The Ponys

Het is geen nieuws dat de huidige generatie garagerockbands even gretig over de schouders kijkt bij de new-wave-generatie van een kwart eeuw geleden als de rest van het hippe popwereldje. Terwijl de verf van de kunstacademie nog niet helemaal droog lijkt bij bijvoorbeeld Franz Ferdinand, stinkt het bij The Ponys nog echt naar de garage.

Zelfs een verwijzing naar de jaren-zestig-pop volgens de Phil Spector-methode kan er van af, bij wijze van intro van Fall Inn.

Ook op eigen kracht kan de band intro's verzinnen die de luisteraar onverbiddelijk een woeste klankenwereld insleuren. Want de rafels hangen eraan, van het vette, dreinende orgeltje tot de heftig vervormde gitaren. Die draaien rondjes in een buitengewoon fel soort dynamiek, die de nummers ongenadig voortstuwen. De zang klinkt als een verwrongen kruising tussen gothic-icoon Robert Smith en New York-punk Richard Hell en de manische manier waarop de songstructuren worden afgeragd doen de venijnige New-Yorkse new-wave-school (jonge Talking Heads, Television, Hell) al helemaal terugkeren. Ook los van zulke referenties imponeert de zelfverzekerdheid van The Ponys, vooral omdat die zich niet beperkt tot songtitels als I Love You 'Cause You Look Like Me en I'll Make You A Star.

The Ponys: ``Laced With Romance''

(In The Red ITR 109, distr. Konkurrent)