Voorbeeldige leerling, sinistere sfinx

Op 14 maart wordt Vladimir Poetin herkozen tot president van Rusland. Serieuze concurrenten heeft hij niet, het parlement en de media worden gedomineerd door zijn partij Eenheid.

Wie is Vladimir Poetin?

Hoe een trouwe KGB'er en ideale tweede man op de tsarentroon belandde.

Het gesprek met Jelena Tregoebova is al vele malen uitgesteld. Nu komt er weer iets tussen: een bommetje explodeert in haar portiek. Vijftig gram tnt. De bom ontploft vlak na een telefoontje: haar taxi wacht beneden. Een politieke aanslag, zegt Tregoebova. Hooliganisme, zegt de politie.

Tregoebova heeft vijanden gemaakt met haar boek Verhalen van een Kremlingraver. Het is een persoonlijk, wat zelfingenomen relaas van haar omgang met de Kremlintop en homunculus Vladimir Poetin. Haar keuze voor de boulevardstijl is bewust, zegt Tregoebova, zo bereikt ze de meeste lezers. Maar de ondertoon is serieus: de mannen van Poetin hebben het vrije woord de nek omgedraaid. Het Kremlin is geobsedeerd door controle, heeft een dunne huid en lange tenen.

Dat is geen nieuws. President Poetin pleegt journalisten 'bandieten' te noemen en vertelt Amerikaanse studenten dat de vrijheid van meningsuiting in Rusland louter anarchie en destructie zaait. Hij dreigt een Franse journalist die doorvraagt over Tsjetsjenië met castratie, beschuldigt in Rome de collectieve westerse pers van corruptie als ze vragen stellen over zijn oorlog tegen olieconcern Yukos.

Toch is het fascinerend om bij Tregoebova te lezen hoe snel het klimaat van chaotische openheid onder Jeltsin is omgeslagen. 'De bulldogs vechten nu weer onder de deken', zegt analiste Lilia Sjevtsova. 'De Kremlinologie is terug.' En hoe snel de Russische pers weer in het gelid springt. 'Een echte kerel moet het proberen, een eerbare vrouw moet zich verzetten', grapte Poetin over zijn poging de pers te breidelen. 'Helaas is niet alleen onze pers, maar de hele Russische samenleving een prostituee', sombert journalist Sergej Parchomenko.

Tregoebova's lotgevallen zijn illustratief. Meteen na publicatie van haar boek verliest ze haar baan bij de krant Kommersant, collega's vallen haar massaal af. Een interview met Tregoebova in het tv-programma Namedni wordt in Vladivostok uitgezonden, maar komt in Europees Rusland niet op de buis. Er was geen druk vanuit het Kremlin, bezweert tv-zender ntv, het interview was gewoon te vulgair.

En nu dus een bomaanslag. Het tekent de sfeer die na vier jaar Poetin over Moskou hangt. Een sfeer van censuur en zelfcensuur, van intimidatie, paranoia, justitiële terreur en hypocrisie. Als we de Kremlinvorser Aleksej Moechin spreken, wordt hij zichtbaar nerveus zodra we beginnen over Poetin en corruptie. Hij beëindigt snel het interview, verzoekt ons hem niet mobiel te bellen. 'Want ik word afgeluisterd.' Moechin weet ook dat de geheime dienst fsb enkele van zijn collega's heeft opgesloten wegens spionage.

Hypocrisie is de norm. Poetin geeft het voorbeeld door sluitingen of overnames van rebelse media met een stalen gezicht een 'zakelijk geschil' te noemen. Door de openbare aanklager selectief op zijn vijanden af te sturen en, als men daarover klaagt, met een zuinig mondje te verklaren dat een president toch zeker niet kan ingrijpen in de rechtsgang.

Poetins beloofde 'dictatuur van de wet' is vooral een 'dictatuur via de wet'. Sociologe Olga Kristanovskaja: 'En het ergste is dat Russen hem die leugens niet kwalijk nemen.'

