Zonder een cent de straat op

Diefstal levert een draaideurcrimineel sinds kort in Breda een zware straf op. Maar dan? Als veelpleger Orhan O. vrijkomt moet hij twee weken op geld wachten.

Veelpleger Orhan O. (34) ziet zijn toekomst heel somber in, zegt hij in gevangenis De Boschpoort in Breda. Over enkele dagen mag hij De Koepel, zoals de inrichting in de volksmond heet, als vrij man verlaten. ,,Met een vuilniszak vol kleren, mijn papieren en een ontslagbewijs'', zucht hij. ,,Maar wat dan?'' Hij bezit ,,geen rooie cent'': ,,Opvangcentrum 't IJ kom ik niet binnen, want daar moet ik vijf euro betalen. En bij mijn familie hoef ik niet meer aan te komen.'' Hij zal weer de straat op moeten, ,,en dan ga je gemakkelijk opnieuw in de fout'', voorspelt hij.

Zoals op 3 februari, toen Orhan O. werd opgepakt nadat hij een koffiezetapparaat uit een winkel had gestolen. Voor zo'n vergrijp was een straf van één week gebruikelijk, maar de rechter veroordeelde hem tot een maand. Dat was het gevolg van het nieuwe beleid in het arrondissement Breda. In januari kondigden justitie en politie in het district Midden- en West-Brabant aan ,,zeer streng'' te gaan optreden tegen de belangrijkste veelplegers, van wie er 221 een brief kregen met de waarschuwing dat zij systematisch in de gaten werden gehouden.

Landelijk zijn ongeveer 19.000 veelplegers actief, van wie vier- tot vijfduizend tot de harde kern worden gerekend. Minister Donner (Justitie) kreeg vorig jaar steun van de Tweede Kamer om deze draaideurcriminelen steviger aan te pakken: voor geweldpleging, diefstal en inbraak kunnen ze maximaal twee jaar worden opgesloten.

Orhan O. zegt ,,te walgen'' als hij terugdenkt aan het optreden van de officier van justitie op zijn rechtszitting. ,,Hij noemde mij een hopeloos geval, die veel hulp weigerde. Daar werd ik heel agressief van. Hij deed voorkomen alsof justitie mij in het verleden dikwijls had geholpen. Dat is niet zo: nog nooit heeft het openbaar ministerie of een rechter voor me geregeld dat ik kon gaan afkicken van heroïne en cocaïne.''

Verslaafden jonger dan hij, ,,met ingevallen gezicht en slechte tanden'', gaven ze die kans wel, klaagt Orhan. Afkicken, dat zou hij graag willen. Het kán, zegt hij, ,,hier in De Koepel heb ik de laatste tien dagen ook niks genomen, het was wel shaken. Drugs zijn hier makkelijk te krijgen. Binnen wordt méér gebruikt dan buiten, veel gevangenen zijn hun hele straf lang stoned.''

Na een paar intake-gesprekken dacht hij twee jaar geleden terecht te kunnen bij de verslavingszorginstelling Novadic-Kentron in Breda. Er was een wachtlijst van twee à drie maanden, herinnert hij zich. Hij kreeg voorlopig onderdak in het Intermuraal Motivatie Centrum (IMC) van de kliniek. ,,Daar zie je alleen maar mensen die aan de zware medicijnen, valium of methadon zitten. Dat was geen geschikte plaats voor mij om af te kicken.'' Orhan O. ging binnen een paar dagen weg: ,,Ik viel terug op het roken van cocaïne en heroïne, om van de problemen af te zijn.''

Hij schaamt zich dood voor zijn ,,slechte levenswijze'', die zes jaar geleden begon. Tot 1998 was hij straler en lasser in Pernis. ,,Ik wist niet hoe drugs eruit zagen, tot ik slechte vrienden tegenkwam. Ik ging cocaïne roken, daar werd ik paranoia van, daarna verslaafd. Het ging bergafwaarts: meisje weg, werk weg, geld weg.'' Met zijn ,,maten'' pleegde hij zijn eerste inbraak, waarbij hij op heterdaad werd betrapt. Het kostte hem een half jaar cel. Daarna is hij nog vijftien keer veroordeeld en zat hij vijf keer vast, steeds voor kortere tijd.

