EU-burgers willen invloed Brussel op asiel en immigratie

De meeste Europeanen willen dat Brussel zich méér bemoeit met asiel en immigratie. Ook vindt een overweldigende meerderheid dat de vijftien landen van de Europese Unie elkaars vonnissen op het gebied van burgerlijk recht en familierecht (echtscheidingen, erfenissen en dergelijke) moeten erkennen. Dat blijkt uit een gisteren in Brussel gepresenteerde opiniepeiling, de Eurobarometer.

Van euroscepsis valt in deze peiling weinig te bespeuren. ,,Als het gaat om Justitie en Binnenlandse Zaken is de burger meer Europees dan we dachten'', aldus een hoge ambtenaar van de Commissie. Meer Europees vaak, zo blijkt, dan hun eigen ministers. Zo vindt 89 procent van de ondervraagden dat het makkelijker moet worden om een gerechtelijk besluit uit het ene land uit te voeren in een ander land. 71 procent vindt dat Europese misdaadbestrijding effectiever is dan een puur nationale aanpak. Ook over de harmonisatie van de vijftien asielsystemen die nu in de Unie bestaan, zijn de ondervraagden duidelijk: 85 procent vindt dat de regels om asielzoekers wel of niet de status van vluchteling te geven overal dezelfde moeten zijn. 80 procent wil strengere controles aan de buitengrenzen. Alleen op de vraag of bepaalde economische sectoren immigranten nodig hebben is het antwoord minder eensluidend: 56 procent vindt van wel, 40 procent vindt van niet (de rest had geen mening).

In grote lijnen is de peiling, die in december onder 7.504 EU-inwoners werd gehouden, een opsteker voor de Europese Commissie. Die spant zich al een paar jaar in om een gemeenschappelijk beleid op te zetten voor asiel en immigratie, voor de uitgifte van visa en voor grenscontrole. Ook probeert de Commissie meer samenwerking te organiseren tussen politiediensten, douane, immigratie-ambtenaren en rechtbanken.

De Commissie doet dit in opdracht van alle vijftien regeringsleiders, die hier in 1999 een ambitieus en gedetailleerd plan voor opstelden. Magistraten en politiechefs uit de EU-landen vergaderen nu geregeld. Ook zijn er nu Europese regels voor de opvang van asielzoekers en de rechten van mensen van buiten de EU die hier langdurig verblijven. Dat was vijf jaar geleden ondenkbaar. Maar ironisch genoeg zijn het juist de vijftien lidstaten die ervoor zorgen dat de deadline (mei dit jaar) op sommige terreinen niet wordt gehaald. Bij het uitvoeren van elkaars rechterlijke beslissingen of het formuleren van één Europese definitie van het begrip 'vluchteling', doen veel ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken moeilijk. De meeste onderhandelingen hierover zijn nog lang niet afgerond.

De ministers vinden het moeilijk om hun nationale bevoegdheid (deels) op te geven. Maar ze zijn ook bang voor de publieke opinie in hun land – vooral over beladen onderwerpen als immigratie. De Commissie wil streng optreden tegen economische asielzoekers, illegalen uitzetten en grenscontroles opschroeven. Daar zijn de meeste landen vóór. Maar omdat de Europese economie in bepaalde sectoren immigratie nodig heeft, wil de Commissie de `gewenste instroom', op beperkte schaal, weer legaliseren. Als immigranten dan toch blijven komen, is het bovendien beter om zelf te bepalen wie dat zijn.

Veel ministers zien hier de logica van in. Maar ze durven dat niet hardop te zeggen, uit angst dat zijzelf of hun partijen bij verkiezingen worden afgestraft. Uit de opiniepeiling blijkt dat deze angst niet helemaal ongegrond is: maar een krappe meerderheid van de EU-burgers is voor legale economische immigratie.