Geloof in God

Poetins gesloten, ironische karakter maakt het moeilijk een oordeel over hem te vellen. Wat denkt hij nu echt? Zo is het een punt van debat of Poetin een christen is. Wanneer hij president George W. Bush in juni 2001 voor het eerst ontmoet, heeft hij deze 'born again-christian' uitputtend bestudeerd. Poetin vertelt Bush in het Sloveense paleisje dat hij God zag op de dag dat zijn buitenhuis afbrandde en hij zijn dochters ternauwernood uit het inferno redde. Een brandweerman vond een kruisje in de nasmeulende ruïne: het kruisje dat zijn moeder hem gaf, dat Poetin in 1992 in Israël in wijwater doopte. Sindsdien draagt hij het om zijn nek, zegt hij. 'Ik keek in zijn ogen en zag zijn ziel', zegt Bush na dit eerste gesprek. Oprechtheid of manipulatie? Leiders die uit het niets komen, denken wel vaker dat God iets bijzonders met hen voorheeft. Maar Poetins geflirt met de orthodoxie, zijn uren met biechtvader Tichon, zijn bezoeken aan kloosters en heilige plekken kunnen ook handige reclame zijn.

Slechts op één punt heeft hij zich zichtbaar vastgebeten, lijkt hij niet in staat tot pragmatische concessies: Tsjetsjenië. Bij zijn eerste 'ongeplande' persconferentie verdwijnt Poetins charme als een Amerikaanse hem op scherpe toon daarover lastig valt. Zijn kaken verstrakken, er komt een metalige toon in zijn stem, een staccato commandotoon. Het is zijn oorlog en die woekert als een kanker voort. Wekelijks sneuvelen en verdwijnen er tientallen Russen en Tsjetsjenen: de pers zwijgt. Maar de gijzelactie in het Moskouse musicaltheater, de eindeloze reeks bloedige zelfmoordaanslagen zijn moeilijker te negeren.

Journaliste Tregoebova had een mooie, maar korte vriendschap met Vladimir Poetin. Zij ontmoet hem voor het eerst in 1998, als hij als opkomend Kremlinbureaucraat een tergend saaie persconferentie geeft. Poetin slaat voor de camera met de rijzige journaliste aan het flirten. Even later interviewt zij Poetin, inmiddels chef van de geheime dienst fsb. Een nietszeggende woordenstroom, Tregoebova publiceert het niet.

Vlak voor de jaarwisseling dineren Poetin en Tregoebova weinig romantisch in een leeg sushirestaurant, omsingeld door geheim agenten. Poetin wacht haar op in een cabine, de beentjes kunstig onder het lage Japanse tafeltje gevouwen. 'Jelotsjka, waarom praten we toch steeds over politiek', glimlacht hij terwijl hij aan zijn saké nipt. Na het diner nodigt Poetin haar uit om Oud en Nieuw met hem te vieren en geeft haar een lift naar een schoenenwinkel. Later bekoelt de liefde. Meteen als Poetin president wordt, verdeelt zijn staf de pers in vriend en vijand. Wie niet de lijn van het Kremlin volgt, verdwijnt uit de prestigieuze 'Kremlinpool'. Tregoebova handhaaft zich, tot zij de doodzonde begaat Poetin een ongeautoriseerde vraag te stellen.

Op het eerste gezicht is Poetin een wat primitieve intellectueel, vindt zij, een product van de kgb-school. Maar heel charmant. 'Praten met hem is fijn, je denkt dat je zijn gelijke bent. Maar achteraf voel je jezelf bij de neus genomen.' Poetins genie ligt namelijk in empathie en imitatie. Hij heeft het talent zijn gesprekspartner te kopiëren, diens oogopslag en mimiek over te nemen. Spreekt hij met bondskanselier Schröder, dan lijkt het na twee minuten al of er twee Schröders naast elkaar staan. Dat neemt mensen voor Poetin in: bijna iedereen kijkt graag in de spiegel.

