Zestig jaar na Hitler keert in Europa een demon terug: het nieuwe antisemitisme

Op veel plaatsen wordt gewaarschuwd voor een nieuw soort antisemitisme. Josef Joffe constateert in het artikel hieronder dat er naast een moderne variant op het klassieke antisemitisme een nieuwe variant is ontstaan die meesluipt in de schaduw van kritiek op Israël. Hij verwijst daarbij naar Duitsland en Frankrijk. Ook in de Angelsaksische wereld is de afgelopen tijd veel gedebatteerd over de vraag waar precies de grens ligt tussen een kritische opstelling tegen de regering-Sharon en antisemitisme. In hoeverre is het antizionisme van vandaag het nieuwe antisemitisme? Rechts een aantal citaten uit het debat hierover.

Het goede nieuws? Het klassieke antisemitisme – uitsluiting, verdrijving, vernietiging – is in Europa verdwenen. Joden zijn burgers geworden zonder de prijs van de doop te hoeven betalen, volgens Heinrich Heine het `entreekaartje' tot de samenleving. Qua omvang is de joodse gemeenschap in Duitsland de derde van Europa, en de snelst groeiende. En de, inmiddels overleden, president van de Centrale Joodse Raad Ignatz Bubis een prominent publiek figuur. Het slechte nieuws: het monster is weer ontwaakt, zij in een tweevoudig nieuwe gedaante.

Hier in Europa, na Hitler? Onmogelijk! Maar toch. Vorige week heeft een conferentie van de Europese Unie zich met deze ogenschijnlijk uitgeroeide ziekte beziggehouden, en in april zal de `wereldzaal' van het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken vollopen met vertegenwoordigers uit de 55 lidstaten van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), om zich te bezinnen op de beste manieren om haar te bestrijden. Als twee zulke gezapige bureaucratische instanties de stank al opvalt, moet het nieuwe antisemitisme wel meer zijn dan enkel een hersenspinsel van opgewonden functionarissen van het Joodse Wereldcongres.

De ene variant van het neo-antisemitisme is in feite een heel oude, die opnieuw is ingevoerd. Allang voor de Zesdaagse Oorlog heeft de Arabische wereld de klassieke Europese versie overgenomen en tot Leitkultur uitgewerkt. Een oeroud motief is de rituele moord, een tweede de wereldwijde samenzwering, een derde de jood als het boze bij uitstek – allemaal onlangs episch, weerzinwekkend uitgesponnen te bekijken in de Syrische tv-serie Diaspora en de Egyptische Ruiter zonder paard. Snellere toegang biedt het Middle East Research Institute waar het dagelijkse antisemitisme van de gebreidelde media wordt vertaald. Het is lectuur waarbij het nazi-blad Der Stürmer afsteekt als niet meer dan een sufferdje voor SA-leden.

Opnieuw ingevoerd? Een blik op Frankrijk, met de grootste islamitische bevolking van West-Europa, toont het probleem in al zijn schrikwekkende omvang. Bij de duizenden incidenten ging het niet om zoiets als `antizionisme'. Er zijn aanvallen gedaan op joden, hun scholen en synagogen, en ten slotte heeft de opperrabbijn van Parijs zijn kudde aangeraden hun keppeltje onder een honkbalpet te verstoppen. Lang heeft de regering het niet aangedurfd te zeggen wat evident is: dat – net als elders in Europa – bijna uitsluitend jonge moslims de daders waren. Pas laat heeft zij gezegd wat evident is: ,,Een aanval op een jood is een aanval op de Franse republiek.''

Europa heeft er grote moeite mee om slachtoffers van racisme, zoals de jonge moslimimmigranten uit de voorsteden, van racisme te betichten. Alleen: wordt antisemitisme er `beter' op als de daders arm en kansarm zijn? Zoals bekend zijn er na de aanslagen op het World Trade Center geen moskeeën maar wel synagogen in brand gestoken. Wat voor moordzuchtige logica brengt Europese moslims ertoe die duizendvoudige moord aan te vullen met terreur tegen joodse medeburgers?

Het sociaal-psychologische antwoord op deze vraag is zonder twijfel belangrijk. Het politieke en morele antwoord kan alleen maar een luid `Neen!' zijn. Hier, en geen stap verder, eindigt de tolerantie voor de intolerantie. Dit `Neen!' moet ook voor de imams en mollahs gelden die in de moskeeën van Berlijn, Brussel en Parijs de haat prediken (ook tegen christenen). En aangezien de haat in Kairo, Damascus en Riad aan de lopende videoband geproduceerd wordt, moet het `Neen!' ook aan die adressen worden gericht – niet wegens joodse belangen, maar uit eigenbelang. Europa heeft voor het antisemitisme een verschrikkelijke prijs betaald, en het mag niet weer binnenkomen, ook niet door de achterdeur.

