Druk op de ketel

De intensivering van de criminaliteitsbestrijding door het kabinet-Balkenende gaat sommigen nog niet ver genoeg. Ze heeft in elk geval ,,sterke opwaartse effecten op de behoefte aan sanctiecapaciteit''. Zo meldde minister Donner (Justitie) een half jaar geleden. De rechters hebben in een jaar tijd 3.000 detentiejaren méér opgelegd. Waar moeten die mensen blijven? Aan het eind van het jaar kon Donner alleen maar ,,nieuwe tekorten'' in het vooruitzicht stellen. Hij had het daarbij over aantallen cellen, maar de druk op het gevangeniswezen is niet alleen kwantitatief. De jacht van de bewindsman op meer cellen gaat namelijk hand in hand met een ingrijpend proces van ,,versobering', zoals het favoriete Haagse woord luidt. Ook de reclasseringshulp wordt daardoor getroffen. Dat doet de druk op de ketel verder oplopen.

Donner heeft zich openlijk uitgesproken voor ,,draconische maatregelen'' in de strijd tegen het cellentekort. Dat is een heldere politieke prioriteit. De druk op en in het gevangeniswezen is echter ook een verantwoordelijkheid van de minister van Justitie. Twee gevangenisdirecteuren die het hebben gewaagd hun stem daartegen te verheffen worden door Donner de laan uitgestuurd. Dit was voor de Tweede Kamer reden de minister vanmiddag naar het vragenuurtje te roepen. Sinds wanneer is kritiek verboden? Het gaat hier om de huidige en vorige voorzitter van de vereniging van gevangenisdirecteuren. Als die niets mogen zeggen, wie dan wel? Het kabinet heeft net een wijziging van de Ambtenarenwet inzake de ambtelijke integriteit gepresenteerd, waarin de professionele verantwoordelijkheid van de ambtenaar juist wordt benadrukt.

Donner noemde voor de radio niet de kritiek op zijn beleid, maar de weigering van de twee gevangenisdirecteuren om regeringsbeleid uit te voeren als reden voor ontheffing uit hun functie. Een subtiel doch veelbetekenend onderscheid. De officiële ,,ontslagbrief'' spitst zich wel degelijk toe op kritiek als ontslaggrond. De minister kan zich hier uit redden door aan te voeren dat niet de kritiek zelf aanleiding was, maar de manier waarop deze is geuit en dat dit op zijn beurt blijkt geeft van gebrek aan loyaliteit.

Hoe spitsvondig en van zichzelf overtuigd minister Donner ook is, deze episode doet zijn geloofwaardigheid geen goed. Deze staat toch al onder druk door zijn eenzijdige benadering van het veiligheidsprobleem. Bij alle animo voor opsluiten begint twijfel te knagen hoe al die nieuwe gedetineerden na hun straf eigenlijk moeten worden gereïntegreerd in de samenleving. Donner reserveert de reïntegratieprogramma's voor gedetineerden die gemotiveerd zijn mee te werken, terwijl het gezond verstand zegt dat het juist de grote uitdaging is om de niet-gemotiveerden over de streep te trekken. Twee lastige gevangenisdirecteuren de laan uitsturen neemt deze twijfel niet weg.