Hij staart naar het plafond in het bezoekkamertje van De Koepel. ,,Ja, wat nu?'' Als hij over enkele dagen vrij komt, wacht buiten niemand op hem. De reclassering? ,,Die is vaak niet eens op de hoogte van zo'n ontslag'', vertelt L. Maas, manager justitiële verslavingszorg van Novadic Kentron die ook over de reclassering van verslaafden gaat. ,,Ik ken Orhan O. niet, maar als hij gemotiveerd is, kan een gesprek met ons succesrijk zijn. Hij zou bij het IMC moeten beginnen, maar misschien zegt-ie: `Daar ben ik al geweest, die begeleiding heb ik niet nodig'. En mogelijk voelt hij eigenlijk ook niks voor een ontgifting.''

Orhan O. zal snel naar de sociale dienst gaan voor een uitkering, zegt hijzelf. ,,Bij de sociale dienst moet ik een afspraak maken voor een intake-gesprek, dat na een kleine twee weken plaatsvindt. Daarna ontvang ik een voorschot van zeventig euro.'' Een woordvoerder van de gemeente Breda bevestigt dat. Orhan O.: ,,Waar moet ik de eerste weken na de gevangenis dan van leven?''

Hij vreest dat hij dan weer in het dievencircuit terecht komt, dat hij zich noodgedwongen weer aansluit bij de andere 220 veelplegers in Breda. Een winkeldiefstal is makkelijk, zegt hij. ,,Zeker in een zaak zonder alarmpoortje. Is zo'n poortje er wél, dan ken ik trucjes genoeg om te zorgen dat het alarm niet afgaat. Je doet folie om de gestolen spullen, of je knipt een draadje van de beveiliging stuk. Een heler vind je zo.''

Maar hij denkt dat die veelplegers intussen bezig zijn te veranderen van werkwijze. ,,Ze passen wel op. Ze gaan niet zo vlot meer uit winkels stelen, want de pakkans is groot. Ze zetten liever een bivakmuts op en kiezen voor zwaardere overtredingen die minder riskant zijn.'' Of deze draaideurcriminelen – veelal verslaafd – wijken uit naar Den Bosch of Dordrecht, waar de straffen veel lager zijn dat in Midden- en West-Brabant. Orhan O.: ,,Veelplegers in die steden lachen mij uit, omdat ik een maand vast zat voor het stelen van een koffiezetapparaat. Hier in De Koepel gebeurde dat ook.''

Hij zou naar ,,een van de grote steden'' kunnen gaan, voor ,,een rustiger bestaan''. Hij denkt dat de verstrekking van drugs daar gratis is, hetgeen een vergissing is. Manager Maas van Novadic-Kentron: ,,Slechts een heel streng gekozen kleine groep krijgt daar voor niets heroïne en cocaïne. En dat experiment wordt vast niet uitgebreid.'' Maar het liefst wil Orhan O. ,,een nieuw leven beginnen'', een leven zonder overtredingen. Nóóit wil hij meer horen dat hij ,,een hopeloos geval'' is.

Hulpverlener Maas meent dat een geslaagde terugkeer in de maatschappij niet gemakkelijk zal zijn. De 221 veelplegers in Midden- en West-Brabant die extra in de gaten worden gehouden zijn volgens hem `die-hards'. ,,Een aantal van hen laat uiteindelijk elk hulpaanbod links liggen.'' Maas laat doorschemeren méér gecharmeerd te zijn van de nieuwe Rotterdamse aanpak van veelplegers dan van die in de regio Breda. In de Maasstad gaat een draaideurcrimineel na aanhouding tien dagen de cel in, waarna hij een dagvaardiging krijgt voor een rechtszitting een half jaar later. In die tussentijd moet de reclassering proberen de veelpleger met een `behandelplan' op het rechte spoor te krijgen. Eventuele nieuwe delicten worden `meegenomen' in de geplande rechtszaak.

De draaideurcrimineel krijgt zo nog een kans. Maas: ,,Het zou te gek voor woorden zijn mensen als Orhan O. af te schrijven.''