Boeken

Deze week zal mijn boekenbezit weer met drie, vier boeken vermeerderd worden. Het boekenweekgeschenk, en alles wat daarbij hoort, vormt nu eenmaal een fuik waaraan moeilijk te ontkomen valt.

Vroeger had ik daar geen problemen mee, maar de laatste tijd stel ik me als boekenkoper steeds vaker de tamelijk existentiële vraag: waar is dit alles goed voor? Ga ik het ook allemaal lezen? Nee, eerlijk gezegd. De boekenkoper is een vreemd wezen. Hij koopt soms voor veel geld een boek dat hij thuis na twee pagina's voor eeuwig dichtslaat.

Waarom, dat weet hij niet altijd precies. Iets in de stijl van de schrijver irriteert hem vaag, hij struikelt al meteen over een slechte dialoog of een ongeloofwaardig personage. Misschien was hij voor dit boek op dat moment niet in de goede stemming. Daarna begint het zelfbedrog. Hij zet het ergens in de overvolle boekenkast met het halfhartige voornemen: als ik zin heb, begin ik er weer aan. Nooit dus.

Maar stel dat ik ze wél lees, al die aangekochte boeken, waarom zou ik ze dan allemaal moeten bewaren? Zeker, ik ruim wel eens wat op, zij het altijd met een beetje bloedend hart. Antiquariaten geven er bijna niets meer voor, en een boek bij het vuilnis zetten, dat is toch een soort misdrijf.

Voor elk boek dat ik wegdoe, komen er drie nieuwe terug dus dat schiet niet op. Mijn kleine huis puilt uit van de boeken. Elke kamer heeft een boekenkast waarin de boeken in dubbele rijen geparkeerd staan. Veel van die boeken heb ik al dertig, veertig jaar in mijn bezit. In de meeste heb ik na de eerste lezing zelfs nooit meer een blik geworpen.

Ze staan daar maar te vergelen en stof te verzamelen. Ik bewaar sommige vooral uit loyaliteit aan een dierbare leeservaring. Maar zó ondergaan die boeken dat helemaal niet, die denken: waarom kijkt hij nooit meer naar ons om, wat hebben wij fout gedaan?

Heus, boeken, het ligt lang niet altijd aan jullie zelf. Sommige van jullie heb ik echt práchtig gevonden. Maar na één keer wist ik het wel, ik wilde verder, er was nog zoveel te lezen. Goed, er zijn ook de nodige zwakke broeders onder jullie, maar die heb ik bewaard uit eerbied voor de schrijver die eerder zoveel moois had gemaakt.

Mijn twijfels over mijn gedrag als boekenbezitter hebben ook met de leeftijd te maken. In je jonge jaren koop en bewaar je veel boeken met het oog op een verre toekomst. Je hebt er nu even geen tijd voor, maar straks ga je de héle Proust, de héle Multatuli en de héle Russische bibliotheek (her)lezen. Wat je dan nog niet weet, is dat je smaak op onderdelen langzaam maar zeker zal veranderen. De fictie bijvoorbeeld raakt wat op de achtergrond, ze moet al briljant zijn wil ze je nog overuigen.

Lopend langs mijn boeken betrap ik me steeds vaker op de gedachte: waarom doe ik jullie eigenlijk niet allemaal weg? Als ik jullie nodig heb, haal ik je wel uit de bibliotheek. Het scheelt een hoop ruimte en stof.

Natuuurlijk, een páár mogen er best blijven. Laat ik eens kijken. Wat zou ik van Elsschot willen wegdoen, van Nescio, Hermans, Salinger, Updike...

Nou ja, morgen zie ik wel verder.