Leugens, allemaal leugens

Jayson Blair, de ontmaskerde sterverslaggever van The New York Times, baseerde zijn journalistiek succes op leugens. ,,In de fase van complete psychose schreef ik mijn beste stukken.'' Nu is er zijn boek.

,,Ik heb gelogen en gelogen en daarna nog meer gelogen'', zegt de ontslagen verslaggever Jayson Blair van The New York Times in zijn afgelopen vrijdag verschenen boek `Burning down my masters' house'. ,,Ik heb gelogen over waar ik was geweest, gelogen over waar ik informatie vandaan haalde, gelogen over hoe ik het verhaal schreef.''

Ondanks de ontmaskering, begin vorig jaar, van de inmiddels 27-jarige ex-sterverslaggever van het gerenommeerde Amerikaanse dagblad, is het een verbazingwekkend bekentenis.

Toen al werd vastgesteld, nadat een eerste geval van plagiaat van Blair door The Washington Post aan het licht was gebracht, dat de jonge journalist die vrijwel wekelijks met zijn nieuwsverhalen op de voorpagina van de Times verscheen, in ten minste 35 van die verhalen passages had verzonnen of had overgenomen uit publicaties en televisiereportages van anderen. Nu vertelt hij hoe hij dat telkens heeft gedaan.

Maar wat Blair ook beweert in zijn tell-all-boek, is dat `creatieve' journalistiek, zoals toe-touching waarbij de journalist alleen even het vliegveld in het nieuwsgebied aandoet om vervolgens het bewuste verhaal vanachter zijn bureau in het hoofdkwartier `bij elkaar te bellen' niet ongebruikelijk is op de redactie van de Times. De New York Times heeft die beschuldiging meteen afgedaan in een artikel dat waarschuwt voor de waarachtigheid van een boek dat is geschreven door een auteur die heeft toegeven dat hij liegt.

Andere kranten, zoals de Washington Post, tevens de belangrijkste concurrent van de Times, wijzen dergelijke aantijgingen niet zonder meer van de hand. ,,Ik weet hoe gemakkelijk het is om de telefoon te pakken om een interview te doen voor een stuk'', zegt Hugh Pearson van de Post in zijn recensie van het boek van Blair dat volgens meer een tell-some-boek is.

,,Ik kan me voorstellen hoe snel een dergelijke werkwijze is'', schrijft Pearson. ,,Laat de verslaggever voor zijn verhaal de telefoon gebruiken, en zet hem dan, om de dateline te rechtvaardigen, eenvoudig op een vliegtuig (waardoor de kosten van een hotel, maaltijden en een huurauto worden uitgespaard). Ik kan me voorstellen dat iemand die verantwoordelijk is voor het budget zegt: `Waarom niet'?''

Nergens in zijn boek, waarvoor hij een voorschot van 150.000 dollar heeft ontvangen, betuigt Blair spijt van zijn daden, hoewel hij in zijn ondergang ook stafleden Howell Raines en Gerald Boyd en sterverslaggever Rick Bragg, heeft meegesleept. Wel rept hij uitvoerig over de voortdurende druk waaronder hij en zijn collega's moesten werken en hoe hij uiteindelijk het slachtoffer werd van zijn eigen mentale zwakheid. Zo gaat Blair uitgebreid in op zijn verslaving aan cocaïne en alcohol om zijn manisch depressieve stemmingen het hoofd te bieden.

Om die reden zou hij er ook steeds vaker toe hebben besloten thuis te blijven en niet langer op reportage te gaan. Zijn collega's vertelde hij daar niets over en de veelgeprezen stukken over in het ooglopende onderwerpen zoals de `Beltway-seriemoord' in Washington of de familieleden van de uit Iraakse handen bevrijde Amerikaanse soldaat Jessica Lynch, bleven op de voorpagina van de Times verschijnen.

Hoe Blair dat telkens weer voor elkaar kreeg legt hij precies uit. ,,Ik heb gelogen over vluchten die ik nooit heb genomen, over de auto waarin ik sliep die ik nooit had gehuurd, over de man die me had bediend bij het tankstation dat ik via het internet had opgespoord of over de spoorwegovergang die ik kruiste waarvan ik het bestaan alleen wist van de luchtfoto's waarover ik beschik.'' Veel van zijn informatie schreef Blair ook over uit andere publicaties. Gedetailleerde beschrijvingen van huizen en huiskamers van de personen in zijn stukken kwamen tot stand door zorgvuldige bestudering van specifieke televisiereportages.

Blair blijkt ook geen enkele moeite te hebben gehad diensten te verlenen in ruil voor seksuele uitstapjes. Zo geeft hij in zijn boek onder andere toe dat hij seks heeft gehad met een pr-functionaris van een internetbedrijf in ruil voor het noemen van haar bedrijf in enkele van zijn artikelen. ,,Ik kon zo gemeen en genadeloos zijn tegenover mijn vrienden dat ze soms het gevoel hadden dat ze me niet kenden'', schrijft hij.

Journalist Howard Kurtz, die Blair als eerste heeft ontmaskerd, gelooft dat de leugens van Blair veel eerder begonnen dan hij in zijn boek toegeeft. Zo is uit onderzoek van Kurtz gebleken dat Blair eind jaren negentig in dienst van de Boston Globe al werd betrapt op een interview met de burgemeester van Washington D.C. dat nooit had plaatsgehad. Het bleek te zijn overgenomen uit de Washington Post.

Hoewel Blair zegt dat hij vlak voor zijn ontmaskering heeft overwogen zich van het leven te benemen, noemen verschillende Amerikaanse recensenten zijn boek ,,emotieloos'' en ,,niet veroordelend''.

Zelfs wanneer hij zijn laatste stukken schrijft die zijn carrière zullen ruïneren, geeft Blair nog altijd blijk van enige zelfvoldoening: ,,In deze fase van complete psychose heb ik sommige van mijn beste, hoewel meestal gefraudeerde stukken geschreven.''