Astronaut André Kuipers: nog liever naar Mars

André Kuipers heeft in zijn leven slechts een doel: als astronaut de ruimte ingaan. Zonder tegenslagen gaat dat volgende maand gebeuren.

Hij is geen waaghals, zegt zijn vader.

André Kuipers, Nederlands tweede astronaut na Wubbo Ockels, had eigenlijk begin vorig jaar aan boord moeten zijn van de spaceshuttle Columbia. Maar de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie koos op het laatste moment voor de Israëliër Ilan Ramon, waarschijnlijk als een politieke gunst. Zo kwam het dat Ramon en niet Kuipers aan boord was van de shuttle die op 1 februari vorig jaar op de terugweg naar de aarde ontplofte en een spoor van duizenden brokstukken achterliet, verspreid van Texas tot Louisiana in het zuiden van de Verenigde Staten.

Dave Brown, een van de zes andere bemanningsleden van de Columbia, was een goede bekende van André Kuipers. Op zijn aanstaande ruimtevlucht neemt Kuipers een e-mail mee die de Amerikaan hem stuurde aan de vooravond van de ramp. Brown vertelt Kuipers daarin hoe mooi de aarde eruit ziet vanuit de ruimte.

Deze weken treft André Kuipers (45) in het Russische opleidingcentrum Sterrenstad, vlakbij Moskou, de laatste voorbereidingen voor zijn lancering op 19 april aanstaande. Kuipers vertrekt met een Russische Soyuzcapsule vanuit de lanceerbasis Baikonour in Kazachstan. De Soyuz is technisch minder geavanceerd, maar is dankzij zijn eenvoud ook betrouwbaarder dan de het Amerikaanse ruimteveer. ,,Van jongs af aan deed André altijd avontuurlijke dingen'', zegt zijn vader Peter Kuipers (74). ,,Duiken, parachutespringen en ballonvaren bijvoorbeeld. Maar hij heeft nooit gekke dingen gedaan, André is geen waaghals.''

Met zijn levensdoel in het vizier is Kuipers' gedrevenheid onverminderd. ,,Je zag André 's avonds niet zo vaak'', zegt Pedro Duque, een Spanjaard met wie Kuipers heeft getraind. ,,Hij zat op zijn kamer. Misschien had hij zijn tijd nodig om zijn Russisch bij te spijkeren.'' Mogelijk speelde de Russische wodkaconsumptie ook een rol bij Kuipers absentie aan de bar. ,,Eén drankje en dan stopt hij'', zegt vader Kuipers. ,,En nee is nee bij André.''

Met een Russische commandant en een Amerikaanse boordingenieur aan zijn zijde ligt Kuipers straks klaar voor de lancering; op zijn rug in de capsule, ,,opgevouwen als drie volwassen mannen in een Fiat 500'', zoals hij zelf zegt. Op 400 kilometer boven het aardoppervlak wordt de Soyuz gekoppeld aan het internationale ruimtestation ISS, waar Kuipers acht dagen zal verblijven. Daarna zet hij met een Soyuz koers naar de aarde en zal hij – als alles goed verloopt – met een parachute landen, ergens op de steppen van Kazachstan. `Missie Delta' is dan voltooid.

De naam `Delta' verwijst naar de deltawerken, en geldt alleen voor de stoel van André Kuipers. De Soyuzmissie als geheel dient een ander doel: de twee astronauten die Kuipers vergezellen zullen de huidige bemanning van het internationale ruimtestation vervangen en er vanaf medio april zes maanden verblijven. ,,De vlucht van Kuipers is een taxivlucht, net als die van Dennis Tito en Mark Shuttleworth'', zegt Wubbo Ockels. Deze Amerikanen zijn eerder tegen betaling van 20 miljoen dollar per persoon als toeristen naar het internationale ruimtestation gebracht. Kuipers is geen toerist, al is het wetenschappelijk belang van de meer dan twintig experimenten die hij straks gaat uitvoeren niet onomstreden.

Al vroeg in zijn leven raakt Kuipers vastbesloten astronaut te worden. Op 10-jarige leeftijd zit hij aan de buis gekluisterd als Neil Amstrong in de Nederlandse zomernacht van 20 op 21 juli 1969 als eerste mens voet op de maan zet. Met zijn twee jongere broers mag hij opblijven in het kampeerhuisje op de camping Het Boschje in Durgerdam, het vaste vakantieadres van de familie Kuipers. ,,Hij was er helemaal weg van'', vertelt vader Kuipers. Het zal echter nog een klein decennium duren voordat de jongensdroom haalbaar lijkt. Het is dan 1978 en Wubbo Ockels wordt tot astronaut uitverkoren: een wetenschapper met een bril op! Tot dan toe dacht Kuipers dat zijn eigen bijziendheid een carrière als astronaut in de weg zou staan. Vanaf dát moment weet hij dat hij er alles voor zal doen om astronaut te worden.

