Naar de drempels

De rooms-katholieke kerk in Nederland verkeert in crisis. Dat is een gemeenplaats, maar waar het de afgelopen decennia vooral de verdeeldheid van de kerkprovincie en meningsverschillen met Rome betrof, gaat het nu over de zijnsvraag of een kerk met een afkalvend bestand van gelovigen nog wel een toekomst heeft. Deze week voeren de Nederlandse bisschoppen in Rome hun vijfjaarlijkse `functioneringsgesprek', zoals kardinaal Simonis het noemde, met hoge vertegenwoordigers van het Vaticaan en met de paus. De boodschap in deze `Visitatio ad limina apostolorum' – bezoek naar de drempels van de apostelen – is voor de gastheren niet opwekkend. De bisschoppen hebben een rapport opgesteld, De Rooms-Katholieke Kerk in Nederland aan het begin van een nieuw millennium, waarin de problemen worden benoemd. Het ledental neemt af, de actieve deelname aan het kerkelijk leven loopt terug, het aantal priesterwijdingen is op de vingers van een hand te tellen. Nederland is inmiddels tot `missieland' verklaard, waar (buitenlandse) missionarissen het aflopende tij moeten zien te keren.

De kerkelijke situatie kan bedrijfsmatig beschouwd worden en dan is er sprake van een krimpend marktaandeel, waardoor de financiën onder druk staan en herstructureringen en schaalvergroting onvermijdelijk zijn. Maar er is duidelijk meer aan de hand en voor een deel valt dit de Nederlandse bisschoppen niet aan te rekenen. De moederkerk verkeert wereldwijd in het defensief, omdat er geen eenduidig dogmatisch antwoord bestaat om processen van secularisatie en ontkerkelijking tegen te gaan. De vergrijzing in de westerse landen, de opkomst van evangelische kerkgenootschappen in traditioneel katholieke ontwikkelingslanden, uiteenlopende sociale standpunten en conservatisme ten aanzien van de seksuele moraal spelen eveneens een rol. Paus Johannes Paulus II heeft die vraagstukken niet van eigentijdse antwoorden voorzien. Zijn opvolger zal op deze gebieden te zijner tijd voor nieuwe geloofsimpulsen moeten zorgen, wil de katholieke kerk verdere afkalving voorkomen.

Binnen de Nederlandse context valt de afwezigheid van de katholieke kerk in actuele kwesties op. Het kabinet heeft `normen en waarden' tot prioriteit van het beleid verklaard, en dat is bij uitstek een onderwerp waar kerken iets over te beweren hebben. In de integratiediscussies gaat het voor een belangrijk deel over de verhouding van de islam tot de rest van de samenleving. Of dit nu in termen van botsing der beschavingen of verzoening van grote monotheïstische godsdiensten wordt gegoten, het betreft vraagstukken waaraan de geestelijke leiders van de katholieke kerk zich onmogelijk kunnen onttrekken. Een openhartige dialoog tussen imams en bisschoppen over kwesties die beiden raken ligt voor de hand. In praktische zin komen bijzondere scholen en zorginstellingen nog altijd voort uit de traditionele verzuiling. De katholieke kerk kan zich veel krachtiger uitlaten over de immense integratieproblemen die zich daar voordoen.

Kardinaal Simonis zoekt een oplossing in grotere spiritualiteit. Hij lijkt zich er bij neer te leggen dat zijn kerkprovincie in omvang krimpt. Dat zij zo, maar de katholieke kerk kan zich evenmin als andere geloofsgemeenschappen onttrekken aan het publieke debat in Nederland, wil zij als gesprekspartner blijven meetellen.