Wetenschap kampt met `hersenvlucht'

Al maanden eisen Franse wetenschappers van de regering meer geld voor de kwakkelende onderzoekswereld. Morgen loopt hun ultimatum af.

Tot afgelopen zaterdag leek de Franse premier Jean-Pierre Raffarin niet echt in de gaten te hebben, dat een traditioneel paradepaard van de Republiek, de wetenschap, bij gebrek aan goede verzorging weleens zou kunnen gaan bokken. Toch loopt morgen het ultimatum af, van de onderzoekswereld aan de regering. Zeshonderd laboratoriumdirecteuren zijn vastbesloten morgen massaal ontslag te nemen, ingeval van niet-inwilliging van hun eisen. Ze maken deel uit van de 61.596 onderzoekers en laboratoriumtechnici (op een totaal van 104.700 werknemers), die de begin januari opgestelde petitie van het comité `Red het onderzoek' ondertekend hebben. Zelfs hun collega's in het buitenland waarschuwen de Franse regering in Le Journal du Dimanche van gisteren tegen het `onomkeerbare verval' van de Franse wetenschap.

Afgelopen zaterdag trachtte een kennelijk plotseling gealarmeerde premier Raffarin het tij te keren: lamlegging van het onderzoek twee weken voor de regionale verkiezingen is bij nader inzien toch geen prettige ontwikkeling. Raffarin bood aan de komende drie jaar drie procent van het nationaal inkomen (in plaats van de huidige 2,2 procent) uit te trekken voor het wetenschappelijke onderzoek.

Hoe aanlokkelijk ook, `Red het onderzoek' wees het aanbod subiet als ,,onvoldoende'' van de hand. In tijden van nood lijkt oud-reclameman Raffarin, bekend om zijn communicatieve eigenschappen, wel vaker op de spreekwoordelijke kat. In plaats van de gemoederen te sussen gooide hij vrijdag, daags voor zijn aanbod, nog olie op het vuur. Hij achtte het zinvol om de jaarvergadering van de bouwwereld voor te houden dat er ,,ook een intelligentie van de hand'' bestaat. Deze intelligentie, voegde de premier eraan toe – met de nadruk op `deze' – ,,spreekt rechtstreeks tot het hart''.

Behalve onhandig is Raffarins uitlating een teken van hoogopgelopen ergernis. De premier verwees voor de goede verstaander rechtstreeks naar een twee weken geleden gepubliceerd manifest in het muziekblad Les Inrockuptibles. In een mum van tijd tekenden tienduizenden deze `Oproep tegen de oorlog tegen de intelligentie'. De regering van Jean-Pierre Raffarin wordt erin verweten `frontale aanvallen' uit te voeren op `kwetsbare sectoren' als de kunsten, de wetenschappen, het onderwijs, de ziekenzorg, justitie en de omroepen. Bezuinigingen, privatisering en sluitingen zijn volgens het manifest `onthullend voor het nieuwe anti-intellectualisme van de Staat'.

Het aanbod van Raffarin aan de wetenschap komt volgens hem neer op drie miljard `extra' tot 2007. Waar de premier het geld vandaan wil halen - het begrotingstekort neemt in weerwil van vrome beloften aan `Europa' eerder toe dan af – is een vraag die niet eens beantwoord hoeft te worden. Reden voor de handhaving van het ultimatum door `Red het onderzoek' is dat de premier eenvoudigweg niet op zijn woord geloofd wordt. President Jacques Chirac belooft sinds 2000 al precies hetzelfde als Raffarin nu voorstelt. Het enige resultaat is dat het onderzoek sinds twee jaar tien procent minder te besteden heeft.

Al die tijd al luidt de sector de noodklok. Er is sprake van een structurele `hersenvlucht': Franse wetenschappers die naar het buitenland, met name Amerika, vertrekken. De Franse wetenschapper heeft nog altijd een voortreffelijke reputatie in de wereld, des te schrijnender is het dat hij `thuis' niet de kans krijgt te excelleren. In de media vertellen de expats over de met de laatste technologische snufjes toegeruste labs in de Verenigde Staten, maar ook elders, tot in China toe. Hun voormalige Franse werkgever kon vaak niet eens schoonmaakmiddelen aanschaffen.

Veel expats kunnen zelfs de vergelijking niet maken, omdat ze in Frankrijk nooit aan de slag hebben gekund. Hoewel de helft van het huidige wetenschappelijke personeel in 2012 gepensioneerd zal zijn, neemt de werkgelegenheid alleen maar af en financieren promovendi en jonge onderzoekers hun eigen stageplaatsen. `Red het onderzoek' eist daarom 550 nieuwe vaste aanstellingsmogelijkheden in plaats van de 120 die zijn toegezegd. De posten kosten twintig miljoen euro extra per jaar – onmogelijk volgens dezelfde regering, die er geen been in ziet wel drie miljard extra toe te zeggen. Het comité heeft niet nagelaten te wijzen op deze tegenstrijdigheid en heeft eraan toegevoegd, dat het halve miljard euro dat het vergeefs eist ,,om de laboratoria op orde te brengen'' ook nog altijd een schijntje is vergeleken bij het aanbod.

Niet alleen geldgebrek speelt een rol. Frankrijk besteedt aan `publiek' wetenschappelijk onderzoek nog altijd meer geld dan de meeste andere landen in de wereld. Dat de Verenigde Staten, Japan en vooral Finland toch koplopers zijn in het onderzoek, en daarmee in economische innovatie, komt door de samenwerking met het bedrijfsleven en het werken op projectbasis. In het `institutionele' Franse bestel is zowel het een als het ander een onderontwikkeld element. Een vrijdag van overheidswege inderhaast aangekondigd `Nationaal Comité voor de toekomst van het onderzoek' moet ,,in de loop van de zomer'' rapport uitbrengen van de inefficiëntie.