Onenigheid om opvolging in top eurobank ECB

Grote en kleine lidstaten van de Europese Unie dreigen in botsing te komen over de benoeming van een nieuw directielid voor de Europese Centrale Bank (ECB). De ministers van Financiën van de eurozone stelden gisteren een besluit uit.

Het gaat om de opvolging van de Spanjaard Domingo Solans, wiens termijn op 31 mei afloopt. Tot ongenoegen van de kleinere lidstaten, waaronder de Benelux, heeft Spanje opnieuw een Spanjaard kandidaat gesteld voor de zetel in de zeskoppige directie, het dagelijks bestuur van de ECB.

De twaalf ministers van de Eurogroep moeten een aanbeveling doen aan de EU-top van 25 en 26 maart, die de beslissing neemt. Zij komen hiervoor aan de vooravond van de top bijeen. Diplomaten uit kleinere landen spreken van een ,,ongewenst precedent'', als een Spanjaard door een Spanjaard wordt opgevolgd.

Binnen enkele jaren komen de zetels vrij van de Duitser Otmar Issing en de Italiaan Padoa-Schioppa, die dan mogelijk ook door een Duitser en Italiaan worden opgevolgd. Kleinere landen zouden dan worden buitengesloten. Eerder werd al duidelijk dat Duitsland, Italie en mogelijk ook Frankrijk de Spaanse kandidatuur van José Manuel González-Paramo, bestuurslid van de Spaanse centrale bank, willen steunen.

Nederland en Luxemburg steunen de Belgische kandidaat Peter Praet, die directeur is bij de Nationale Bank van België. Ierland heeft met Michael Tutty, vice-president van de Europese Investeringsbank (EIB) ook een kandidaat. België en Ierland hadden nog niet eerder een post in de ECB-directie. De Ierse voorzitter, Charlie McCreevy, sprak na de bijeenkomst van de Eurogroep van een ,,herenakkoord met consensus te beslissen''.

Tijdens de vorige Eurogroep-bijeenkomst is echter al de mogelijkheid geopperd zonodig met gekwalificeerde meerderheid te besluiten, wat de kans van de Spaanse kandidaat zou vergroten. Tijdens diplomatiek vooroverleg is door kleinere landen gewaarschuwd voor ,,misbruik'' door grotere landen van zo'n stemprocedure. Bij de benoeming van de eerste ECB-directie in 1998 is afgesproken dat lidstaten die niet in de directie zaten nog aan de beurt komen. McCreevy zei dat ,,de geest van de afspraak moet worden gehandhaafd''.

Het uitstel van een besluit door de ministers houdt ook verband met de vacature aan de top van het Internationale Monetaire Fonds (IMF) door het vertrek van de Horst Köhler, die kandidaat is voor het Duitse presidentschap. Als mogelijk opvolger wordt naast de Britse minister van Financiën, Gordon Brown, diens Spaanse collega Rodrigo Rato genoemd. De benoemingen bij IMF en ECB kunnen volgens EU-diplomaten niet los van elkaar worden gezien.