Baas over eigen BTW in Europa

De ministers van Financiën van de EU hebben gisteren een stap gezet naar grotere zeggenschap van lidstaten over de eigen BTW-tarieven. De Fransen hebben haast.

President Jacques Chirac beloofde vorig jaar mei in de verkiezingscampagne de Franse horeca een financiële oppepper met een verlaagd BTW-tarief. Dat Chirac zijn belofte niet heeft ingelost, komt door de andere EU-lidstaten. Want over belastingen moet in de Europese Unie met unanimiteit worden besloten. Het geduld van de Franse regering raakt zo langzamerhand op. Al was het maar omdat de regionale verkiezingen er aan komen.

Onder Franse druk is er nu toch beweging in de discussie. Voor het eerst wordt in Brussel gesproken over toepassing van subsidiariteit bij indirecte belastingen. Lidstaten mogen dan onder voorwaarden zelf bepalen wanneer ze het verlaagde BTW-tarief willen toepassen. Eurocommissaris Bolkestein (Interne Markt) wilde zo'n debat liever vermijden. De interne markt komt immers in gevaar als elke lidstaat met de BTW kan doen wat hij wil. Onlangs presenteerde Bolkestein toch een document over de kwestie. En de EU-ministers van Financiën besloten gisteren de toepassing van subsidiariteit bij de BTW verder te onderzoeken.

Vorig jaar juli kwam Bolkestein met een politiek gevoelig voorstel voor vereenvoudiging van de regels voor het verlaagde BTW-tarief, waarvoor in de EU een minimum van 5 procent geldt, om zo tot een meer uniforme toepassing te komen. Kern van Bolkesteins voorstel is een geharmoniseerde lijst van zo'n twintig categorieën goederen en diensten die voor het verlaagde BTW-tarief in aanmerking komen. Het gaat onder meer om voedsel, water, medische apparatuur en diensten, huishoudelijke hulp, elektriciteit, passagierstransport, theatertickets, bouw en renovatie van woningen, snijbloemen en diensten van begrafenisondernemers. Het verlaagde BTW-tarief is en blijft voor lidstaten een `optie': zij mogen dus ook het normale BTW-tarief toepassen. Daarom zijn de categorieën op de lijst zo gekozen, dat bij uiteenlopende BTW-tarieven niet of nauwelijks handelsverstoring ontstaat. Zo zal geen Europeaan zich in een ander land laten begraven, omdat daar het BTW-tarief lager zou zijn.

Ook maaltijden in restaurants staan op de voorgestelde lijst. De Fransen zouden dus tevreden moeten zijn. Ook al omdat Duitsland op de recente Duits-Frans-Britse top toezegde zich niet meer tegen de Franse wens te verzetten. Maar het probleem is dat alle lidstaten het eerst over de hele lijst eens moeten worden. Bij subsidiariteit zou dat niet het geval zijn.

Het Ierse voorzitterschap erkent dat vanaf het begin al een ,,patstelling'' bestaat over de lijst. Want elke lidstaat heeft z'n eigen specifieke wensen. Sommige lidstaten willen er diensten of producten aan toevoegen, van wegwerpluiers (Spanje), motorhelmen (Griekenland) tot cafés (België) en kerkrestauraties (Groot-Brittannië). Bovendien verzetten Groot-Brittannië en Ierland zich tegen afschaffing van het nultarief voor kinderkleding. Ook aan andere specifieke uitzonderingen, die al sinds de totstandkoming van de interne markt in 1992 bestaan, wil Bolkestein een eind maken. Dat is ook nodig omdat vanaf 2007 overgangsregelingen voor de per 1 mei toetredende lidstaten aflopen, waarna oude en nieuwe lidstaten gelijk moeten worden behandeld. En dan zijn er nog lidstaten als Denemarken, Zweden en Oostenrijk, die een veel kortere lijst willen, ook al zijn ze zoals gezegd niet tot toepassing van het verlaagde BTW-tarief verplicht. Deze landen vrezen dat er binnenlandse politieke druk ontstaat over BTW-tarieven, wat de schatkist geld kan kosten.

Vorige maand gaf Bolkestein het debat een nieuwe wending met de presentatie van een document waarin hij voorwaarden schetst voor toepassing van subsidiariteit in de BTW. Volgens Bolkestein is de wil tot harmonisatie bij de lidstaten verminderd door de invoering van de euro, omdat belastingen voor ministers van Financiën het belangrijkste overgebleven beleidsinstrument zijn. Bij goederen ziet Bolkestein ,,weinig marge'' om lidstaten de vrijheid te geven, omdat dan door oneerlijke concurrentie handelsverstoring zal optreden. Maar voor sommige diensten ziet hij wel ,,meer mogelijkheden lidstaten grotere autonomie te geven''. Zo zullen verlaagde BTW-tarieven op bijvoorbeeld huishoudelijke hulp, maaltijden in restaurants, renovatie van huizen of de kapper niet tot handelsverstoring leiden. Eerder al verlengde Bolkestein onder druk van onder meer Nederland het experiment met het verlaagde BTW-tarief voor arbeidsintensieve diensten, zoals kappers en rijwielherstellers.

De Franse minister van Financiën, Francis Mer, toonde zich gisteren alvast tevreden. Hij legde meteen ook de wens op tafel het verlaagde BTW-tarief op muziek-cd's te mogen toepassen op grond van het subsidiariteitsbeginsel om zo de Franse muziekindustrie een impuls te geven. Voor Bolkestein is dit niet acceptabel, omdat de handel in cd's in de EU volgens hem door uiteenlopende BTW-tarieven zal worden verstoord. Het Ierse voorzitterschap gaat de lidstaten nu een vragenlijst voorleggen. Bij de Europese Commissie blijft men sceptisch over een snel besluit.