Kuipers' bril van destijds, hij draagt inmiddels lenzen, ligt als een curiositeit tentoongesteld in de Space Expo in Noordwijk. Ruimtevaartorganisatie ESA vroeg de aanstaande astronaut vorig jaar of hij thuis wat spulletjes wilde opzoeken. Zo zou een aan hem gewijde expositie een persoonlijk tintje krijgen. Kuipers verzamelde op zolder zeven dozen met ruimtevaartstrips, ruimtevaartboeken, ruimtevaartdiploma's en ruimtevaarthelmen. Het bleek genoeg om op de Space Expo 17 vitrinekasten te vullen. Er ligt in Noordwijk zelfs een ruimtevaart-opstel van de lagere school: over twee schoolbanken die met een capsule de ruimte ingaan.

Her en der verspreid over de vitrines liggen vele strips met raketavonturen. Van Perry Rhodan bijvoorbeeld – Kuipers verslond de boekjes als jongen. ,,Op school tekende ik in mijn schriften complete ruimteoorlogen'', vertelde hij vier jaar geleden in een interview met SF Terra, een blad voor liefhebbers van sciencefiction. ,,Het leek me prachtig om zelf onsterfelijk te zijn en in de toekomst het universum te verkennen. (...) Het is zeker de basis geweest voor de wens om zelf echt de ruimte in te gaan.''

Het is september 1990 als de Europese ruimtevaartorganisatie ESA een advertentie plaatst waarin zij aankondigt op zoek te zijn naar nieuwe astronauten (tussen 27 en 37 jaar oud; 1,53 tot 1,90 meter lang). Kuipers meldt zich aan. Dat hij het te midden van circa vijfhonderd andere kandidaten schopt tot de laatste 25 zegt veel over zijn karakter. ,,In onze psychologische tests gaat het om zelfvertrouwen, stressbestendigheid en het vermogen om in een groep te werken'', zegt Marc Heppener van de ruimtevaartorganisatie. Kuipers valt in 1992 toch nog af als blijkt dat de ESA wegens bezuinigingen voorlopig niet meer dan 6 van de 25 astronauten nodig heeft. De teleurstelling is groot, maar Kuipers blijft erin geloven.

Na het behalen van zijn Amsterdamse artsendiploma in 1987 heeft Kuipers altijd kans gezien werk te doen dat hem later als astronaut van pas zou kunnen komen. Als dienstplichtig medicus bijvoorbeeld vliegt hij vanaf 1987 regelmatig mee met F-16-piloten. ,,Als hij maar in de lucht was'', zegt zijn vriend en latere vlieginstructeur Frans Nobels. ,,Met André haalde ik dingen uit die ik andere vliegers niet zou laten doen'', vertelt Nobels. ,,Ik liet hem boven het Kanaal vliegen met slecht zicht. Zodat je gedesoriënteerd raakt en geheel op je instrumenten moet vertrouwen. Of ik trok in volle vlucht plots het gas dicht zodat hij de procedures voor een noodlanding moest uitvoeren. André kan dat soort dingen aan. Ik zou willen dat hij een zoon van me was.''

In 1989 al vond Kuipers een baan bij het huidige Aeromedisch instituut in Soesterberg (voorheen het Nationaal Lucht- en Ruimtevaart Geneeskundig Centrum). Er staat een `centrifuge' waarin de Nederlandse luchtmacht piloten went aan de acceleratie van straaljagers. Een vier meter lange arm slingert het 'slachtoffer' rond met een versnelling die maximaal negenmaal zo groot is als die van een vallend object op aarde (`9G'). De middelpuntvliedende kracht stuwt het bloed uit het hoofd van de piloot naar zijn voeten. Ademen wordt moeilijk, en wie vergeet de juiste spieren aan te spannen raakt buiten bewustzijn.

De centrifuge staat onder straaljagerpiloten ook bekend als martelwerktuig, maar Kuipers vertelt op zijn website dat hij tegenwoordig soms een dutje doet in dit soort apparaten (niet bij een versnelling van 9G maar 3G). ,,Voor Kuipers was de centrifuge eerder een kermisattractie dan een martelwerktuig'', zegt ex-collega Ries Simons.

Kuipers' experimenten met de centrifuge zijn onderdeel van een promotieonderzoek, maar hij stopt daarmee als zich in 1991 de kans aandient om als parttime onderzoeker te gaan werken bij ESA. Zijn toenmalige promotor, prof.dr. Wil Oosterveld, is niet verbaasd. Hem was allang duidelijk dat Kuipers belangrijker dingen te doen stonden dan promoveren. ,,Ik herinner me dat we op een avond bij heldere sterrenhemel in Amsterdam uit het AMC kwamen'', zegt hij. ,,André wees omhoog en zei: `weet je waar ik eigenlijk heen wil? Naar Mars.''

Na zijn afwijzing bij ESA in 1992 moet André Kuipers zes jaar wachten op een nieuwe kans. In 1998 krijgt Nederland als klein land weer een plekje toegewezen tussen grote ESA-broers als Frankrijk, Italië en Duitsland. Nederland mag dan een astronaut leveren. Kuipers, bij de vorige selectie al geschikt bevonden, wordt eindelijk benoemd tot astronaut.

