Huwelijk

Wanneer het de heer Giebels ernst is met zijn uitspraak, (NRC Handelsblad 2 maart), dat procreatie de grondslag van het huwelijk moet zijn (en blijven), realiseert hij zich blijkbaar niet dat dit principe verstrekkende gevolgen zou kunnen hebben. Want waarom zouden we een man en een vrouw laten trouwen die bewust hebben gekozen voor een leven zonder kinderen? Mag een echtpaar dat kinderen wil adopteren wel trouwen, immers ze planten zich niet voort?

En wat als één van de partners in een huwelijk onvruchtbaar is? Dat zijn voorbeelden van relaties waarbinnen procreatie geen rol speelt. Anderzijds: wanneer twee homoseksuele mannen samen met twee lesbische vrouwen besluiten kinderen te willen krijgen, is het dan terecht dat zij kunnen trouwen, met hun vieren wellicht? Natuurlijk kan het voorgaande als absurd worden afgedaan. Maar wanneer men zich op principes beroept, moet men zich er ook van bewust zijn welke consequenties dat kan hebben. Procreatie als argument tegen het homohuwelijk is daarmee misschien wat minder solide dan gedacht. En er zijn ook wel argumenten vóór.

Een veranderende maatschappij kan niet zonder veranderende wetten, want de werkelijkheid haalt ons van alle kanten in. Het openstellen van het burgerlijk huwelijk is daarom geen juridische monstruositeit maar het toepassen van het anti-discriminatiebeginsel uit de Grondwet.

Dat hebben wij als volk zelf besloten. Blijkbaar willen wij dat twee mensen, die van elkaar houden en ervoor kiezen om langdurig samen te leven, een goede rechtsbasis kunnen krijgen. Dat heeft niets met provocatie te maken, maar alles met het respecteren van je naaste zoals je zelf ook gerespecteerd wilt worden.