Oppositie in Zuid-Korea belaagt Roh

Oppositiepartijen in Zuid-Korea hebben vandaag voor het eerst in de geschiedenis van het land een motie van wantrouwen tegen een zittende president ingediend.

Gezamenlijk beschikken de oppositiepartijen over een overgrote parlementaire meerderheid. Desondanks is het nog onzeker of de motie een kans maakt gezien de aanhang die de twee jaar geleden aangetreden president Roh nog steeds onder met name de jongeren heeft.

De Zuid-Koreaanse politiek is de laatste tijd in forse verwarring. President Roh haalde in 2002 een nipte overwinning op zijn conservatieve tegenstander dankzij de steun van met name jongeren. Die stelden hoge verwachtingen in de `buitenstaander' Roh voor het aanpakken van corruptie in het land en bij het streven naar ontspanning met Noord-Korea. De voormalige mensenrechtenactivist Roh had echter weinig ervaring in het politieke handwerk en heeft een aantal onhandige zetten gedaan. Zo kondigde hij een referendum aan om een nieuw mandaat aan de bevolking te vragen, maar dit is er nooit gekomen.

Reden voor de nu ingediende motie van wantrouwen is tweeledig: illegale donaties voor de verkiezingen in 2002 en een recente overtreding van de kieswet door in de aanloop naar de parlementsverkiezingen van dit voorjaar expliciete steun uit te spreken voor één partij. Het orgaan voor toezicht op de verkiezingen heeft hem hiervoor al op de vingers getikt. Oppositieleden eisten een excuus, maar Roh weigerde.

Het Openbaar Ministerie publiceerde gisteren de voorlopige resultaten van het onderzoek naar de illegale verkiezingsfondsen. De partij van president Roh zou 8,2 miljoen euro hebben aangenomen en de partij van zijn toenmalige tegenstander Lee Hoi-chang 59,7 miljoen. Het OM heeft vooralsnog geen bewijs dat de twee leiders zelf direct betrokken waren. Desondanks is Lee al opgestapt. Roh heeft de omstreden uitspraak gedaan dat hij pas consequenties wil trekken als het bedrag aan illegale donaties dat zijn kamp heeft aangenomen hoger is dan 10 procent van het bedrag van Lee. De score staat vooralsnog op ruim 13 procent, maar het OM komt pas ná de parlementsverkiezingen met een eindrapport.

In al deze ophef hebben Roh en een kleine groep ontevreden medestanders onlangs hun partij verlaten. De enige steun die Roh nu in het parlement heeft, bestaat uit de kleine, nieuwe partij die deze groep heeft opgericht. Het restant van zijn oude partij en de traditionele oppositie staan nu samen tegenover de president. Samen hebben ze 208 van de 273 zetels in het parlement. In principe is dit genoeg voor de tweederde meerderheid, nodig om de motie van wantrouwen aan te nemen. Maar veel jongere politici twijfelen. Roh geniet nog altijd veel steun onder de bevolking en verkiezingen staan voor de deur. Demonstranten stonden vandaag voor het parlement om Roh te steunen.