`Economie China moet niet te snel groeien'

China groeit te snel, vinden economen en politici in de Volksrepubliek. Het gevaar van oververhitting ligt op de loer en dan kan de economie ,,als een zeepbel uiteenspatten''.

Voor de Chinese overheid vormen zo hoog mogelijke economische groeicijfers niet langer de belangrijkste maatstaf voor een succesvol beleid. Een al te hoge groei wordt eerder gezien als een bedreiging voor de stabiliteit op de langere termijn.

Vandaag waarschuwde Ma Kai, de man die in de Chinese media wel wordt omschreven als China's economische tsaar, tegen ongebreidelde groei. ,,We kunnen een stabiele economische groei handhaven. Maar als ons dat niet lukt, dan bestaat de kans dat de economie als een zeepbel uit elkaar spat'', aldus Ma tijdens een persconferentie in het kader van de jaarlijkse bijeenkomst van het Nationale Volkscongres (NPC), het Chinese `parlement'.

Dat de Chinese economie momenteel tekenen van oververhitting vertoont, blijkt onder meer uit de oplopende inflatie. De prijzen zijn de afgelopen twaalf maanden met 3,2 procent gestegen, het hoogste percentage in bijna zeven jaar. Ook worden er volgens Ma Kai nog te veel leningen uitgegeven, en gaat China volgens hem zijn best doen om oververhitte sectoren als de staalproductie, cementproductie en vastgoedontwikkeling af te laten koelen.

De Chinese premier Wen Jiabao waarschuwde een paar dagen geleden tijdens de opening van het NPC ook al voor een te grote nadruk op groei alleen. Die bedroeg in China in 2003 volgens officiële cijfers 9,1 procent, maar voor dit jaar wil de premier die terugbrengen tot 7 procent. Als de groei nog lager zou uitvallen, dan is China niet meer in staat om voldoende nieuwe banen te scheppen voor een groeiend aantal werklozen.

Wen streeft naar een beter uitgebalanceerde economie, zodat ook China's 800 miljoen boeren eindelijk weer kunnen meedelen in de nieuwe welvaart. De laatste jaren is daarvan nauwelijks sprake meer geweest. Het inkomen van de boeren steeg weliswaar enigszins, maar de uitgaven stegen zeker zo hard mee. Vooral scholing en gezondheidszorg zijn voor veel boeren vrijwel onbetaalbaar geworden. Wen wil daarom de belastingen en heffingen op het platteland verlagen, en meer geld steken in de ontwikkeling van de landbouw.

Niet alleen de kloof tussen stad en platteland, maar ook die tussen de rijke oostkust en het arme westen van China en tussen de stedelijke onderlaag en de superrijke elite is toegenomen. Dat een te grote welvaartskloof riskant is, geeft de Chinese overheid inmiddels ook expliciet toe. Ma wees op het gevaar van sociale onrust, en zei dat daardoor het gezag van de regering over haar 1,3 miljard onderdanen kan worden ondermijnd.

China wil ook meer geld uitgeven aan de openbare gezondheidszorg, mede omdat tijdens de sars-crisis van vorig jaar is gebleken hoezeer de economie schade lijdt als een land zijn openbare voorzieningen ineen laat storten, waardoor het nauwelijks in staat blijkt om besmettelijke ziekten tijdig onder controle te brengen.

Ma staat ook niet zonder meer positief tegenover de sensationele groei in buitenlandse handel, een van de belangrijkste motoren van de Chinese economie, die China vorig jaar te zien gaf.

De buitenlandse handel van de Volksrepubliek nam vorig jaar met ruim 37 procent toe, maar voor dit jaar stelt Ma een beperkte groei van `maar' 8 procent als doel. Veel Chinese economen geloven namelijk dat niet de buitenlandse handel, maar juist een toenemende binnenlandse consumptie de motor voor China's economische groei zou moeten vormen. En die groei zou veel stimulans ondervinden als ook de boeren en de armere stedelingen niet alleen meer geld verdienden, maar als ze zich door betere sociale voorzieningen op het platteland ook zo beschermd zouden voelen dat ze dat geld ook durfden uit te geven.

Minder export en meer binnenlandse consumptie zullen vooral de Verenigde Staten als muziek in de oren klinken. De VS klagen al tijden over het enorme Chinese handelsoverschot met hun land, dat volgens Amerika vooral zo hoog is doordat China zijn munteenheid, de yuan, kunstmatig laag zou houden. China is het met dat argument niet eens. Niet de lage yuan maar de lage lonen maken de Chinese producten volgens Peking wereldwijd zo competitief.

Washington zou graag zien dat China zijn munt in waarde verhoogde, maar een hoge vertegenwoordiger van de Chinese centrale bank heeft vandaag gezegd dat daarvan geen sprake zou zijn, en dat zij die speculeerden op een waardeverhoging van de yuan bekocht zouden uitkomen.