Frits Bolkestein zoekt grenzen van Europa

Eurocommissaris Bolkestein vreest dat de EU een nieuw bureaucratisch monster wordt. Hij pleit in een nieuw boek voor `een Europa van kerntaken'.

,,Meer taken, meer bureaus, meer werknemers enzovoort. Dat leidt ons het slop in.'' Voor de Nederlandse Europees commissaris Frits Bolkestein is het wezenlijke probleem waarmee Europa momenteel worstelt in feite heel eenvoudig: én meer landen erbij én een uitbreiding van bevoegdheden zal onherroepelijk leiden tot een bureaucratisch monster. Vervolgens kan je dan een proces krijgen waardoor, zo zegt hij, ,,de Unie gaat degenereren''.

Frits Bolkestein, bijna aan het eind van zijn termijn als Europees Commissaris, heeft zijn oude hobby weer opgepakt: het schrijven van een boek. Deze week presenteert hij in Straatsburg De grenzen van Europa, een bundel vraaggesprekken met negen Europarlementariërs, voorafgegaan door zijn eigen kritische analyse over de stand van zaken binnen Europa. Het wordt zowel in het Nederlands als in het Engels uitgegeven. Vanuit Duitsland is inmiddels voorzichtige belangstelling getoond.

Maar het moment is er dan ook naar. Zeker na het mislukken van de Europese top van afgelopen december waar de regeringsleiders het niet eens konden worden over de tekst voor een grondwet is het debat over het `project Europa' in volle gang. Zoals Bolkestein in zijn boek schrijft: ,,Misschien is het goed het overgangsjaar 2004 te gebruiken voor een denkpauze over de vraag: hoe ver kan de Europese Unie gaan''. Voor hem zelf staan daarbij twee ,,realiteiten'' voorop. De Europese Unie kan geen federatie worden waarin de lidstaten de rol van deelstaten krijgen toebedeeld. En ten tweede zal Europa militair en dus politiek een regionale macht blijven. Vandaar zijn conclusie: ,,Wij moeten niet streven naar een kern-Europa in de vorm van een voorhoede, maar naar een Europa van kerntaken.''

Met deze basisgedachte is hij het afgelopen jaar het gesprek aangegaan. In Straatsburg, waar hij als commissaris met nogal wat wetgeving in zijn pakket bijna maandelijks bij het Europees Parlement moet zijn. Tijdens al die urenlange vergadersessies was het hem opgevallen hoeveel `bekende' Europeanen er eigenlijk in dat parlement zaten. Bolkestein wist bijvoorbeeld niet dat mensen als Hans Modrow, de laatste premier van de DDR, Mário Soares premier en president van Portugal en de Franse oud-premier Michel Rocard allemaal afgevaardigden waren. Daarop volgde het idee met een aantal van hen interviews te maken over de toekomst van Europa.

Het heeft een boek opgeleverd dat over veel meer gaat dan alleen de toekomst van Europa. Bolkestein heeft al zijn gesprekspartners ook uitvoerig gesproken over hun politieke verleden. Het geeft aardige inkijkjes in verschillende politieke culturen. Zelf vond hij zijn gesprek met Michel Rocard, die vrijmoedig sprak over zijn moeizame relatie met president Mitterand, het interessantst. Maar ook raakte Bolkestein gefascineerd door de manier van praten van iemand als Hans Modrow. ,,Die gedisciplineerde wijze van uitdrukken. Dan voel je het gestaalde kader, maar dan in positieve zin.''

Het is moeilijk één overheersende conclusie te trekken uit vraaggesprekken met mensen van een zo verschillende komaf. Maar ze delen in elk geval wel Bolkesteins analyse van de problemen waar Europa nu tegen aan loopt. En Bolkestein zelf is gesterkt in zijn opvatting dat nu de periode van heroriëntatie toch echt is aangebroken. Zoals hij in het inleidende hoofdstuk schrijft: ,,Als het uitdijen doorgaat en Brussel de grenzen niet trekt, zullen bevolkingen dat doen bij de stembus. Maar dan komt ook het scenario van desintegratie angstvallig dichtbij.''

Gezeten in zijn Brusselse werkkamer van het directoraat-generaal interne markt zegt hij: ,,Men maakt steevast dezelfde fout: iets is goed dus moet Europa het maar doen. Het is gewoon het bureaucratisch instinct. De subsidiariteitdoctrine [EU treedt alleen op als dit efficiënter is dan optreden op nationaal of regionaal niveau, red.] wordt slechts met de mond beleden, want keer op keer met voeten getreden. Het Europees Hof heeft nog nooit dit argument gebruikt om een Europese richtlijn te wijzigen of af te wijzen.

,,Het Europees Parlement wil dat wij alles doen. Hanja Maij had het altijd over dierenwelzijn. Daar ben ik ook voor, maar het is niet iets voor Europa. Mensen die zeggen dat Europa een federatie moet worden zijn ziende blind. Als een federatie op het niveau van België niet lukt, lukt het met de Benelux ook niet, al helemaal niet met de zes oprichters van de Unie laat staan met straks 25 landen.''

En daarmee komen na de inhoudelijke grenzen haast automatisch de geografische grenzen van Europa in zicht. De aanstaande uitbreiding met tien nieuwe landen heeft Bolkestein altijd gesteund. Maar hij verwacht wel dat Europa de komende jaren pas werkelijk zal merken wat die beslissing met zich meebrengt. En het zou er volgens hem wel eens toe kunnen leiden dat de volgende stap, de voor het jaar 2007 voorgenomen toetreding van Bulgarije en Roemenië wordt uitgesteld. Bolkestein: ,,Het zou kunnen betekenen dat men het met Bulgarije en Roemenië een beetje kalm aan gaat doen. Roemenië is een groot land hoor. Er wonen veel mensen en de situatie daar is er nog bepaald niet goed.''

Over de toelating van Turkije is hij ambivalent. In alle gesprekken die hij voerde kwam het aan de orde. Alleen Mário Soares en de Belg Willy De Clerq waren voor. Bij de anderen proefde Bolkestein ,,onbehagen''. In zijn inleidende hoofdstuk schrijft Bolkestein veelzeggend dat er tijdens de Europese top van Helsinki van 1999 ,,wel drie minuten over is gesproken''.

Maar wat vindt hij nu zelf? Aan de ene kant suggereert hij in zijn boek dat Turkije buiten de Unie moet blijven als hij schrijft dat we behoefte kunnen hebben aan een geopolitieke bufferzone tussen enerzijds de EU en anderzijds Syrië, Iran en Irak. Maar er zijn beloften. Bolkestein: ,,Ik vind het een buitengewoon krachtig argument dat je niet tegen een land kan zeggen dat het niet mag binnenkomen nadat je het veertig jaar lang in de wachtkamer hebt gezet. Dat grenst aan kwade trouw. Maar ik zeg wel: als je Turkije toelaat heb je geen argumenten meer om landen als Oekraïne, Wit Rusland en Moldavië, niet toe te laten. Dan eindig je met een continent brede Unie die onmogelijk de slagkracht van de huidige Unie heeft en zal verwateren tot een interne markt met export van stabiliteit. Nou daarover kan je ook zeggen: dat is toch mooi, wat is daarop tegen?''