Bij `Feeks' begint gekijf in de foyer

Vechtende kluwens, gekijf en uitermate hard werkende lijven: dat blijft je bij van De feeks in de enscenering door Het Groote Hoofd. Het begint al in de foyer, waar het publiek voor aanvang van de voorstelling nog snel iets consumeert. Bij de bar ontstaat een rel; een vloekende vrouw verjaagt al slaand en schoppend en bijtend en krabbend een man die terugslaat en terugvloekt en een paar andere mannen lonken ons mee naar boven, naar de theaterzaal.

Erg ludiek, zo'n quasi-spontane ruzie, maar de bedoeling ervan snapt alleen degene die The taming of the shrew heeft gelezen. De scène moet de raamhandeling van Shakespeares komedie voorstellen, het moment waarop de dronken ketellapper Sly door de waardin uit de kroeg wordt gegooid, waarna een hoofs gezelschap hem voor de grap naar het kasteel meeneemt om daar bij zijn ontwaken de eigenlijke farce voor hem te laten spelen. Door het overmatige geschreeuw van Het Groote Hoofd zal velen die clou zijn ontgaan, en daarmee het besef dat ze, eenmaal in de zaal aangekomen, naar een stuk in een stuk kijken, een fantasie, een droom, een spel.

Het is een slordige start, en de idee dat het hier om een spel gaat en niet om hard realisme, wordt ook later door het enthousiaste ensemble overschreeuwd. Regisseuse Anny van Hoof laat haar acteurs zo min mogelijk rusten; ze rennen de nadrukkelijk aanwezige trap op of de publiekstribune, ze springen op tafels, smijten met stoelen, slingeren aan kroonluchters – never a dull moment, dat is waar. Maar veel nuances gaan in al dat geweld verloren.

Zo maakt de regie nauwelijks een stilistisch onderscheid tussen de personages, want iederéén is hier druk, in plaats van alleen de wilde Katharina samen met haar nog wildere dompteur Petruchio. Ook de nevenhandeling rond Katharina's zus Bianca en haar twee onnozele vrijers verloopt turbulent en Shakespeares kostelijke woordgrappen raken onder de fysieke strapatsen bedolven. En wat de kern van het stuk zou moeten zijn, het machtsspel tussen de seksen, verandert al snel in bittere ernst.

Je ziet wel dat Petruchio (Xander Straat, virtuoos) een spel speelt, dat hij zich nog woester voordoet dan hij toch al is alleen maar om de woestheid van zijn bruidje Katharina te bedwingen. Maar je ziet niet dat Katharina óók een spel speelt, dat zij zijn spel dóór heeft en zo nu en dan onderdanigheid veinst om hem daarmee des te effectiever te beheersen. Dat zou mooi zijn en zo gaat het hier niet.

Saskia Temmink zet een feeks neer die zich als een hoopje ellende door haar verse echtgenoot laat vernederen; na dagenlang geen slaap en geen eten van hem te hebben gekregen is ze zo afgericht dat zij hem gedwee naar de mond praat. Van de ontzagwekkende furie is op den duur niets meer over, dus moet Petruchio, anders dan wat de flyer beweert, zonder tegenspeelster door het leven, zonder een dame die aan hem is gewaagd. Van Hoofs these dat mannen een sterke vrouw nodig hebben wordt door de voorstelling niet gestaafd en uiteindelijk levert deze Feeks ons weinig meer op dan gegrinnik om de overdaad aan doldwaze actie.

Voorstelling: De feeks, van Shakespeare, door Het Groote Hoofd. Regie: Anny van Hoof. Gezien: 4 en 5 5//3 Compagnietheater, Amsterdam. Inl. 020-5205320 of www.theatercompagnie.nl.