Moslima's

De moslima bestaat niet.

Dat mochten we wat mij betreft wel vaststellen aan het einde van de Internationale Vrouwendag. Ik kon een deel van die dag met zo'n tweehonderd vrouwen, onder wie vele moslima's, doorbrengen in het Amsterdamse theater Frascati. Als enige man, nota bene, wat me een prangend gevoel van overbodigheid gaf.

GroenLinks had de vrouwen uitgenodigd voor een debat over islam en emancipatie. Eerst kregen ze een extra voorstelling te zien van Gesluierde monologen, de succesvolle theaterproductie van Adelheid Roosen die zich baseerde op interviews met moslima's. Een openhartige, schrijnende voorstelling die herhaaldelijk met applaus en herkennende hilariteit overspoeld werd. Alles wat vrouwelijke moslims aan vernedering en onderdrukking ervaren, zat erin samengebald.

Wat moet daaraan nog worden toegevoegd, zou je als leek kunnen denken. Maar dat viel reuze mee. De vrouwen moest ten slotte dringend verzocht worden de zaal te verlaten anders zouden ze er nu nog zitten. Het werd vooral een fascinerende, soms dramatische discussie tussen moslima's onderling.

Tussen nieuwlichterij en behoudzucht.

Tussen opstandigheid en berusting.

Tussen vrijgevochtenheid en orthodoxie.

Tussen woede en woede.

De Iraanse Farah Karimi zette de toon voor het debat door een suggestieve column voor te lezen. Zij was vorige week te gast geweest op een bijeenkomst van vrouwen in Teheran. Daar had ze een prominente moslimfeministe uit Iran horen praten. De vrouw had in de lobby van het hotel openlijk over haar seksuele avonturen met mannen verteld. Iedereen kon het horen, ook mannen. Het kon haar niet schelen, zij had besloten niets meer geheim te houden.

Een voorbeeldige houding, vond Karimi, en ze sloot haar column af met de stelling: ,,Iedere vrouw die openlijk spreekt over seksualiteit slaat daarmee een nagel in de doodskist van het fundamentalisme.''

Mooi gezegd, zoals er deze middag zoveel mooi gezegd werd: Nederlandse moslima's blijken vaak verbaal zeer begaafd. Op zulke bijeenkomsten besef je dat er onder de goed opgeleide allochtone vrouwen een elite in opkomst is die nog veel van zich zal laten horen.

De stelling van Karimi kreeg lang niet van iedereen bijval. Vrouwen mét hoofddoekjes verschilden heftig van mening

met vrouwen zónder hoofddoekjes, en ook binnen die groepen leefden uiteenlopende opvattingen. De een zei: ,,We moeten baas in eigen vagina zijn.'' De ander zei: ,,Ik kies voor de hoofddoek, en ik doe dat niet voor de man, maar voor God.''

Eén vrouw werd het allemaal te veel. Ze was gesluierd en al wat ouder. Ze liep naar beneden en zei op woedende toon: ,,Ik ben verbijsterd over wat ik hier allemaal hoor. Wij zijn bewuste moslimvrouwen, wij zijn niet altijd slachtoffers. Ik ben trots op mijn hoofddoek en mijn godsdienst en mijn vier kinderen. Als Nederlander voel ik me betutteld. Men ziet mij met mijn hoofddoek aan voor een imbeciel.''

Even viel er een stilte. Toen raasde de orkaan van de discussie weer door. Op weg waarheen?