Stagnatie

Wie is Vladimir Poetin? Als ik in november 2000 in Moskou aankom, is zijn cultus op een hoogtepunt. Grappen uit de Brezjnevtijd maken een comeback. 'Een oude man krijgt een hulppakket uit Moskou. Hij opent het en vindt een tv, een radio, kranten en blikjes conserven. Hij doet de tv aan en ziet Poetin. Op de radio hoort hij Poetin. De kranten: ze openen allemaal met Poetin. De man kijkt naar de blikken conserven, en denkt: zal ik ze opendraaien?'

Analiste Lilia Sjevtsova van het Carnegie Endowment neemt het woord zastoi stagnatie in de mond, de sluimer waarin de Sovjet-Unie onder partijleider Brezjnev wegzakte. Het gelukkigste tijdperk van de afgelopen eeuw, vinden de meeste Russen. Poetin presideert over een nieuwe zastoi, denkt Sjevtsjova. Na de achtbaanjaren onder Jeltsin biedt hij Rusland rust, zoals het onder Brezjnev bijkwam van de bloedige campagnes van Stalin en de capriolen van Chroesjtsjov. En opnieuw kan het land zich die sluimering alleen veroorloven dankzij hoge olieprijzen.

Op 14 maart wordt Poetin naar verwachting als president herkozen met een marge van ruim 70 procent. Dan kan hij vier jaar regeren zonder oppositie. In december koos Rusland een Doema (parlement) die voor tweederde bestaat uit Poetins 'Verenigd Rusland', en verder slechts nationalisten en communisten telt.

Een nieuwe Brezjnev: het lijkt verrassend. Russen zien in Poetin een dynamisch leider die doortastend en zonodig meedogenloos optreedt. Dat lijkt bij mijn aankomst in Moskou in november 2000 nauwelijks overdreven. In een half jaar heeft de president zijn positie geconsolideerd, rebelse gouverneurs zijn in het gareel gedwongen. Hun machtsorgaan, de Federatieraad, is tandeloos gemaakt, zeven 'supergouverneurs' kijken hen voortaan op de vingers. Bemoei u niet met Moskou, dan laat Moskou u met rust, dat is het nieuwe parool.

De Doema (het parlement) is onder controle, het media-imperium van de arrogante oligarch Goesinski staat onder zware druk. En het westen moet weten dat Rusland zich niet langer hulpbehoevend opstelt. Poetin bezoekt in zijn eerste jaar vooral oude bondgenoten van de Sovjet-Unie, in Amerikaans jargon 'schurkenstaten'. Hij cultiveert warme banden met Tony Blair en Gerhard Schröder, maar steggelt met Washington over spionageaffaires. Het oude sovjetspel: Europa tegen Amerika uitspelen. Van hervormingen komt nog weinig, maar op oudejaarsavond 2000 kondigt Poetin aan dat Rusland weer eendrachtig is, de breuken uit het verleden zijn geheeld. Na een onderbreking van tien jaar schalt het oude volkslied van de Sovjet-Unie weer door de ether.

Een half jaar eerder is Rusland nog hardhandig met zijn gebreken geconfronteerd. Op televisie kruipen Moskouse meisjes na een bomaanslag op metrostation Poesjkin huilend en bloedend de trappen op: straffeloze misdaad, terrorisme. De splinternieuwe nucleaire onderzeeër Koersk zinkt in de Barentszee met alle 109 opvarenden: geheimhouding tegen elke prijs, schaamteloze leugens, minachting voor mensenlevens. De Moskouse televisietoren Ostankino brandt af: ambtelijke incompetentie, gebrek aan initiatief, structureel verval. En Poetin? De tv-kijker ziet hoe de president zich op waterski's ontspant in de Zwarte Zee.

