Rechtse Nieuwe Democratie wint Griekse verkiezingen

De Griekse parlementsverkiezingen zijn gisteren gewonnen door de conservatieve oppositiepartij Nieuwe Democratie (ND) onder leiding van de 48-jarige Kostas Karamanlis, met een groter verschil dan werd verwacht. De partij behaalde 45,5 procent van de stemmen (was in 2000 bijna 43 procent). De socialistische PASOK, die sinds 1993 onafgebroken aan de macht is geweest, zakte van 44 naar 40,5 procent. Volgens het kiessysteem, dat de grootste partij hevig begunstigt, komt de ND hiermee op 165 van 300 zetels (was 125), de PASOK op 117 (was 158).

Van de kleine partijen wisten de communisten zich te handhaven op 5,5 procent (12 zetels).Het Verbond van Radicaal Links overschreed tot zijn grote opluchting andermaal de kiesdrempel van 3 procent (6 zetels), iets wat de nieuwe, ultrarechtse anti-vreemdelingenpartij Orthodox Volksalarm net niet lukte.

Tot laat in de nacht was het in het centrum van Athene een feest van blauwe vlaggen, claxonnerende auto's en dansende mensen die bij volle maan de zon (het embleem van de PASOK) vaarwel wensten. Tot minder laat hielden ook de aanhangers van de verliezende partij een feestje om de moed erin te houden, bij hun electorale hoofdkwartier op wat toevallig al vanouds het Plein van de Zuchten heet.

De winnaar, vergezeld van zijn stralende echtgenote Natasja, kwam laat in de avond met de gebruikelijke matigende betuiging dat er ,,geen winnaars en geen verliezers'' waren, ,,niemand is overbodig in de strijd voor een nieuw Griekenland''. Prioriteit zou gaan naar onderwijs en cultuur. In harmonie met de oppositie zou worden gewerkt aan een `rechtvaardige, Europese' oplossing inzake de toetreding van Cyprus tot de EU op 1 mei, en aan `de beste en veiligste Olympische Spelen ooit gehouden'.

De verliezer, PASOK-leider Jorgos Papandreou, was gisteren al vroeg zonder echtgenote in het perscentrum verschenen met een al even gematigde verklaring waarin hij toegaf dat er fouten waren gemaakt en dat er te weinig tijd was geweest.

Nog maar twee maanden geleden is hij door premier Simitis (67) voorgedragen als nieuwe voorzitter en kandidaat-opvolger in de hoop dat hij als 51-jarige een algehele vernieuwing zou belichamen die ook de jeugd zou aanspreken.

Dit laatste is aardig gelukt – overal zijn jongeren nauw betrokken geweest bij de verkiezingscampagne, maar dat geldt ook voor de ND onder de – nóg jongere – Karamanlis. Het echec lijkt toe te schrijven aan de paradox waarmee de nieuwe leider worstelde: hij moest het beleid van de afgelopen elf jaar – eigenlijk 23 want zijn vader kwam al in 1981 aan het bewind – verdedigen terwijl hij het tegelijkertijd indirect desavoueerde om dat hij sanering op alle fronten moest beloven. In het kader van de `nieuwe openheid' waarvan hij de heraut werd, zette hij bovendien twee bekende figuren uit het economisch ultra-liberale kamp op verkiesbare plaatsen bij wijze van `zuurstof voor de partij', een geste die moeilijk niet viel uit te leggen.

Er zat in Papandreou's hele optreden ook te veel imitatie van zijn demagogische vader, hol en minder overtuigend, bovendien was hij daarbij te veel gefixeerd op het papier. Ten slotte hoorde men de laatste dagen een onwaarschijnlijk aantal beloften. Gelijktijdig viel hij de ND scherp aan op grond van haar talrijke ultrarechtse elementen, maar dat levert in Griekenland geen stemmen op.

Karamanlis dankt zijn zege aan deze fenomenen maar in het algemeen aan onvrede over de duurte, de werkloosheid en de bureaucratie. Een vertrekkende minister drukte zei: Simitis creëerde een sterk Griekenland, maar geen sterke Grieken. Overheersend was het gevoel dat er eens wat anders moest komen. Naar verwachting zal Karamanlis spoedig een vriendschapsbezoek aan Ankara brengen, om nog eens te beklemtonen dat Athene ook onder zijn bewind inschakeling van Turkije in de EU voorstaat.

hoofdartikel: pagina 7