ALLE DEBATTEN ZIJN VOORTAAN SPOEDEISEND, MAAR MORGEN KAN OOK, WANT DE KAMER WORDT BEKNOT

De Tweede Kamer heeft tegenwoordig haast. Er lijkt geen debat meer mogelijk als het niet een spoedeisend karakter draagt. Om een greep te doen: morgen zal PvdA-woordvoerster José Smits minister Hoogervorst (Volksgezondheid, VVD) interpelleren over ,,het bovenregionaal vervoer van gehandicapten''. Haar collega van de SP, Agnes Kant, kondigde onlangs aan spoeddebatten te zullen aanvragen inzake mogelijke voorgenomen bezuinigingen in de zorg en één over de tandheelkundige zorg. Woensdag zal de Kamer een soort super-spoeddebat houden over de integriteit van het bestuur, aangevraagd voor het krokus-reces door SP-leider Jan Marijnissen. Adri Duivesteijn (PvdA) kondigde vorige week aan dat hij een spoeddebat ging aanvragen over ,,de juridisch houdbaarheid'' van de zogeheten Nota Ruimte van minister Sybilla Dekker (VROM, VVD). PvdA, GroenLinks en de milieulobby vinden dat de minister inspraak blokkeert. Ook Kees Vendrik (GroenLinks) wil snel een debat: met staatssecretaris Wijn (Financiën, CDA) inzake zogenaamde `belastingparadijzen' in woonwagenkampen en clubhuizen van Hells Angels.

Overigens kwam de Kamercommissie voor Defensie tijdens het reces bijeen om met spoed te spreken met de verantwoordelijke ministers over de misverstanden rond de geweldsinstructie op basis waarvan de Nederlandse troepen opereren in Irak. In februari sprak de Kamer bovendien ook nog met spoed over bouwfraude, groeihormonen in het rundvlees en het geschatte begrotingstekort volgens de CPB.

Maar blijkbaar heeft ook de Eerste Kamer de spoed-kriebels gekregen: morgen interpelleert Leo Platvoet (Groenlinks) de minister-president over een brief waarin prins Bernhard op 7 februari in de Volkskrant zijn eigen versie gaf van zijn verleden. Platvoet gaat vragen stellen als: ,,Staat de minister-president, indien volgens hem de ministeriële verantwoordelijkheid geldt, achter de inhoud van de brief?'' En: ,,Hoe beoordeelt de minister-president de inhoud van de brief, ongeacht het antwoord op de vraag of de ministeriële verantwoordelijkheid geldt, in het licht van zijn verantwoordelijkheid om de positie van het koninklijk huis te beschermen?'' (zie: www.leoplatvoet.nl/interpellatie_prins_bernhard.htm).

Bij de griffie van de Tweede Kamer was vanochtend alleen het interpellatieverzoek van José Smits bekend. Op Smits website valt te lezen: ,,De PvdA is woedend over de drastische beperking van vervoer voor mensen met een handicap die de regering in april wil doorvoeren.''

Alle andere mogelijke spoedeisende debatten ,,komen misschien aan de orde bij de regeling der werkzaamheden morgen'', zo meldt een woordvoerder. De griffie beschouwt het integriteitsdebat van woensdag als een ,,soort voortzetting'' van de Algemene Politieke Beschouwingen van afgelopen najaar.

André Rouvoet, fractievoorzitter van de ChristenUnie, is niet verbaasd dat er niet meer van de aangekondigde spoeddebatten reeds bekend zijn bij de griffie. ,,Vroeger wilde ik op maandagmiddag weten welke mondelinge vragen en spoeddebatten er voor de komende week zaten aan te komen. Tegenwoordig wacht ik het `groentje' af (de op groen papier afgedrukte definitieve agenda, red.).'' Rouvoet signaleert een versnelling in de manier waarop zijn collega's reageren op actuele thema's. ,,Het gaat hierbij vaak niet zozeer om de daadwerkelijke wens om een echt spoeddebat te houden. Kamerleden willen graag thema's claimen, zodat die op hun naam komen te staan.'' Een praktijk die hij betitelt als ,,misbruik van de werkwijze''. ,,Vaak staan collega's op dinsdagmiddag bij de plenaire regeling een onderwerp te agenderen. Meestal leggen zij er zich bij neer dat het onderwerp later zal worden afgedaan in een algemeen overlegje. Dan zeg ik: als het werkelijk spoedeisend is, leg je je daar niet bij neer.''