Een slippertje van een grijze kardinaal die nog niet gewend is om zelf in de schijnwerpers te staan. Poetin trekt hierna zijn conclusies: oligarchen en hun media spannen tegen hem samen. Hij gaat in de aanval. En Rusland? Dat vergeeft Poetin alles, de rampen maken hem juist sterker. Meer dan ooit wil het land geloven in zijn no-nonsense president die het verval een halt toeroept.

De Poetin-cultus is deels het werk van de publiciteitsmolen van het Kremlin, maar komt vooral van onderaf. In alle overheidskantoren kijken Poetins staalblauwe ogen over de schouders van de ambtenaren mee. Borstbeeldjes van Poetin rollen van de lopende band, kerken, skipistes en cafés worden naar hem vernoemd. Een Russische kennis bekent blozend dat Poetin in haar dromen verschijnt. 'Dromen van seksuele aard.'

Onder de Poetin-cultus broeit de rancune van een vernederde grootmacht. Na tien jaar verpaupering, chaos en vernedering is Rusland weer trots op zichzelf. Onder Jeltsin heeft het als een blinde beer door de nieuwe wereldorde gewaggeld, beurtelings enthousiast, aanhankelijk, teleurgesteld, razend, maar altijd machteloos. Poetin belooft Ruslands status te herstellen door een nuchtere, voorspelbare, louter op het nationale belang gerichte politiek.

Adoratie

Wie naar sporen van Vladimir Poetin zoekt in zijn geboorteplaats Sint Petersburg, stuit nog steeds op louter adoratie. School nummer 281 is trots op haar voormalige pupil. Op de gang hangen vele Poetins in waterverf: een bron van inspiratie voor de tekenklas.

Poetins lerares scheikunde Tamara Stelmagova herinnert zich een bescheiden en tactvolle jongeman. 'Als hij sprak, luisterde de klas ademloos.' Haperde de intercom van de school, dan repareerde Vladimir hem. Niemand werkte harder als de scholieren moesten bijspringen bij de oogst. De meisjes vielen als een blok voor hem, vooral Tanja van de Komsomol, maar Vladimir merkte dat niet. Heel serieus was hij, gedreven bezig met judo, maar toch altijd in voor een grapje. Hij had iets met Duitsland, leerde Duits als extra vak. Zijn eindexamen? 'Dat deed hij eenvoudigweg briljant.' Maar herinnert de oude Tamara zich Poetin nu wer kelijk? 'Eerlijk?', vraagt ze glimlachend. 'Nee. Na dertig jaar weet je de uitblinkers en de rabauwen nog. De grijze tussengroep vergeet je.'

Vladimir Poetin wordt geboren op 7 oktober 1952 in Sint Petersburg, dan nog Leningrad. De arme Poetins delen hun woning met vijf gezinnen, ze hebben twaalf vierkante meter. Vader Vladimir is 'een serieuze, imponerende man', zegt lerares Vera Goerevitsj. 'Hij keek vaak boos. Er werd niet gekust in huize Poetin. Geen sentimenteel gedoe daar.'

De Poetins zijn loyale communisten. Stalins zuiveringen maken in hun familie geen slachtoffers een unicum. Opa Spiridon van vaderszijde evacueert in de hongersnood na de revolutie zijn gezin uit Sint Petersburg naar het dorpje Pominovo. Zelf maakt hij carrière als kok van de sovjetelite. Hij kookt voor Kroepskaja, de weduwe van Lenin. Vader Vladimir, geboren in 1911, geldt in zijn jeugd als een rokkenjager en een dorpsbullebak. Als hoofd van het lokale partijcomité jaagt hij fanatiek op iconen. In 1928 trouwt hij Olga Ivanova, een stil en religieus meisje uit een naburig dorp. Als zij Vladimir op vijfjarige leeftijd doopt, mag vader dat niet weten.

