet bleef doorgaan met ,,het stelselmatig schenden van het vertrouwen'', zodat in november vorig jaar uiteindelijk ,,een vertrouwensbreuk'' ontstond.

Daar komt bij dat een gevangenisdirecteur in eerste instantie een ambtenaar is, en eventueel een vakbondsfunctie kan hebben, meent de minister. ,,Ambtenaren hebben geen afstand te nemen van het beleid, dat is het karakter van een ambtenaar. Eén- en andermaal is dit in deze Kamer besproken. Dit beginsel zal de Kamer zonder meer moeten onderschrijven als ze wil vasthouden aan het primaat van de politiek.'' Bovendien , zo zei Donner, zijn uitvoerende ambtenaren ,,in feite het verlengstuk van de minister''. Donner beklemtoonde vakbonden niet monddood te willen maken. ,,Maar op een gegeven moment is óók de vakbondsfunctie voor een functionerend ambtenaar een nevenfunctie. In die zin mag dat functioneren de hoofdfunctie niet in gevaar brengen'', zo hield Donner Vos voor. Ruimte voor kritiek op de reorganisatie van het gevangeniswezen was er intern genoeg geweest, zei de minister.

Vos had vragen gesteld over uitlatingen van Donner maandagmorgen in het Radio 1 Journaal, waarin hij reageerde op het nieuws van het `ontslag' van de directeuren. Volgens Vos had Donner daar gezegd dat kritiek geen reden voor ontslag kan zijn. Donner zei maandagmorgen letterlijk: ,,Het kan dat er kritiek is. Maar één ding kan ik niet hebben en dat is dat er willekeurig, als er een podium is of een microfoon, dat er dan maar geroepen wordt dat het allemaal niet deugt. (...) Het is dus geen kwestie van ontslag. (...) Kritiek kan, maar zeker bij leidinggevenden geldt dat als er een koers is uitgezet, dan moet hij ook meegemaakt worden.''

Zowel op de radio als in het debat liet Donner duidelijk merken dat de vrijheid van meningsuiting van ambtenaren wat hem betreft beperkt is. Daar waren diverse fracties niet blij mee. Naast Vos wilden ook de Kamerleden Dittrich (D66), Straub (PvdA), Eerdmans (LPF) en De Wit (SP) weten wat Donner nu precies had bedoeld met zijn uitlatingen. Dittrich zei het acceptabel te vinden als ambtenaren afstand nemen van het beleid, zeker als dat beleid nog in ontwikkeling is. Straub zei dat hij de brief aan Van Huet ,,intimiderend'' vond, en dat het antwoord van Donner dat erger had gemaakt.

Donner hield staande dat hij misschien in de beeldvorming verschillende uitlatingen had gedaan, maar inhoudelijk steeds hetzelfde had bedoeld: kritiek mag, maar een opeenstapeling van kritiek op reeds ingezet beleid niet. DDA en VVD mengden zich niet in het debat.