Authentiek dronken op boekenbal

Op het boekenbal is het voor schrijvers zaak onopvallend in de schijnwerpers te komen. ,,Ik had eigenlijk niet willen komen.''

De geoefende boekenbalganger bereidt zich er al in de namiddag voor de spiegel op voor. Wanneer hij rond tien over acht, nonchalant precies tien minuten te laat, arriveert voor de ingang van de Stadsschouwburg, spreekt uit zijn houding en blik precies de juiste gemoedstoestand van licht geamuseerd dédain en verveling bij voorbaat.

Het tijdstip van zijn aankomst was afgestemd op maximaal theatraal profijt van de blauwe loper en de zich vergapende massa achter de dranghekken. Des te groter is zijn teleurstelling dat hij gewoon achteraan moet sluiten in de rij, maar hij weet zijn teleurstelling met routine te verbergen. ,,Ik had eigenlijk niet willen komen dit jaar'', zegt hij tegen iemand naast hem, bij voorkeur een debutant met rode wangen van trots en opwinding, ,,maar ja, er was geen voetbal op tv.'' Van een zich vergapende massa is ook al geen sprake. Enkele toeristen blijven staan. Het zijn de ingehuurde solex-coureurs op klompen die hun aandacht trekken en niet zijn literaire roem.

Het is zaak om al tijdens het afgeven van de jas te taxeren hoe de verschillende cameraploegen zich hebben opgesteld. Tonko Dop van NOVA moet hij hebben. Vol in zijn zicht manoeuvreert hij zich ingewikkeld achter hem langs op zo'n manier dat het lijkt alsof hij ongezien langs hem probeert te glippen. Tonko trapt erin en houdt hem staande voor een vraaggesprekje. De auteur acteert dat hij verrast is dat hij toch nog is gespot, hoewel hij zich voor vanavond had voorgenomen in alle anonimiteit een glaasje te drinken met een paar gelijkgestemden, en hij meet zich de houding aan van de beroemdheid die op een avond als deze zijn stemming niet wil laten verpesten door opdringerige media. ,,Heeft u een tweede huis in Frankrijk?'', vraagt Tonko. ,,Ja, maar het wordt op het moment verbouwd. De slotgracht wordt verbreed.'' Tevreden over zijn antwoord betreedt hij het bal. Straks rond elf uur even sms-en of het is uitgezonden.

Het is gelukkig weer precies zoals elk jaar. Jan Mulder staat zich grijnzend uit iedere rimpel te omringen met andermans vrouwen. Aan de bar rechts nipt Sevtap Baycili aan haar tweede champagne. Ze zal zich van de rest van de avond niets meer herinneren. Connie Palmen en Hans van Mierlo zijn hier zichtbaar niet op een nuchtere maag naartoe gekomen. Bij de trap hangen de dichtertjes rond. Ja, jongens, het is een goedbewaard geheim, maar het boekenbal is duur. Zijn uitgever slaat hem joviaal op de schouder en gaat bier halen. Een bevriend schrijver begroet hem met dezelfde woorden als vorig jaar: ,,Het lijkt wel of er ieder jaar minder schrijvers aanwezig zijn. Het begint hier een ordinair boekhandelaarsfeestje te worden.'' Hij heeft gelijk. De schrijvers struinen rond als ingehuurde figuranten wier enige taak het is de boekhandelaren te vermaken door pittoresk dronken te worden en authentiek in hoeken te braken. De meesten zullen zich met verve kwijten van deze taak.

Het is zaak aanwezig te zijn bij het voorprogramma om duidelijk zichtbaar te maken dat hij niet de status heeft van de tweederangs auteurs die pas om tien uur zijn uitgenodigd, maar verder dient het met uiterste neerbuigendheid te worden bijgewoond. Het is per definitie een affront voor de verzamelde intelligentie en muzische gevoeligheid, zelfs als het erg goed is, zoals vorig jaar toen het Nationaal Ballet Vier letzte Lieder uitvoerde. Gelukkig kost de verontwaardiging dit jaar geen enkele moeite. Er is een jolige presentator die hij vaag herkent van de televisie. Maar hij kijkt geen televisie. En er waren lekkere wijven met veel benen. Wat was het thema ook alweer? O ja, Frankrijk. En de eeuwige Maarten van Roozendaal. Eigenlijk vindt hij Maarten van Roozendaal stiekem erg goed. Het lukt hem dat te verbergen.

De rest van de avond bestaat uit trappen lopen op zoek naar waar het leuk is.

Hierbij is het zaak op te passen dat je niet op Thomas Rosenboom trapt. De herenclub van Mulisch zit in de chicste foyer. Suzanne Holtzer van De Bezige Bij vervult de hele avond de rol van exclusieve serveerster voor het gezelschap. Jean-Pierre Rawie schrijdt rond met een te jonge vriendin aan zijn arm. Hij is gul met zijn bon-mots. Ad ten Bosch, van wie net een nieuwe roman is verschenen, probeert zijn aandacht te verdelen tussen zijn mooie vriendin en journalist Tom Kellerhuis, die de gasten probeert op te zwepen tot algemene teloorgang der zeden. Hij geeft zelf het goede voorbeeld door al om half tien van de trap te vallen. Laat op de avond concentreert zich het feest steeds meer rond de dansvloer waar de literaire kampioensdiskjockey Vic van de Reijt de ene Franse hit aan de andere rijgt. Vooral uitgevers dansen.

Later nog vindt een heuse schermutseling plaats. Beau van Erven etc. vergrijpt zich aan een balgast en wordt door de bewaking een taxi in gemanoeuvreerd. De camera's van de Amsterdamse lokale televisie worden door dezelfde bewakingsmedewerkers onklaar gemaakt.

Om drie uur neemt hij een taxi naar huis. Het was goed. Hij was erbij. Het is gezien. Het is niet onopgemerkt gebleven.

www.nrc.nl: foto's