In 1932 verhuizen de Poetins naar Leningrad, daar vervult vader Vladimir als duikbootmatroos zijn dienstplicht. Hij krijgt een baantje als bewaker bij een fabriek, klimt op tot hoofdarbeider. Tijdens de grote zuiveringen van 1937 is hij verklikker, schrijft een Russische krant, zonder met bewijs te komen. Wel dient vader Vladimir tijdens de oorlog bij een sabotagebataljon van de geheime dienst nkvd. Aan het Leningradse front raakt hij zwaar gewond door een handgranaat. Vaders oorlogsverhalen verklaren misschien deels Poetins latere fascinatie met de kgb.

Op het buurtschooltje nummer 193 is Poetin aanvankelijk een middelmatige leerling. Hij spijbelt, noemt zichzelf later een 'kleine hooligan' die rondhangt op de binnenplaats, jaagt op de ratten in zijn trapportaal. Poetin is klein maar fanatiek, naar eigen zeggen een natuurlijk leider. Een buurtbewoner die anoniem wil blijven, spreekt dat tegen. 'Vladimir was een jochie dat erg zijn best deed om bij de grote jongens te horen. Een beetje een slijmbal. Wij stuurden hem er altijd op uit om wodka voor ons te kopen.'

Rond zijn elfde wordt Poetin serieuzer. Om grotere jongens aan te kunnen 'hij kreeg vaak slaag', zegt de buurtbewoner gaat hij op boksen, breekt zijn neus. Bij sportschool Troed maakt hij kennis met trainer Anatoli Rachlin, die, zo zegt Poetin, 'een beslissende invloed op mijn leven heeft'. Hij traint Poetin vijftien jaar lang in judo en sambo, in 1976 schopt hij het tot kampioen van Leningrad. Rachlin ziet judo als levensfilosofie. Zelfdiscipline, daar draait het om. Rond die tijd gaan Poetins schoolcijfers omhoog en wordt hij lid van de Pioniertjes, de communistische jeugdbeweging. Hij mag naar eliteschool 281.

In de zomer van 1970 meldt Poetin zich als rekruut bij het kgb-hoofdkwartier van Leningrad. Een medewerker adviseert hem eerst rechten te studeren. Zijn Duitse biograaf vermoedt dat Poetin als student bijklust als informant van de kgb. Dat zou verklaren hoe hij in zijn derde studiejaar al in een kleine autootje rijdt, een Zaporozjets. Hijzelf zegt dat zijn moeder die in een loterij heeft gewonnen.

In 1974 wordt Poetins droom werkelijkheid: de kgb rekruteert de student. Aanvankelijk zegt Poetin bij het Tweede Directoraat (contraspionage) te dienen: het schaduwen en afluisteren van toeristen, diplomaten en zakenlui, het escorteren van sportploegen en volksdansgroepen op tournee in het westen. Later zou het Eerste Directoraat hem hebben gerekruteerd: buitenlandse inlichtingen, de elite waar elke jonge kgb'er van droomt.

Maar volgens hardnekkige geruchten maakt Vladimir Poetin in Leningrad deel uit van het gevreesde Vijfde Directoraat, belast met ideologische subversie. Agenten van het 'Vijfde' jagen op dissidenten en samizdat, verboden literatuur. Poetin zegt later dat hij 'niet erg betrokken was' bij het Vijfde Directoraat. Wel herinnert hij zich de 'subtiele methodes'. Zo wilden dissidenten eens betogen op de geboortedag van Peter de Grote. De kgb organiseert dan op diezelfde plek, bij het beeld van de 'Bronzen Ruiter', een communistische ceremonie, compleet met kransen, vlaggen en een orkest. 'De diplomaten en buitenlandse journalisten keken het even aan, gaapten en gingen toen naar huis', verkneukelt Poetin zich. Daarna mogen de dissidenten betogen: er is niemand die kijkt. Een journaliste die deze anekdote uit de mond van Poetin optekent voor het propagandaboekje Eerste Persoon, vindt het verhaal tekenend. 'Zo'n absurd toneelstuk opvoeren om de mensen te misleiden, en daar een kwart eeuw later nog trots op zijn.'