Dat hij in april van dit jaar daadwerkelijk de lucht in kan, dankt André Kuipers in de eerste plaats aan minister Maria van der Hoeven (Onderwijs). Samen met haar collega's van Economische Zaken (eerst Heinsbroek, later Brinkhorst) zorgde zij ervoor dat geld op tafel kwam voor een nieuwe missie. ,,Eerst [onder het eerste kabinet-Balkenende] hebben we de knoop doorgehakt'', zegt Van der Hoeven. ,,En daarna [toen onder Balkenende II weer bezuinigd werd] hebben we die knoop doorgehakt gehouden.'' Het `kaartje van Kuipers' kost de ministeries van Onderwijs en Economische Zaken 12,5 miljoen euro. Bovenop de kosten voor de stoel komt nog een bedrag van 6 miljoen euro voor de experimenten die aan boord zullen worden uitgevoerd. ,,Ik heb een fascinatie voor alles wat met ruimtevaart te maken heeft'', zegt Van der Hoeven. ,,Ik ben nog uit de tijd van de maanlandingen. Nederland heeft met de ESA en Estec [in Noordwijk] belangrijke ruimtevaartorganisaties binnen de grenzen. Je moet internationaal meedoen waar je behoort mee te doen. Ook in de ruimtevaart.''

Bij de experimenten die Kuipers zal uitvoeren in de acht dagen van zijn verblijf in het internationale ruimtestation dient hij soms zelf als proefkonijn. In het ruimteonderzoek wordt antwoord gezocht op vragen als: waarom krijgt een astronaut last van botontkalking als hij zweeft in de ruimte en zijn ledematen nauwelijks gebruikt? En: waarom hebben astronauten na een langdurig verblijf in de ruimte last van duizelingen?

Ruimtevaarders zijn uiterst geschikt voor medisch onderzoek, meent Heppener van ESA: ,,In de geneeskunde heb je meestal te maken met mensen die al een medische geschiedenis hebben, ze lopen soms al jarenlang met klachten. Astronauten zijn perfect gezond. Je kunt een knopje omzetten en kijken wat er gebeurt.'' Kuipers onderzoekt in het internationale ruimtestation verder de invloed van gewichtloosheid op bacteriën, planten- en diercellen en de energiezuinige lampen van Philips.

Wat is het wetenschappelijk belang van de experimenten? Dat is beperkt, meent bioloog prof.dr. Ronald Plasterk. Hij kan zich geen belangrijke ontdekking herinneren die uit experimenten in de ruimte is voortgekomen.

Marc Heppener van ESA wijst erop dat onderzoek in de ruimte publicaties heeft opgeleverd in gerenommeerde bladen. Veel wetenschappelijke publicaties op basis van ruimteonderzoek zijn er niet, erkent hij, maar in het internationaal ruimtestation werken maar een paar laboranten en het bestaat nog maar tien jaar. Heppener erkent ook dat onderzoek door mensen in de ruimte relatief duur is: ,,Wellicht zou eenzelfde bedrag op aarde beter besteed kunnen worden.''

Voor het ministerie van Onderwijs is een Nederlandse astronaut vooral een middel om de schooljeugd te inspireren, zodat ze niet terugschrikken voor exacte vakken. Maria van der Hoeven: ,,Leerlingen vinden bèta lastig en de leraar vinden ze ook al niet leuk, dus waarom zou je het kiezen? Daar moeten we dus vanaf.'' De goedlachse Amsterdammer Kuipers moet daarbij een handje helpen. Veelzeggend is het dat hij het zogeheten Seeds in Space-programma beschouwt als het belangrijkste van zijn ruimteavontuur. In dit experiment zal Kuipers proefondervindelijk vaststellen of het plantje raketsla (Eruca sativa) omhoog groeit door de zwaartekracht of als gevolg van het licht. Het nationaal instituut voor ruimteonderzoek SRON meldde vorige week dat intussen 1.200 scholen een lespakket hebben aangevraagd dat verband houdt met dit ruimte-experiment.

Wetenschappers weten allang wat de uitslag van het experiment zal zijn, sterker, het had evengoed op aarde kunnen worden uitgevoerd. In het Parijse Musée des Arts et Métiers staat een draaiende tafel waarop gras groeit. ,,De stengeltjes groeien naar buiten, ze richten zich naar de effectieve zwaartekracht'', verklapt Marc Heppener.

Voor Kuipers lijkt het niet veel uit te maken. Voor hem persoonlijk geldt maar één doel. Of, zoals hij vier jaar geleden tegen het Rotterdams Dagblad zei: ,,Als je astronaut wordt, heb je een avontuurlijke inslag. Je doet bizarre dingen onder moeilijke omstandigheden. Je geeft je wetenschappelijke carrière op. Je bent de ogen en armen geworden van de wetenschap. Ik wil gewoon de ruimte in, ook al doe ik daar niets.''