Vriendelijke redenaar

Met zijn 48 jaar is Kostas Karamanlis de jongste premier die in Griekenland aantreedt. Bijna was dit reeds vier jaar geleden gebeurd, toen hij op het nippertje de parlementsverkiezingen verloor van de zittende socialistische premier Kostas Simitis. In zijn verbittering verzuimde hij toen de overwinnaar te feliciteren, iets dat temeer verbaasde omdat de leider van de conservatieve Nieuwe Democratie bekend staat als `aardig' en `gezellig'. Hij is op zijn best in wat op zijn Grieks parea heet, klein gezelschap, hij houdt van Griekse muziek en `kefi' (plezier).

De in Thessaloniki geboren oomzegger van de gelijknamige en legendarische premier en president, die Griekenland Europa binnenloodste, heeft in de afgelopen verkiezingscampagne dit familieverband nauwelijks uitgespeeld, zoals zijn nu verslagen rivaal Jorgos Papandreou wel deed met zijn vader en grootvader, beiden premier geweest. De wat autoritaire wijze van optreden van de oom was ook in het geheel de zijne niet. Als redenaar is hij stellig de meerdere van zijn oom. Maar ook in een gewoon gesprek weet hij zich helder uit te drukken. Niet voor niets is zijn in Amerika geboren rivaal een rechtstreeks televisiedebat met hem uit de weg gegaan.

Karamanlis studeerde rechten in Athene, later politieke wetenschappen en diplomatieke geschiedenis in Boston. In de jaren tachtig doceerde hij in Amerika aan het Deree College. In 1989 werd hij in het Griekse parlement gekozen voor de Nieuwe Democratie, waarvan hij in 1997 voorzitter werd, wel mede dankzij zijn voor- en achternaam.

Een socialist heeft gezegd dat Karamanlis eigenlijk altijd `zonder beroep' is geweest en nog geen enkele zaak `al was het maar een kiosk' heeft beheerd. Deze aantijging heeft bij de kiezers geen wortel geschoten, als leider van de oppositie en van een partij met veel valkuilen heeft hij, afgezien van enkele flaters, duidelijk bewezen zijn mannetje te staan.

Laat in het huwelijk getreden met de eveneens populaire pedagoge Natasja Pazaítis werd hij vorig jaar vader van een tweeling, een jongen en een meisje, die in de verkiezingscampagne niet onbenut is gebleven. Een van Karamanlis' vele verkiezingsbeloften luidt trouwens, tegen de achtergrond van het gevaar van een slinkende bevolking, dat voortaan ook gezinnen met drie kinderen als `grote gezinnen' zullen worden beschouwd en voor subsidies in aanmerking komen.