Irina Flige, het hoofd van de historische vereniging Memorial in Sint Petersburg, behoorde tot de dissidentenbeweging. 'Er is een soort mythe ontstaan dat de kgb de elite van de Sovjet-Unie was, zeer goed opgeleide, ruimdenkende en intelligente mensen. Daar hebben wij weinig van gemerkt.' Flige's huis wordt vele malen doorzocht, nooit vindt de kgb iets. 'De samizdat lag gewoon in het vriesvak of in een platenspeler, zo moeilijk was dat niet.'

Flige heeft nooit bewijs gevonden dat Poetin voor het Vijfde werkte. 'Poetins handtekening staat onder geen huiszoekingsbevel, hij heeft nooit een dissident verhoord.' Maar de Italiaanse krant Reppublica citeert een kolonel V. die zegt met Poetin voor het Vijfde te zijn opgeleid. En ex-spion Vladimir Oessoltsov, die later met Poetin samenwerkt: 'Ik praatte met Volodja heel vaak over zijn tijd bij het Vijfde. Hij kende alle Leningradse dissidenten bij naam.'

Geen pretje

In Leningrad blijft Poetin dromen van de grote spionage. 'Één man die meer bereikt dan een heel leger', zegt hij. In 1983 neemt hij het laatste obstakel voor detachering: hij trouwt Ljoedmila Krepnova uit Kaliningrad. De kgb stuurt liever geen vrijgezellen naar het buitenland. Daarna mag hij studeren aan het Andropovinstituut in Moskou.

Ljoedmila heeft gewerkt als postbesteller, arbeidster en verpleegster voordat ze een baantje als stewardess bemachtigt. Bij hun eerste ontmoeting, in het theater, vindt Ljoedmila Poetin wat saai, toch valt ze op 'zijn innerlijke kracht'. Na drie jaar verkering vertelt Poetin haar dat hij een gesloten, broeierig karakter heeft, het stille type is dat plots in woede kan ontvlammen. 'Ik dacht dat hij het wilde uitmaken', zegt Ljoedmila. Pas na een half uur begrijpt ze dat hij haar ten huwelijk vraagt.

Een erg warme relatie wordt het niet. Op trouwfoto's kijkt het paar vooral plechtig: het huwelijk is kennelijk geen pretje. Tien jaar later klaagt Ljoedmila tegen een Hamburgse vriendin dat Poetin 'een vampier' is. Hij geeft haar geen creditcards, terwijl ze toch zo zuinig is. Ook nodigt Poetin te veel relaties uit, waarbij zij dan de hele avond met bier, vis en augurken rondsjouwt, en wil hij dat zij zijn ontbijt maakt, terwijl Ljoedmila liever uitslaapt. Maar Vladimir drinkt niet veel en slaat haar niet, dus is zij best tevreden.

Maar dat is later. In 1985 hun tweede dochter Masja is dan net geboren verhuist het paar naar Dresden. Kans op een baan in West-Duitsland heeft Poetin niet: dat is het monopolie van de kinderen van de kgb-top en de partijelite. Ook Karlshorst, het kgb-hoofdkwartier in Oost-Berlijn, loopt hij mis: hij eindigt in het provinciale Dresden.

'Dresden was een cloaca', zegt collega Vladimir Oessoltsov. 'We wisten dat we losers waren, maar het was een fijn team met een fantastische baas.' Oessoltsov leert Poetin kennen in 1985, vlak na de dood van partijfossiel Tsjernenko. De kgb in Dresden ontkurkt bij diens dood dankbaar de champagne. Opvolger Michail Gorbatsjov geldt dan nog als een beschermeling van de kgb. Met hem kan de modernisering van de Sovjet-Unie beginnen, hopen ze in Dresden.

