Priesteres van het positivisme

De Amerikaanse atlete Gail Devers is al 37 jaar, maar zal pas stoppen na een teken van God. ,,Ik heb een sterke persoonlijke relatie met hem'', zegt de wereld- en olympisch kampioene.

Met haar extreem lange nagels kan Gail Devers zich onmogelijk op het hoofd krabben, anders zou ze dat eens moeten doen. Langzamerhand lijkt de vraag op zijn plaats of het olympisch jaar 2004 geen mooie gelegenheid is afscheid te nemen van de atletiek.

De Amerikaanse is 37 jaar en heeft een prachtige carrière opgebouwd. Bij de wereldkampioenschappen indoor, afgelopen weekeinde in Boedapest, bleek ze nog niet aan dynamiek te hebben ingeboet, maar wel aan dominantie. Vrijdagavond won Devers de 60 meter, gisteren werd de titel op de 60 meter horden – haar favoriete afstand – voor haar neus weggekaapt door Perdita Felicien, de Canadese die vorig jaar in Parijs ook al wereldkampioen op de 100 meter horden werd.

Wie evenwel een toespeling maakt op een nakend afscheid, krijgt steevast te horen dat haar toekomst in Gods handen ligt en zij zich pas na een signaal van `boven' uit de sport zal terugtrekken. Dat kan morgen zijn, maar even goed over vier jaar. En Devers laat eveneens onbenoemd hoezeer een verslechtering van de resultaten invloed op dat besluit zal hebben.

De enige vingerwijzing is dat ze niet meer aan langetermijnplanning doet. Devers bepaalt haar agenda van wedstrijd tot wedstrijd. Zelfs vijf maanden voor het begin van de Olympische Spelen in Athene weigert ze te vertellen of ze van plan is mee te doen. ,,Echt, geloof me, daar heb ik me nog niet mee beziggehouden'', zegt ze. ,,Ik weet nu nog niet eens wat ik na de WK indoor in Boedapest zal doen; daar ga ik pas bij thuiskomst over nadenken. Ik ben erg druk met andere bezigheden, zoals het werk voor mijn Gail Devers Foundation, een fonds dat geld inzamelt voor liefdadigheidsdoelen. En, you know, trainen slokt veel tijd op.''

Devers is binnen de atletiek de priesteres van het positivisme. Je zult haar nooit horen mokken of klagen, zelfs niet als de prestaties tegenvallen. Zij was naar Boedapest gekomen om als eerste atlete de dubbel op de 60 meter te winnen, maar de mislukte missie ontstemde haar allerminst. Met opgewekt gemoed: ,,Ik loop altijd met mijn hart en dan zie ik wel wat God voor mij in petto heeft.'' En over de zilveren medaille: ,,Daar ben ik erg blij mee. Ik voelde me vandaag slappy en kon niet beter.''

Haar doorlopende vrolijkheid maakt Devers tot een prettig mens voor haar omgeving. Ook van haar concurrenten hoor je geen kwaad woord over de Amerikaanse. Er bestaat zonder uitzondering veel respect voor zowel de persoon als de atlete Devers. De Zweedse hordenloopster Susanna Kallur: ,,Uiterlijk en door haar gedrag wekt ze de indruk een hanig type te zijn, maar in werkelijkheid is dat helemaal niet zo. Ze is gewoon een sociale, aardige meid.''

En de Française Linda Ferga-Khodadin, die achter Devers derde werd op de 60 meter horden, prijst haar bereidheid tot het geven van adviezen. ,,Als je haar om raad vraagt, geeft ze altijd antwoord. Ze zal nooit informatie achterhouden. Ik heb technisch veel van haar geleerd. Ik vind Devers een sieraad voor de sport.''

Zelf noemt Devers zich een bevoorrecht mens. Met dank aan haar geloof. ,,Ik heb een sterke persoonlijke relatie met God'', vertelt ze. ,,Ik besef maar al te goed dat ik dankzij hem leef; hij heeft me gecreëerd als mens. Daarom kan ik zonder hem niets beginnen. Zo lang niets onmogelijk is voor God, is ook niets onmogelijk voor mij; daar geloof ik heilig in. Hij heeft me talenten gegeven die ik zo goed mogelijk moet gebruiken. En zo lang je dat doet, zul je een gezegend mens zijn. Waarom ik zo veel over mijn geloof praat? Simpel: omdat de mensen mij er naar vragen.''

