Popclips veel sterker dan videokunst

Videokunst exposeren is bijna onmogelijk, maar het NRW-Forum in de Duitse stad Düsseldorf heeft de perfecte oplossing gevonden. In twee duistere zalen staan honderd zuiltjes in lange rijen. Daarop kleine televisitoestellen die eindeloos een filmpje herhalen. Koptelefoons hangen klaar voor het bijbehorende geluid. Rij na rij wandel je in het blauwduister naar het beginpunt van de beeldgeschiedenis: de video Kunst moet mooi zijn (1975) van Marina Abramovic.

Videoclips, commercials en kunstvideo's uit hetzelfde jaar draaien op de zuiltjes naast elkaar in de rij. In de volgende rij ontmoet je ouder of nieuwer werk. Door kriskras door de zalen te lopen kun je bijvoorbeeld kunstenaar/videoclipregisseur Chris Cunningham volgen, die met vijf producties aanwezig is. Zappen met je benen.

De expositie maakt duidelijk dat toegepaste video's het winnen van voor de kunst gemaakte filmpjes. Terwijl het product of de groep soms al lang niet meer bestaat, zijn de beelden daarentegen juist sterker geworden. Los van de hit ontluikt de kunst, al had een ervaren MTV-kijker dat bij de in Düsseldorf geëxposeerde filmpjes meestal wel verwacht.

Terecht draait daar werk van de grote drie van dit moment: Chris Cunningham, Spike Jonze en Michel Gondry. Helaas is van die laatste clipauteur noch het cirkelende, ritmische ballet Around the world dat hij voor Daft Punk maakte, noch zijn legosteentjesclip bij Fell in love with a girl van The White Stripes te zien.

Het weerzien met de mooiste videoclip ooit, Sign `o' the times (1987), maakt veel goed. Wat een onbekende maker daarin deed met de letters van de songtekst blijft onovertroffen. Nooit straalde de letter T zoveel schermgrote schoonheid uit. Dankzij een zuiltje elders in de zaal zie je plotseling het verband met de letterstad van clipmaker Antoine Bardou-Jacquet voor The Child (1999) van Alex Gopher. In een animatie rijdt het woord `taxi' door een straat met woorden als wolkenkrabbers.

Wat voor de muziekclips geldt, gaat ook op voor de geselecteerde reclame. De witte paarden met wapperende manen in de surfgolf voor het bier van Guiness en de Indiase jongen die zijn autootje omdeukt tot een blitse Peugot 206 – van de Nederlander Matthijs van Heijningen – zijn bijzondere visuele ervaringen of perfect vertelde en verbeelde verhaaltjes.

Het hoogtepunt in dat genre is een sentimentele Ikea-commercial van Spike Jonze die je bijna laat huilen om een afgedankt schemerlampje. Slottekst: ,,Hé, het is maar een lampje hoor.''

Ook van filmregisseurs als David Lynch en Ridley Scott is werk te zien. Scott, overigens begonnen in de reclame, is de maker van de hardste en effectiefste commercial ooit: de introductie van de Apple Macintosh in 1984. In Düsseldorf kun je nog eens zien hoe genadeloos computermoloch IBM in de aan Fritz Langs Metropolis herinnerende beelden als het absolute kwaad wordt neergezet. Grauwe massa's gehoorzamen een als George Orwells 1984-Big Brother geprojecteerde dictator die bepaalt wat hen vreugde zal schenken. Tot een frisse atlete op een drafje met een moker de zaal in komt hollen en het scherm verbrijzelt. ,,U zult zien waarom 1984 niet op 1984 zal lijken.''

Het is duidelijk dat kunstfilms tussen deze luide beelden het niet overleven. Buiten de serene rust van een galerie of museumzaal blijken kunstfilmpjes al snel zinloos en gezocht. Wat overigens niet geldt voor Walking the bird (1994) van de Brit Damien Hirst. Ook de `echte' kunst van Pipilotti Rist blijft overeind.

Het is terecht dat het NRW-Forum reclamemakers en clipregisseurs met kunstenaars gelijkschakelt. Eindelijk staan ze me hun naam voor die van de opdrachtgever.

VIDEO, 25 jahre videoästhetik. NRW-Forum, Ehrenhof 2, Düsseldorf, Duitsland. Inl. www.nrw-forum.de, +49-211-8926 690. T/m 18 april, di-zo 11-20, vr 11-24u. Catalogus `Video' (240 blz, €19,80)