Shi'ieten Irak willen onderste uit de kan

De Iraakse shi'ieten willen dat hun getalsmatige meerderheid ook tot uiting komt in het toekomstige bestel. Tot groot ongenoegen van de Amerikanen.

De Iraakse politicus Ahmad Chalabi staat bekend om zijn fijn ontwikkelde gevoel voor machtsverhoudingen. Vroeger, toen hij nog een leider van de oppositie-in-ballingschap was en ijverde voor omverwerping van het regime van Saddam Hussein, zocht hij zijn bondgenoten in Washington. Hij werd de favoriet van het Pentagon dat in hem, een hoog-opgeleide seculiere shi'iet, een geschikte leider van post-Saddam-Irak zag.

Chalabi, inmiddels lid van de Iraakse regeringsraad, heeft recentelijk zijn horizon verlegd. Hij koestert tegenwoordig groot-ayatollah Ali Sistani, de machtige shi'itische geestelijk leider die vanuit de heilige stad Najaf met zijn fatwa's, islamitische decreten, over de noodzaak van democratische verkiezingen tot tweemaal toe de Amerikaanse ideeën over de machtsoverdracht in Irak heeft gedwarsboomd.

Chalabi's koerswijziging weerspiegelt de afnemende Amerikaanse invloed in Irak naarmate 30 juni nadert, de dag waarop, als alles goed gaat, Paul Bremers civiele bestuur de macht overdraagt aan een Iraaks interimbewind. Bremer is er nog, hij heeft zijn vetorecht, maar hij was niet bij machte de onderhandelingen tussen de verschillende etnische en religieuze groepen over de interimgrondwet, de basis voor het bestuur na 30 juni, in goede banen te leiden en met name de machtspolitiek van de shi'ieten te voorkomen.

Volgens zegslieden in Bagdad was Bremer woedend over de actie van vijf shi'itische leden van de regeringsraad die vrijdag de ondertekening van de interimgrondwet blokkeerden onder verwijzing naar groot-ayatollah Sistani's kritiek op enkele passages die de macht van de (shi'itische) meerderheid inperkten. De gouden vulpennen lagen al klaar voor de ondertekening, toen ze lieten weten niet te komen. Later reisden ze naar Najaf om met Sistani te praten over zijn bezwaren – die ook de hunne waren maar die ze in de onderhandelingen niet hadden kunnen regelen – en over de mogelijkheden om alsnog amendering af te dwingen. Een van de vijf was Chalabi.

De gewraakte passages in de interimgrondwet betreffen een de facto vetorecht voor de Koerdische minderheid over de latere definitieve grondwet en de samenstelling van de regering als er eenmaal, uiterlijk in januari 2005, verkiezingen zijn gehouden. De shi'ieten willen een presidentiële raad van vijf man, van wie drie shi'ieten, die meerderheidsbesluiten neemt, in plaats van de nu voorziene president met twee vice-presidenten die in consensus beslissen. De Koerden en andere minderheden hielden echter het been stijf: geen dictatuur van de meerderheid, zoals de Koerdische minister van Buitenlandse Zaken, Hoshyar Zebari, het uitdrukte. De Koerden vrezen dat ze anders het risico lopen de autonomie kwijt te raken die ze sinds 1991 genieten en die zij nog willen uitbreiden.

De shi'ieten vinden dat er nu juist sprake is van dictatuur van de minderheid. De andere partijen ,,gebruiken het voorwendsel dat ze de dictatuur van de meerderheid vrezen, hoewel het principe van democratie, waarmee iedereen het eens is, betekent dat alle vormen van dictatuur worden verworpen, zodanig dat de rechten van alle facties en minderheden tot uiting komen en de participatie in de macht van iedereen wordt gegarandeerd in overeenstemming met het toegewezen aandeel'', aldus het radiostation van de grootste shi'itische partij. De nadruk ligt natuurlijk op het laatste deel van de zin.

De interimgrondwet werd gisteren getekend zoals hij er vrijdag al lag. De sunnitische politicus Adnan Pachachi verwelkomde het document als ,,baken van licht voor volgende generaties''. Maar verscheidene shi'itische politici, onder wie Chalabi, maakten even later bekend een voorbehoud te hebben gemaakt ten aanzien van bovengenoemde passages en nu aan amendering te gaan werken.

Groot-ayatollah Ali Sistani gaf als steun in de rug een fatwa uit waarin hij uitsprak dat geen enkele wet die voor de komende interimperiode wordt uitgevaardigd legitimiteit heeft tot hij door een gekozen assemblee is bevestigd. Zo'n wet – met andere woorden de interimgrondwet – ,,plaatst hindernissen op de weg naar het opstellen van een permanente grondwet'', aldus de fatwa.

Wat Sistani's decreet precies betekent voor het lot van deze grondwet, moet nog duidelijk worden. Hoe dan ook zijn volgens diverse zegslieden de verhoudingen binnen de regeringsraad als gevolg van het shi'itische machtsspel vergiftigd. Onder die omstandigheden gaan de onderhandelingen beginnen over de samenstelling van het bewind dat 30 juni de macht overneemt. Het staat vast dat de shi'ieten het onderste uit de kan willen en dat Chalabi beoogt ook op 1 juli een machtspositie te bekleden.