Kampioenen komen toevallig uit Volgograd

De Russen domineerden afgelopen weekeinde de WK indoor, dat met vier wereldrecords moeilijk een gedevalueerd toernooi kon worden genoemd.

Hoewel de wereldkampioenschappen indooratletiek in Boedapest door de afwezigheid van veel topatleten als een gedevalueerd toernooi gold, werden er maar liefst vier wereldrecords gebroken. Drie ervan op naam van Russen, die met een nieuwe generatie talenten goed presteerden. Er waait een frisse wind uit het oosten.

De opvallende prestaties van de Russische ploeg in Boedapest leidde tot een eerste plaats in het medailleklassement met acht gouden, vijf zilveren en vijf bronzen medailles. Opmerkelijk aspect aan de acht wereldtitels: zeven werden veroverd door vrouwen. Opvallend was ook de keurige verdeling van de wereldtitels over de technische nummers en de loopnummers.

De Russische dominantie bij de WK was opzienbarend, omdat Rusland na de val van de Muur als atletieknatie enigszins aan kracht had ingeboet. Het heeft atleten en trainers tijd gekost te anticiperen op het wegvallen van hun beschermde positie in de Sovjet-tijd. Onder het communistische regiem golden succesvolle sporters als ambassadeurs van het systeem en hadden zij over faciliteiten allerminst te klagen. Uit die tijd resteren alleen nog redelijke sportaccommodaties, waar bijvoorbeeld talentvolle atleten uit Volgograd dankbaar van profiteren. Inmiddels zijn Russische sporters voornamelijk op zichzelf aangewezen.

De topatleten moeten zich zien te redden met een overheidsbijdrage van 500 dollar per maand, met voor de sportende militairen 150 dollar extra. Wie een privé-sponsor heeft, is natuurlijk beter af, evenals de atleten die hun bankrekening weten te spekken met prijzengeld. Daarmee is deels de hernieuwde opkomst van Russische atleten te verklaren, evenals de gretigheid die zij in Boedapest aan de dag legden. Er was in de Hongaarse hoofdstad veel geld te verdienen: 40.000 dollar voor een wereldtitel, 20.000 dollar voor een zilveren medaille en 10.000 dollar voor brons. De bonus voor een wereldrecord: 50.000 dollar.

De 27-jarige Tatjana Lebedeva, moeder van een dochter en kapitein in het leger met als standplaats de noordelijke Kaukasus, sloeg de grootste slag. Zij veroverde als enige atlete twee wereldtitels op individuele nummers, bij het verspringen en het hinkstapspringen. Dat was goed voor 80.000 dollar. Daar kwam 50.000 dollar bij, omdat zij bij het hinkstapspringen het wereldrecord van 15,16 meter van de Britse Ashia Hansen opkrikte naar 15,36 meter.

De tweede grootverdiener was de nog maar 21-jarige polsstokhoogspringster Jelena Isinbajeva, die in een rechtstreeks gevecht haar landgenote Svetlana Feofanova het wereldrecord afhandig maakte. Isinbajeva kwam met 4,86 meter één centimeter hoger dan Feofanova ooit gesprongen had. Isinbajeva versloeg bovendien de Amerikaanse oud-wereldkampioene Stacy Dragila, die na een periode met blessures op de weg terug is. Isinbajeva is onmiskenbaar een groot talent. Sergej Boebka, de meest succesvolle polsstokhoogspringer aller tijden, acht haar in staat als eerste vrouw de grens van vijf meter te overschrijden.

De jonge polsstokhoogspringster uit Volgograd voegt nog een dimensie aan de Russische atletiek toe. Waar de meeste Russische atleten een zekere ingetogenheid tentoonspreiden, is daar bij Isinbajeva geen sprake van. Zij is expressief en goedlachs. Bovendien spreekt zij als een van de weinige Russische atleten redelijk Engels.

Het tweede jonge Russische talent is hoogspringster Jelena Slesarenko, die in Boedapest met groot vertoon van macht wereldkampioen werd. Bijna had ook zij het wereldrecord verbeterd. Dat staat met 2,07 meter op naam van de Duitse Heike Henkel. Waar Slesarenko tot 2,04 meter moeiteloos over alle hoogten scheerde, ging het over 2,08 meter steeds net mis. Haar persoonlijk record stond op 1,94 meter.

Net als Lebedeva en Isibajeva is Slesarenko afkomstig uit Volgograd. Maar volgens de Russinnen zelf is dat puur toeval: iedere atleet werkt in Rusland individueel en is op zichzelf aangewezen.