Mild oordeel hof in zaak Content

Het Amsterdamse gerechtshof heeft voormalig president-commissaris A. Maas en de voormalig financieel directeur van uitzendbureau Content veroordeeld tot voorwaardelijke geldboetes. Toenmalig algemeen directeur F. van Male is vrijgesproken in de voorkenniszaak rond het uitzendbureau.

De zaak draait om de inkoop van eigen aandelen in maart 1999. Content stond toen op het punt overgenomen te worden door de Belgische branchegenoot Creyf's. Terwijl de leiding van de onderneming daarvan op de hoogte was, werden er eigen aandelen ingekocht om nieuwe en lopende personeelsopties af te dekken. Achteraf bleek dat dat voor een gunstige prijs was gebeurd, omdat de koers van het Content-aandeel opliep na het bekend worden van de overname.

In maart 2000 troffen het openbaar ministerie en de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) een regeling met Content. Gedupeerde beleggers kregen geld terug. In totaal is er ruim 1,3 miljoen euro aan schadevergoeding uitgekeerd.

In de juridische procedure tegen de leidinggevenden heeft het openbaar ministerie steeds betoogd dat er bij de uitgifte van de personeelsopties sprake was van het doorbreken van de `bestendige gedragslijn'. Daardoor zou deze uitzonderingsbepaling in de voorkenniswetgeving zijn geschonden. Het Gerechtshof oordeelde dat er weliswaar sprake was van afwijkingen, maar niet zo ernstig dat daarmee de bestendige gedragslijn werd doorkruist. De verdachten werden op dit punt dan ook vrijgesproken.

Wel vindt het Hof dat er onvoldoende zorgvuldig is gehandeld bij de inkoop van de eigen aandelen. Het Hof weegt daarbij de positie van president-commissaris Maas mee, die onder meer kon ,,bogen op een ruime ervaring op vennootschappelijk terrein''. De rechters stellen dat het voor de hand had gelegen om schriftelijk advies in te winnen ,,in plaats van `tussen neus en lippen door' een juridisch georiënteerde vraag te stellen waarvan de merites niet ogenblikkelijk evident zijn''.

Zowel Maas als de financieel directeur kregen voorwaardelijke geldboetes van 10.000 euro. Het Hof woog mee dat de twee verdachten niet handelden uit persoonlijk winstbejag en dat het onderzoek lang heeft geduurd. De straf is lager dan de eis van de advocaat-generaal, die om voorwaardelijke celstraffen van zes maanden en geldboetes had gevraagd.