Haar sterke religieuze overtuiging heeft Devers van huis uit meegekregen, want zij is de dochter van een baptistendominee uit Californië. Dat is niet de staat waarin ze geboren is; dat is Washinghton, in de stad Seattle. Maar toen Gail nog een meisje was, verhuisde de familie Devers naar National City, een stadje bij San Diego. Als de atlete het over `thuiskomen' heeft, doelt ze op die omgeving en niet op haar huidige woonplaats Duluth in de staat Georgia.

Devers' devote levenshouding is versterkt nadat in het begin van haar carrière de ziekte van Graves bij haar werd vastgesteld. Een jaar na de Olympische Spelen van 1988 in Seoul kreeg ze migraineaanvallen, last van slapeloosheid, viel ze vaak flauw, verminderde haar gezichtsvermogen en viel ze kilo's af. ,,Ik had voortdurend een uitgeput gevoel en het leek of ik geen controle meer had over mijn lichaam'', vertelt ze over die voor haar schokkende tijd.

Haar stofwisseling was verstoord als gevolg van een afwijking aan de schildklier. Uit angst voor een positieve dopingtest weigerde ze te worden behandeld met bètablockers, zoals de artsen hadden voorgeschreven. Het alternatief was bestraling, wat bij haar leidde tot aantasting van het immuunsysteem en een bacteriële infectie aan haar voeten. Blaren, zwellingen en bloedingen waren het gevolg. Op een bepaald moment was het zo ernstig dat Devers niet meer kon lopen en door haar ouders naar de badkamer en het bed moest worden gedragen. Pas nadat de artsen, die aanvankelijk laconiek op de klachten hadden gereageerd, de ernst van de infectie inzagen, kreeg ze antibiotica toegediend. Maar niet dan nadat een moment serieus was overwogen haar voeten te amputeren.

Uiteindelijk trad herstel in en is alles goed gekomen, maar voor Devers was het een ervaring die haar levenshouding sterk heeft bepaald. Zij is zich sindsdien nog afhankelijker gaan voelen van God en treedt haar sport met een relaxedheid tegemoet die je zelden tegenkomt.

En wie niet in wonderen gelooft, had in de zomer van 1992 in Barcelona de finale van de 100 meter bij de Olympische Spelen moeten meemaken. Anderhalf jaar nadat doktoren het woord `amputatie' in de mond hadden genomen, won Devers de gouden medaille.

Dat was het eerste juweeltje van een indrukwekkende erelijst, met nog twee gouden medailles (100 meter en 4x100 meter) bij de Spelen van Atlanta in 1996, één wereldtitel op de 100 meter, drie wereldtitels op de 100 meter horden, drie wereldtitels 60 meter indoor, één wereldtitel 60 meter horden indoor en maar liefst negen Amerikaanse titels.

Die lijst heeft één smetje: het ontbreken van de olympische titel op de 100 meter horden. Mocht Devers besluiten aan de Olympische Spelen in Athene mee te doen, dan zal het veroveren van de gouden medaille op die afstand haar grote doel zijn.

Mocht het niet lukken dan zal Devers er geen ander mens door worden. Aan de stoffelijke herinneringen hecht ze al helemaal geen waarde. ,,Mijn gouden medailles liggen ergens in een kast. Niet uit arrogantie, maar omdat ik geen waarde hecht aan trofeeën. Ik bewaar ze alleen voor mijn kleinkinderen. Mochten die later niet geloven dat oma heeft hardgelopen, dan kan ik als bewijs de medailles laten zien. Ik blik nooit terug. Ik zou ook niet weten wat ik precies allemaal heb gewonnen.'' Om daar met die gulle, herkenbare lach aan toe te voegen: ,,Ik weet alleen dat ik al vele jaren loop en al die tijd redelijk succesvol ben geweest.''

Inmiddels is Devers als atlete zo gekneed en gevormd dat ze zonder trainer werkt. Twee jaar geleden nam ze afscheid van Bob Kersee, de man die haar bijna twintig jaar begeleidde. Om te kunnen zien welke fouten ze moet herstellen, laat Devers video-opnamen van haar trainingen maken. ,,En dat werkt voortreffelijk'', zegt ze. ,,Werken zonder trainer heeft nog een ander voordeel: buiten mijzelf is er niemand die me onder druk zet. De enige die me bij de trainingen voor de voeten loopt, is mijn hond, de Engelse dwergkees Kabel.''