Einde van strippenkaart in zicht

In Rotterdam start komend najaar een proef met de nieuwe chipkaart voor het openbaar vervoer. Althans, dat hoopt men. Er is nog een lange weg te gaan.

De strippenkaart nadert langzaam zijn uiterste houdbaarheidsdatum. Er moet een chipkaart komen waarmee reizigers hun gebruik van het openbaar vervoer kunnen afrekenen. In Rotterdam wordt de kaart vanaf september dit jaar ingevoerd op alle metrolijnen. De NS zal de kaart introduceren op het traject tussen Schiedam en Hoek van Holland. Als alles meezit, zou vrijwel het hele Nederlandse openbaar vervoer in 2007 betaald kunnen worden met de OV-chipkaart.

,,Maar dat is een optimistisch scenario'', zegt Jeroen Kok. ,,We hebben te maken met 35 overheden die de opdrachtgevers van de openbaarvervoerbedrijven zijn plus 15 van die bedrijven. U begrijpt dus dat er heel veel overleg nodig is.'' Kok is directeur van Trans Link Systems. Dit bedrijf begeleidt namens de openbaarvervoerbedrijven de invoering van de OV-chipkaart en zal verantwoordelijk zijn voor de verrekening van de ritten en de productie van de kaart. Trans Link heeft de technische realisatie uitbesteed aan het internationale consortium East-West. Dit heeft eerder in Hongkong een soortgelijk systeem opgezet.

De kaart werkt eenvoudig. De reiziger houdt hem op tien centimeter afstand van een kaartlezer. Deze leest in maximaal 0,3 seconden de benodigde gegevens. Welke dat zijn, hangt af van de soort kaart. Hoe het aanbod van kaarten er uit gaat zien, is nog niet geheel duidelijk. Ieder openbaarvervoerbedrijf kan zijn eigen keuzes maken.

Er zullen zeker kaarten komen waarmee alleen een enkele reis mogelijk is, evenals dagkaarten en abonnementen. De kaart kan voorzien zijn van vast bedrag, of kan oplaadbaar zijn. Opladen zou kunnen in automaten op het (bus)station of via automatische incasso, zodra het saldo onder een bepaalde waarde daalt. Dit laatste is in Hongkong erg populair.

In principe kan de kaart voor nog veel meer zaken gebruikt worden. Te denken valt aan het betalen van parkeermeters, huurfietsen, taxi's of een kopje koffie. Kok is echter huiverig voor al te veel toepassingen. ,,Hoe meer toepassingen, hoe meer gegevens er op de kaart staan en hoe langer het duurt om de kaart uit te lezen. We willen niet dat mensen op drukke stations moeten wachten tot hun kaart is uitgelezen voordat het toegangspoortje naar het perron open gaat.''

Er zijn verschillende redenen om de kaart in te voeren, zegt Anita Pak van het Rotterdamse openbaarvervoerbedrijf RET. ,,In de eerste plaats willen we het zwartrijden tegengaan. Daarvoor werkt de kaart goed, want zonder OV-chipkaart gaat het poortje niet open. Verder denken we dat er minder mensen nodig zullen zijn om kaarten te verkopen dan nu. Deze mensen kunnen we beter inzetten om de veiligheid te vergroten. Dat is ook de reden dat we geen conducteurs gaan ontslaan.''

Verder maakt de OV-chipkaart een rechtvaardiger manier van betalen mogelijk. De strippenkaart kent een zonesysteem. Met de OV-chipkaart is het mogelijk om exact de gereden afstand af te rekenen. Wie één halte reist en een zonegrens oversteekt, betaalt naar verhouding veel meer dan wie van de ene kant van een zone naar de andere kant gaat. Met de OV-chipkaart, daarentegen, kan bij wijze van spreke betaald worden per afgelegde meter. Ook hier is niet duidelijk wat de openbaarvervoerbedrijven precies gaan doen. Maar het is de verwachting dat ze hun klanten zullen laten betalen voor de afgelegde afstand en niet meer per zone. Voorts is het mogelijk om de prijs te variëren. In de spits zou er meer gerekend kunnen worden dan op andere uren.

Met de OV-chipkaart komen er ook toegangspoortjes, tourniquets of andere automatische toegangen op de perrons voor treinen, metro's en bij bepaalde tramhaltes. De poortjes zijn echter duur. Voor alleen al de Rotterdamse metro bedragen de kosten van poortjes, lezers en andere infrastructuur ongeveer 50 miljoen euro. Voor heel Nederland kunnen de kosten oplopen tot 1 miljard euro.

Uit kostenoverwegingen zullen de poortjes op minder drukke stations en haltes niet geplaatst worden. De NS zal ongeveer 150 stations voorzien van toegangspoortjes. De investering in poortjes is hier rendabel, omdat 90 procent van de treinreizigers via deze stations reist. Op de overige 200 stations komen alleen kaartlezers. Conducteurs krijgen een mobiele kaartlezer. Bij de bus zijn poortjes sowieso niet praktisch. Daar zal de chauffeur moeten controleren of de reizigers hun kaart wel op de juiste wijze gebruiken. Al met al blijven er mogelijkheden voor zwartrijden, maar dit verschijnsel zal beperkt blijven tot de minder drukke stations en haltes.

Met de komst van toegangspoortjes is de cirkel in de Rotterdamse metro weer rond, zegt Anita Pak. ,,Toen de metro in 1968 ging rijden, hadden we ook tourniquets. Die zijn afgeschaft toen de strippenkaart werd geïntroduceerd.'' Ook in het openbaar vervoer herhaalt de geschiedenis zich.