Waar komt die haastige spoed bij het aanvragen van debatten toch vandaan? Zou het te maken kunnen hebben met de neiging de afgelopen tijd van de Kamervoorzitter Frans Weisglas om te schrappen in het lijstje mondelinge vragen? GroenLinks-fractievoorzitter Femke Halsema denkt dat die relatie goed mogelijk is. En ook Rouvoet steunt die hypothese: ,,Soms blijven er van de acht of negen ingediende vragenreeksen maar twee over en vullen we niet eens het vragenuur.'' Halsema signaleert bovendien nog een andere tendens: ,,De nieuwe cultuur in de Tweede Kamer is dat de coalitiefracties spoeddebatten aangevraagd door niet-coalitiefracties tijdens besloten procedurevergaderingen tegenhouden. De enige mogelijkheid is dan een interpellatie van de minister aan te vragen. Want dat is een persoonlijk recht van ieder Kamerlid.'' De interpellatie is ook een spoeddebat maar met een specifiek format: de interpellant mag twee reeksen vragen, die tevoren bekend zijn, op de bewindspersoon afvuren. Daarna komt de Kamer aan de beurt. Tijdens een spoeddebat, ook wel een ,,drie-minutendebat'' genoemd, kunnen woordvoerders van alle fracties aan bod komen.

Halsema meent dat het beknotten van het vragenuur, waarmee de plenaire vergadering elke dinsdagmiddag begint, voortkomt uit de wens van Kamervoorzitter Weisglas om Kamerdebatten te verlevendigen. Weisglas staat in dat verband tegenwoordig ook vaak slechts twee interrupties toe per onderwerp. Halsema: ,,Mondelinge vragen worden geschrapt, interrupties worden in toenemende mate niet toegestaan. Als je met een derde interruptie een minister klem zou kunnen zetten, wordt die mogelijkheid niet meer geboden. Er wordt op de klok gedebatteerd en zo kunnen ministers wegkomen door controversiële onderwerpen opzettelijk tot het laatst te bewaren.''

Rouvoet schetst een toestand waarin Kamerleden en ministers met zijn allen gekluisterd zitten aan NOS-teletekst, om elkaar zo snel mogelijk de loef af te kunnen steken. ,,Kamerleden die eerst een onderwerp aankondigen, om het te claimen, maar vervolgens niet doorbijten, zorgen ervoor dat de Kamer zichzelf marginaliseert.'' Volgens Rouvoet moet hij ten gevolge van de politieke kortademigheid, als lid van een kleine fractie, tegenwoordig vaak zes of zeven algemeen overlegjes per dag voeren. ,,Dat gaat steeds over heel kleine deelonderwerpjes. Zonder gouvernementeel te willen klinken: daarmee houden we de ministers van hun werk. Donner krijgt kritiek omdat hij niet wist wat het OM deed rond de schietinstructie voor militairen in Irak. Maar hij kón dat ook moeilijk weten omdat wij hem zelf steeds laten opdraven.'' Heeft Rouvoet een oplossing voor de gesignaleerde ontwikkelingen? ,,Er moet wat aan gebeuren, dat is zeker. Wat weet ik ook niet.'' Ironisch: ,,Maar ik heb in ieder geval mijn quootje weer afgegeven.''

De Tweede Kamer spreekt woensdag met minister-president Balkenende over de integriteit van het bestuur.