De tweede variant van het neo-antisemitisme is problematischer, minder bewust; zij kan eerder worden vermoed dan met zekerheid aangewezen. Deze versie staat niet gelijk aan kritiek op Israël, maar sluipt vaak genoeg mee in de schaduw van zulke kritiek. Het verschil? Wanneer iemand zegt ,,het hek schaadt het vredesproces en versterkt de gelederen van Hamas'', dan is dat geen anti-Israëlisme en evenmin antisemitisme; het zou zelfs waar kunnen zijn. Maar wanneer iemand insinueert dat de Israëliërs een `vernietigingscampagne' voeren, of de beproefde vergelijking met de nazi's op hen toepast, dan komt er een heel andere aap uit de mouw.

Spotprenten bieden een snellere weg naar het onderbewuste dan de sofa. Een Noorse krant toont Arafat, uitgedost als een gevangene in een concentratiekamp, achter prikkeldraad. Sharon, in zwart SS-uniform, schreeuwt hem (in het Duits) toe: ,,Mütze ab!'' Een Griekse krant laat twee Israëliërs in het uniform van de Wehrmacht zien, die Palestijnen afslachten. De ene zegt: ,,Geen schuldgevoel, broeder. Wij hebben niet in Auschwitz gezeten om te lijden maar om te leren.'' De volstrekt politiek correcte Libération put uit een nog ouder riool. Daar staat Sharon met hamer en spijkers voor een kruis, met als bijschrift: ,,Geen Kerstmis voor Arafat, maar met Pasen is hij welkom.'' Dat is geen kritiek op Israël, dat is zuiver antisemitisme.

Antisemitisme, zo stelde Joschka Fischer op een bijeenkomst van de Böll-stichting, ,,treedt dikwijls op in de gedaante van kritiek op Israël''. Voor hem begint antisemitisme met de uitspraak: ,,Je moet toch zeker weer kunnen zeggen...'' Hij heeft gelijk. Zo'n frase is leugenachtig, omdat het merendeel van de Europese media doortrokken is van kritiek op Israël, en ze is schandelijk, omdat ze `de joden' de onzichtbare macht toedicht om naar believen meningen te manipuleren of te onderdrukken. Een derde van de Duitsers, bijna de helft van de Belgen en Fransen, en bijna tweederde van de Spanjaarden verkeert bijvoorbeeld in de waan dat de joden ,,te veel macht'' zouden hebben in het bedrijfsleven.

Uit zulke uitspraken valt ten slotte ook op te maken dat het niet altijd alleen maar om Israël gaat, om bezetting, inname van gebied en onderdrukking, hoe bruut en dwaas dat beleid ook zijn mag. Het gaat er ook om historische schuld te delgen en een moreel gevoel van eigenwaarde te herwinnen. Zeker, de holocaust was een Duitse misdaad, maar afgezien van Denemarken en tal van individuele heldendaden heeft Europa zijn joodse burgers nu niet bepaald met hand en tand verdedigd. Dan doet het een mens goed om de nazaten van de slachtoffers als daders aan te merken en zo de morele last wat `rechtvaardiger' te verdelen.

Zo'n schuldendelging heeft Europa 59 jaar na de holocaust niet nodig. Zijn post-holocaust-identiteit is vast verankerd in liberalisme en verdraagzaamheid, in antiracisme en in het `Nooit weer!' Het mag en moet kritiek uitoefenen op het Israëlische beleid, maar dient zich er bewust van te zijn (of te worden) waar de grens loopt tussen kritiek en demonisering, tussen morele eisen en zichzelf vrijpleiten. Het opgeheven vingertje moet op z'n laatst worden ingetrokken wanneer de legitimiteit van de staat Israël in het geding komt.

De grenzen zijn vaag geworden, en daarom is het goed dat de EU en de OVSE zich eindelijk over dit kwellende thema gebogen hebben. Want `anti-isme' in welke vorm dan ook is slechts oppervlakkig bezien een probleem voor de slachtoffers. In feite is `anti-isme' altijd een teken dat de gehele samenleving in een crisis verkeert.

Is commentator en mede-uitgever bij Die Zeit.

Hij is auteur van The Future of International

Politics: The Great Powers (1998)

© Die Zeit