Spreken als handelsmerk

Samuel Beckett had het bedacht kunnen hebben. En hij heeft het natuurlijk ook bedacht. Neem een man aan een tafel. Richt een enkele lichtbundel op zijn gezicht. In Krapp's Last Tape laat Beckett zijn hoofdpersoon luisteren naar getuigenissen die hij elk jaar op een bandrecorder opneemt. Luisteren en spreken. Steeds weer herhalen van verweesde herinneringen. Tot ze geen zin meer hebben. Absurd worden. Meer is er voor die pijnlijke lach van herkenning niet nodig.

Acteur-schrijver Spalding Gray maakte er zijn wanhopige handelsmerk van. Leven was voor hem spreken. Vertellen werd spelen. Achter een microfoon op een tafeltje, vol bitter onbegrip over de idiotie van zijn existentie, en de ballast van zijn lichaam. Vooral daarover, over kwalen en kwaaltjes, over slapeloosheid en zijn onvermogende ogen, over een slepend been. Sinds 10 januari jongstleden werd hij vermist. Gisteren werd door de politie van New York bevestigd dat het lichaam dat dit weekeinde in de East River is gevonden inderdaad het zijne was. Daarmee komt een einde aan de twee maanden durende onzekerheid over het lot van de New Yorkse acteur die in zijn topdagen de WASP Woody Allen werd genoemd, om de nietsontziende manier waarop hij zijn eigen strubbelingen tot inzet maakte van fameuze en veel verfilmde monologen. Gray leed al geruime tijd aan depressies, die naar men aannam na een auto-ongeluk in 2001 in Ierland verergerden. Of zijn dood het gevolg is van een ongeval of een zelfgekozen einde is niet bekend gemaakt.

Spalding Gray werd op 5 juni 1941 op Rhode Island geboren en was vanaf de jaren zeventig actief als acteur in de New Yorkse theaterwereld en later in een twintigtal films. Hij verwerkte zijn jeugdherinneringen in zijn eerste theatertekst Sex and Death at the Age of 14, die hij in 1979 voor het eerst in New York opvoerde. In diezelfde periode was hij ook betrokken bij de oprichting van de experimentele Wooster Theatre Group, al zou hij zich snel toeleggen op autobiografische solo's. Zijn grote doorbraak kwam in 1984 toen hij werd gevraagd om de Amerikaanse consul te spelen in Roland Joffé's Cambodja-film The Killing Fields, een ervaring die hij direct omboog tot Swimming to Cambodia, in 1987 door Jonathan Demme verfilmd. Het waren niet de minste regisseurs die hij wist te interesseren voor zijn sobere theaterverfilmingen. In 1992 was dat de Britse documentairemaker Nick Broomfield voor Monster in a Box, over writer's block, Vier jaar later regisseerde Steven Soderbergh Gray's Anatomy over Gray's angst voor blindheid, nadat hij de acteur eerder een rol had gegeven in zíjn autobiografische film King of the Hill uit 1993. Zelden werd de hypochondrie over de ondraaglijke zwaarheid van het bestaan zo griezelig licht verpakt.In een donker decor, dat wel. Met Gray's uitwaaierende grijze haren als de enige stralen.