Bisschoppen: `vriendelijk gesprek' met paus

Nederlandse bisschoppen overhandigden gisteren het Ad Limina-rapport aan de paus. Tot een discussie kwam het niet. ,,De paus is natuurlijk een oude man. Daar moet je geen discussies mee gaan voeren.''

Het is nog maar half acht in de ochtend als de Nederlandse bisschoppen maandag in de Sint Pieterskerk in Rome de mis vieren bij het graf van de apostel Petrus. Hen wacht een drukke week van bedevaart, pausbezoek, en de presentatie van het Ad Limina-rapport dat terugblikt op de ontwikkelingen in de Nederlandse katholieke kerk in de afgelopen vijf jaar.

Direct na het ontbijt volgen afspraken bij de congregaties (ministeries) van de katholieke opvoeding en die van de clerus. Vanaf elf uur steken de bisschoppen gekleed in ,,klein paars'', zwarte toog en paars sjerp om het middel, één voor één het Sint Pietersplein over naar de bronzen poort. Daar leggen ze een officier van de Zwitserse garde een brief over waarin staat dat de paus hen verwacht.

Boven op de derde etage ontvangt de kerkvorst in zijn werkvertrek. Hij zit, staat niet op. De paus blijkt vermoeid, maar helder van geest. Hij heeft een kaart van Nederland voor zich liggen, bekijkt de bezoeker nauwlettend vanuit zijn rechteroog, volgt goed wat zijn gast zegt en opent af en toe zijn linkeroog om het contact te intensiveren.

Vanaf half twaalf komen de bisschoppen weer één voor één naar beneden. Als eerste monseigneur Muskens van Breda. ,,Breda riep bij de paus associaties op met de Poolse generaal Majèk die Breda heeft bevrijd in 1945. Eén van mijn eerste daden, toen ik bisschop werd, was de net gestorven generaal begraven. Dat hebben we in gedachte opnieuw gedaan. Verder was de paus zo vermoeid dat ik zei: We kunnen verder beter niet te veel zware gesprekken voeren. Laten we maar samen een Onze Vader en een Weesgegroet bidden. Dat hebben we toen maar gedaan.''

Dan daalt bisschop Punt van Haarlem af, gesecondeerd door zijn hulpbisschop Van Burgsteden. Punt omschrijft de ontmoeting die een klein kwartier duurde als ,,een vriendelijk gesprek''. ,,De paus herinnerde zich nog dat hij in zijn studiejaren een keer in Amsterdam geweest was. Amsterdam, mooie stad, zei hij. Amsterdam stad van de eucharistie en stad van Maria, zei ik. Verder heeft hij naar de priesterroepingen gevraagd. Ik heb hem kunnen vertellen dat het priestertekort zich bij ons heeft gestabiliseerd.''

Bisschop Eijk van Groningen straalt. Het was zijn eerste bezoek in Ad Limina-verband aan de paus. ,,Ik heb hem op de landkaart voor hem aangewezen waar Groningen ligt. Ik heb uitgelegd dat we sinds een paar jaar weer de eerste wijdingen hebben: drie diakenwijdingen en een priesterwijding. Het was zeer indrukwekkend om de opvolger van Petrus, de stadhouder van Christus in levende lijve te ontmoeten. We hebben een levendige uitwisseling van ideeën gehad. Hij heeft mij bemoedigd, maar ik hem ook. Ik heb gezegd: Er zijn toch lichtpunten in Nederland.''

Kardinaal Simonis blijkt door de gangen van het Vaticaan een sluiproute te hebben gevonden en laat zich pas een uur later weer zien na het gezamenlijke bezoek aan de congregatie van de eredienst aan de overkant van het Sint Pietersplein. Op de vraag of hij na zijn bezoek aan de paus nog altijd zo somber is als dit weekend zegt hij: ,,Het is gewoon een hele diffuse situatie in Nederland, niet alleen wat kerk betreft maar ook het politieke klimaat, het is onbestemd.'' Met de paus blijkt hij het daarover niet te hebben gehad. ,,De paus is natuurlijk een oude man. Daar moet je geen discussies mee gaan voeren. De paus vroeg wel nog hoe kardinaal Willebrands het maakt en hoe het staat met de priesterroepingen. En ik heb de nieuwe hulpbisschop van Utrecht monseigneur De Korte aan hem voorgesteld.''

Een busje vervoert de geestelijk leiders naar het Nederlands college waar ze logeren en waar de lunch en de siësta op het programma staan. Na het bisschoppelijk middagslaapje verzamelt de pers zich in de chique, met veel zwaar houtsnijwerk en glas in lood verfraaide zaal, voor de presentatie van het Ad Limina-rapport.

De cijfers zijn onverbiddelijk. Elk jaar 50.000 katholieken minder. In zeven jaar is het aantal priesters met eenderde teruggelopen. Slechts 8 procent van de bijna vijf miljoen katholieken gaat wekelijks naar de kerk.

Kardinaal Simonis vat samen en spreekt over de ,,geweldige gevolgen die de secularisatie heeft gehad voor de relevantie van kerk en geloof in Nederland.'' Er is een ,,groot gebrek aan kerkelijke participatie en een geweldig gebrek aan jonge priesters.'' Winstpunt is wat hem betreft de nieuwe belangstelling bij sommige jongeren voor geloof en ,,goddank is de onderlinge polarisatie in de kerk minder geworden.'' Voor de toekomst mikt de kerk op ,,twee speerpunten''. Ze moet weer meer missionair worden, zowel naar binnen als naar buiten. En er moet worden gemikt op geloofsverdieping.

Als bisschop Van Luyn van Rotterdam na afloop boven in de gezamenlijke huiskamer nogmaals uitlegt dat de kerk in dialoog moet treden met de samenleving, steekt Muskens al een dikke sigaar op en breviert Simonis zich langs de rand van het tapijt een weg door het Brabantse rookgordijn. Vrijdag geeft de paus zijn oordeel over de toestand in de wereld van katholiek Nederland.