Internationale deeltijddag

Nederlandse vrouwen hebben een grote inhaalslag gemaakt. Twintig jaar geleden zaten ze meestal thuis, zeker als ze kinderen hadden, nu heeft de meerderheid een baan. Opleiding, werk en loopbaan zijn vanzelfsprekend geworden voor vrouwen. Ook na het krijgen van kinderen blijven de meeste vrouwen, die prijs stellen op economische zelfstandigheid, werken. Dat is een belangrijk succes en reden om stil bij te staan, vandaag, op Internationale Vrouwendag.

Wat het aantal gewerkte uren per week betreft liggen Nederlandse vrouwen ver achter op hun buitenlandse seksegenoten. De gemiddelde werkweek voor Nederlandse vrouwen bedraagt 25 uur, terwijl de Europese vrouw wekelijks gemiddeld 33 uur werkt. Zeventig procent van de Nederlandse vrouwen heeft een deeltijdbaan, tegenover 17 procent van de Nederlandse mannen. Daartoe hebben vrouwen zelf besloten, om tijd vrij te houden voor zorg voor kinderen of voor andere zaken als ze geen kinderen thuis hebben. Er is niemand die een Nederlandse vrouw tot deeltijd dwingt. Het zijn vrouwen zelf die de werkgever om deeltijdwerk vragen, met de CAO-regeling in de hand. Internationale Vrouwendag zou dus ook Internationale Deeltijddag kunnen heten. Deeltijd is een belangrijk verworven recht in Nederland. De mogelijkheid om zelf het aantal gewerkte uren te bepalen wordt door alle Nederlanders op prijs gesteld. Dankzij de mogelijkheid tot deeltijd zijn zoveel vrouwen de arbeidsmarkt op gegaan. Overal ter wereld neemt de vrouw voor de opvoeding van kinderen nog steeds meer verantwoordelijkheid dan de man. Deeltijdwerk geeft wel een achterstand op degene die een volle werkweek maakt. Werkgevers kunnen volledige beschikbaarheid moeilijk uitsluiten als factor voor beloning of promotiekansen. Dat is een belangrijke oorzaak dat Nederlandse vrouwen in inkomen per uur en in leidende functies ondanks vooruitgang nog flink achterliggen op mannen.

Nederland is het land van de tweeverdieners met anderhalve baan, waarbij de halve baan meestal aan vrouwen toevalt. Nederlandse ouders hebben meer moeite met het uitbesteden van een deel van de opvoeding aan kinderopvang dan bijvoorbeeld Franse, Deense of Amerikaanse. In die andere landen zijn ouders door opvoedingskosten of hoge belastingen ook gedwongen om van deeltijd af te zien en langere uren te maken. Het is vaak een stressvoller bestaan. In Nederland zouden sommige voorzieningen beter kunnen worden afgestemd op werkende ouders. Een middagpauze van twee uur op scholen is niet meer van deze tijd. Die pauzes zouden moeten worden vervangen door continuroosters. Maar uiteindelijk moeten ouders zelf betalen voor de extra hulp die nodig is als ze werken. De overheid kan proberen de prijs in de hand te houden, maar ook werkgevers zouden daar meer aan kunnen bijdragen dan ze nu doen.

De meeste vrouwen willen in deeltijd werken. Alleen economische noodzaak zal verandering brengen in dat patroon. Hoge huizenprijzen of extra financiële prikkels bij arbeidsschaarste zullen de deelname van vrouwen aan de arbeidsmarkt sterker bevorderen dan vermaan van de overheid. Dat vrouwen zelf kunnen bepalen hoe ze hun leven inrichten is de grootste verworvenheid van de emancipatie.