Puntenrijbewijs

Geregeld duikt in de politiek het idee op van het puntenrijbewijs, ook wel bekend als het strafpuntensysteem. Dat systeem lijkt simpel en effectief: iemand die herhaaldelijk zeer onveilige verkeersovertredingen begaat, pak je zijn rijbewijs af.

Er kleven aan dit systeem echter de nodige problemen. In de eerste plaats moet je, om gestraft te kunnen worden, eerst worden gepákt. En je loopt in Nederland een kans van slechts 1 op enkele duizenden om betrapt te worden als je een overtreding begaat. Bij zo'n geringe pakkans ontstaat grote rechtsongelijkheid, die zwaarder weegt naarmate de straf strenger wordt: praktisch iedereen begaat verkeersovertredingen, velen begaan zware overtredingen, maar slechts een fractie van hen wordt ervoor gestraft, in dit geval zeer streng gestraft.

Het is ook niet duidelijk waarom aan het puntensysteem zo'n magische invloed zou moeten worden toegekend. Ook de huidige wetgeving biedt immers mogelijkheden genoeg om iemand de rijbevoegdheid te ontzeggen, hetzij als straf, hetzij via een door de politie gevorderd onderzoek naar rijvaardigheid of medische geschiktheid van de persoon in kwestie.

Ten slotte is het naïef om te veronderstellen dat iemand die asociaal genoeg is om bijvoorbeeld herhaaldelijk onder invloed te rijden, zijn auto zal laten staan als zijn rijbewijs toevallig op het politiebureau ligt en niet in zijn binnenzak zit.

Toen ik een jaar of twintig geleden als ambtenaar bij het ministerie van Verkeer & Waterstaat, verantwoordelijk voor het rijbewijzenbeleid, mijn Duitse collega vroeg wat hij van het systeem vond, zei hij: ,,Begin er niet aan; het is een (administratief) waterhoofd.''