Embryo-onderzoek

Christine Mummery en Guido de Wert stellen in NRC Handelsblad van 2 maart dat het in brede kring aanvaardbaar wordt geacht om met prille embryo's te experimenteren. Het vijf dagen oude embryo heeft volgens hen een ,,relatief geringe beschermwaardigheid'', afgezet tegen het belang van het onderzoek en in vergelijking met de verder ontwikkelde foetus.

Op de argumenten die CDA en SGP hebben gegeven tegen dergelijk onderzoek wordt terloops en nogal badinerend aandacht besteed.

Terecht klinkt het verwijt van de beide schrijvers dat de christelijke vleugel in deze vaak over weinig wetenschappelijk-technische kennis van zaken beschikt waar het embryo-onderzoek betreft, en bijvoorbeeld de verschillende toepassingen (therapeutisch en reproductief onderzoek) niet goed onderscheidt. Daar gaat het ook niet om. Voorbij wordt gegaan aan de kern van hun betoog en dat van het Vaticaan, te weten dat het leven heilig is en niet iets dat je, hoe goed de zaak en de bedoeling ook is, naar behoeven kan beginnen en doen eindigen.

Het mag de auteurs-onderzoekers onwelgevallig zijn, maar het is een ethische regel die aan duidelijkheid niets te wensen overlaat. Zelf bevinden zij zich daarentegen ethisch op een gevaarlijk hellend vlak: een jong embryo is blijkbaar niet een onmiskenbaar menselijk wezen en als zodanig beschermenswaardig.

Later wordt het dat wel, maar hoeveel dagen of maanden later blijft onduidelijk, net als de criteria die voor dit `mens worden' kunnen worden aangelegd. De maatstaf lijkt wederom de ,,aanvaardbaarheid in brede kring'' te zijn. Het argument is wellicht dat we voor de zieke en lijdende mens makkelijker empathie voelen dan voor het ongeboren, ongekende en zwijgende leven. Laten we oppassen dat we de zwakken niet beschermen door het massaal offeren van de allerzwaksten.