Niet lang daana trekt Vladimir Poetin in Oessoltsovs kantoortje aan de Angelikastrasse 4. 'We zijn drie jaar lang celgenoten geweest, als het ware', zegt Oessoltsov. 'Onze bureaus stonden tegenover elkaar. Nadat ik had vastgesteld dat Poetin geen verklikker was, praatten wij over alles.' Kamergenoot Poetin koestert geen illusies over het communisme, zegt Oessoltsov. 'Hij bewonderde Andrej Sacharov om zijn principiële houding, Amerika noemde hij het symbool van de vrijheid. Maar anticommunisme vond hij zinloos en onpatriottisch. Wij konden toch niks veranderen. Ik wil alleen bier drinken en voor mijn dochters zorgen, zei hij.'

De kamergenoot bekwaamt zich in Dresden vooral in het bemachtigen van postordercatalogi van Neckermann, waar de spionnen watertandend doorheen bladerden. Hun salaris is 1.800 Oostmark, ze doen inkopen bij de legerwinkel die zelfs bananen heeft. Bier drinkt Poetin graag: de sporter zwelt in Dresden op tot 85 kilo. Oessoltsov vindt het grappig dat de Duitse pers Poetin later neerzet als een meesterspion in de frontlinie van de Koude Oorlog, belast met diefstal van West-Duitse technologie, undercover-acties in Berlijn, het bespioneren van de partijtop van de ddr. 'We waren kleine tandwieltjes', zegt hij. Poetins belangrijkste werk is het rekruteren van buitenlandse studenten bij de technische universiteit: Dresden is dan een centrum van Oostblok-informatica. Het gaat vooral om Cubanen, die Fidel Castro moeten bespioneren. In Dresden, zegt Oessoltsov, deed je als kgb'er zo'n beetje van alles. Grote successen boekte Poetin evenmin als hij.

De val van de Muur stemt luitenant-kolonel Poetin bitter. Dagenlang verbrandt hij documenten. Op een avond omringen honderden Oost-Duitse burgers zijn kantoor. In de winternacht loopt Poetin naar buiten om de menigte te kalmeren. Plunder gerust de Stasi-burelen, zegt hij, maar dit is Russisch grondgebied. Poetin belt het Rode Leger, pas uren later komen de soldaten hem ontzetten. 'Die nacht had ik het gevoel dat mijn land niet langer bestond', vertelt hij later. Oessoltsov: 'Poetin heeft in die dagen één heldendaad verricht. Hij is op eigen houtje naar de Stasi gegaan en heeft een kopie van ons informantennetwerk uit het archief verwijderd.'

Poetin de briljante carrièremaker, die bestond nog niet in Dresden, concludeert Oessoltsov. Wel heeft hij een verklaring voor zijn succes. 'Poetin is de ultieme conformist. Bij zijn bazen wekte hij de indruk van slaafse gehoorzaamheid, van afhankelijkheid zelfs. Hij was het altijd met ze eens. Mij verweet hij vaak 'provinciale openhartigheid.'

Professor en student

Twee maanden na de val van de Muur is Poetin terug in Leningrad, dat dan al snel weer Sint Petersburg heet. Grote plannen heeft hij niet, desnoods wordt hij taxichauffeur in de zwarte Volga die hij in de ddr op de kop heeft getikt. Hij krijgt een aanbod om in Moskou bij de kgb te werken, maar heeft 'weinig zin in het systeem te zitten terwijl dat om mij heen instort'. In Sint Petersburg kan hij aan de slag als assistent buitenlandse betrekkingen bij rector Merkoelov van de staatsuniversiteit. Poetin blijft werknemer van de kgb.

De Leningradse universiteit is dan de broedplaats van de democratische beweging. Grote man is de jurist professor Anatoli Sobtsjak, bij wie Poetin twee semesters heeft gestudeerd. De kgb heeft de hoop opgegeven de democratische golf nog de kop in te drukken. De dienst probeert te infiltreren bij de democraten, richt eigen nationalistische bewegingen op. Poetin lijkt deel uit te maken van die operatie.

