Cito-toets net zo gemaakt als vorige jaren

Het kennisniveau van leerlingen in de hoogste groep van de basisschool is dit jaar vrijwel gelijk aan dat van de laatste drie jaar. De landelijke gemiddelde score van de Cito-toets was dit jaar 535,2. In 2001, 2002 en 2003 was dat respectievelijk 535,1, 535,0 en 535,0. Volgens het Cito is de zeer geringe toename een ,,normale statistische fluctuatie'' die geen verklaring behoeft.

Dat blijkt uit de resultaten van de Eindtoets Basisonderwijs 2004, zoals de Cito-toets officieel heet, die gisteren naar de scholen is gestuurd. Dit jaar namen 167.000 leerlingen op 6.400 basisscholen deel aan de toets, een belangrijke indicatie voor de vervolgopleiding van een leerling. Een score van 535,2 leidt vaak tot een advies voor de gemengde of de theoretische leerweg van het vmbo, de samenvoeging van mavo en vbo.

De Cito-score varieert tussen 501 en 550 punten. Leerlingen die tussen de nul en veertig van de totaal 200 vragen goed hebben halen een score van 501. Leerlingen met een score van 550 hebben tussen de 185 en 200 vragen juist beantwoord. Dit jaar waren er negen leerlingen die alle antwoorden goed hadden.

Het verschil tussen witte en zwarte scholen is aanzienlijk, maar stabiel. Scholen worden ingedeeld in zeven groepen: hoe hoger het cijfer, hoe zwarter de school (scholen uit groep 7 hebben meer dan 76 procent allochtone leerlingen). De gemiddelde score voor groep 1-scholen is dit jaar 538, die voor groep 7-scholen is 528,2. Beide gemiddelde scores zijn sinds 2001 vrijwel gelijk, er is dus geen verbetering of verslechtering bij zwarte scholen. Witte scholen in de vier grote steden scoren iets hoger dan het landelijk gemiddelde van witte scholen, zwarte scholen in de vier grote steden scoren vrijwel gelijk aan het landelijk gemiddelde. Het percentage leerlingen dat in aanmerking komt voor leerwegondersteunend onderwijs, dat wil zeggen vmbo met extra zorg, is op groep 1-scholen 1,52. Op groep 7-scholen scholen gaat het om 13,48 procent.

Jongens scoren over de hele linie hoger dan meisjes. Op het onderdeel taal scoren de meisjes beter, bij rekenen de jongens. Bij het onderdeel studievaardigheden is het verschil nihil. Bij het facultatieve, niet meetellende onderdeel wereldoriëntatie zijn de jongens beter.

Het verschil tussen jongens en meisjes wordt kleiner naarmate de school zwarter is. De jongens van groep 7-scholen rekenen even goed als meisjes van alle schoolgroepen gemiddeld. Een verklaring voor dit fenomeen is er niet, volgens projectleider G. Staphorsius van de Cito-groep. ,,Als u een verklaring heeft, hou ik me aanbevolen. We gaan dit nader onderzoeken.''

Nieuw dit jaar was de niveautoets, afgenomen via internet, voor leerlingen waarvan de school inschat dat de reguliere toets te moeilijk is en die naar het praktijkonderwijs zullen gaan. De niveautoets werd gedaan door 1.032 leerlingen, die naar verwachting tussen 501 en 530 punten scoorden.