Bedrijven akkoord over kopieerkosten

Er is een akkoord bereikt over een `kopieerheffing' tussen het bedrijfsleven, het ministerie van Justitie, het Nederlands Uitgeversverbond en de stichting Reprorecht. Volgens het akkoord zal de stichting, die de kopieerheffing int, zo'n 15 miljoen euro per jaar van het bedrijfsleven ontvangen. De uitkomst is een tegenvaller voor het Nederlands Uitgeversverbond, dat aanvankelijk op 80 miljoen euro rekende.

Met het akkoord komt een einde aan maandenlange discussies tussen het bedrijfsleven en de stichting. Sinds 1 februari 2003 moeten alle bedrijven in Nederland een vergoeding betalen aan de Stichting Reprorecht voor het maken van fotokopieën van werk dat auteursrechtelijk beschermd is. Het gaat om kopieën uit boeken, kranten, tijdschriften en soortgelijke uitgaven voor zakelijk gebruik. Op deze manier ontvangen de auteurs van de teksten een vergoeding voor hun werk.

Werkgeversverenigingen MKB-Nederland maakte vanaf het begin bezwaar tegen de heffing en adviseerde ondernemers om de factuur van de Stichting Reprorecht niet te betalen. De werkgeversvereniging noemde de berekeningswijze van de heffing vanaf het begin willekeurig en onredelijk.

Volgens het akkoord betalen ondernemers met minder dan 20 personeelsleden een heffing van 15 euro per jaar. Bij grote bedrijven wordt onderscheid gemaakt tussen ondernemingen die relatief veel of juist weinig auteursrechtelijk beschermd materiaal kopiëren. Afhankelijk hiervan en van het aantal werknemers betalen zij tussen de 100 en 2.900 euro per jaar.

Het akkoord wordt op 18 maart ondertekend. Hierbij zullen de werkgeversvoorzitters L.Hermans (MKB), en J. Schraven (VNO-NCW) en minister van Justitie Donner aanwezig zijn, alsmede Hans Dijkstal, voorzitter van de raad van toezicht van de stichting Reprorecht.