'Sobtsjak merkte Poetin op toen hij rector Merkoelov bezocht, hij herkende hem als zijn oude student', zegt Vatanja Jagja, dan adviseur van de burgemeester. Als Sobtsjak burgemeester wordt, vraagt hij Poetin als zijn assistent buitenlandse betrekkingen. Dat Poetin nog altijd werkt voor de kgb vindt Sobtsjak wel handig. Ook voor de kgb is het nuttig een mannetje bij de nieuwe leider te hebben. Pas als een groep zakenlieden Poetin in 1991 met zijn verleden chanteert, stuurt hij zijn ontslagbrief naar de dienst. Jagja: 'Sobtsjak bleef Poetin wel plagen met zijn kgb-verleden, Poetin reageerde daarop altijd zeer gepikeerd.'

Poetin en Sobtsjak zijn al snel onafscheidelijk. 'Professor en student', zegt Jagja. 'Sobtsjak was een interessante, zeer dominante man, een fontein van ideeën. Een echte professor ook, hij legde alles tot in het kleinste detail uit.' De halfmislukte kgb-officier heeft zijn leider gevonden. 'Hij werd de schaduw van Sobtsjak', zegt voormalig wethouder van cultuur Vladimir Jakovlev. 'Altijd stil, op de achtergrond. Er zijn heel weinig foto's van hem uit zijn Petersburgse jaren.'

In 1994 wordt Poetin plaatsvervanger van Sobtsjak. Hij moet de grandioze schema's en prestigeprojecten van de burgemeester in daden omzetten: hogesnelheidslijnen, Goodwill Games, marmeren winkelcentra. Poetin is ook Sobtsjaks fixer in de gemeenteraad. 'Sobtsjak maakte zich daar door zijn arrogante en impulsieve gedrag soms onmogelijk, Poetin masseerde dan de ego's en vond de compromissen', zegt Jagja. Tussen de ruziënde wethouders er is altijd geldgebrek heeft hij de rol van arbiter. Poetin bouwt een reputatie van doortastendheid op. Jagja: 'Als baas was hij streng en veeleisend. Maar hij vernederde nooit iemand, zoals bazen bij ons zo graag doen.'

Op 18 augustus 1991, tijdens de coup tegen Gorbatsjov, is Poetin op vakantie. Hij zegt later 'gemengde gevoelens' te koesteren: hij stemt niet in met Gorbatsjovs beleid van 'grenzeloze verbroedering'. Want een patriot, dat is Poetin altijd gebleven. Zijn Duitse biograaf Rahr merkt hem voor het eerst op in maart 1994, bij een toespraak van de president van Estland in Hamburg. Als die de Russen 'bezetters' noemt, staat Poetin op, loopt weg en slaat de deur met een daverende klap achter zich dicht. Maar tijdens de coup geeft zijn loyaliteit aan Sobtsjak de doorslag. Terwijl de staatsgreep in Moskou vastloopt, bezoeken Sobtsjak en Poetin fabrieken om de arbeiders te mobiliseren en delen wapens uit onder hun aanhang. Poetin speelt een hoofdrol bij onderhandelingen om de afzijdigheid van de lokale kgb en legertroepen te verzekeren. Daarmee staat hij definitief in het democratische kamp.

Als rechterhand van Sobtsjak raakt Poetin betrokken bij de meest onfrisse sectoren van de economie in een stad die later de dubieuze eretitel 'misdaadhoofdstad van Rusland' krijgt. Poetin onderhandelt over investeringen in de bouw en onroerend goed, bemoeit zich met de douane en de havens, geeft licenties voor casino's uit. Allemaal sectoren waar je niet om de lokale maffiagroepen heen kan. Zijn vrienden houden vol dat hij onkreukbaar was. Extreem voorzichtig, zegt Jakovlev. 'Poetins standaardvraag bij elk document: ”Maar is het legaal?” Alles moet zwart op wit bij hem: de liefde verdwijnt, de brieven blijven. Begin jaren '90 kwam alle stront uit het westen onze kant opdrijven. Afgekeurd voedsel, b-films, criminele zakenlui. Volodja (Vladimir) wilde een dam opwerpen, hield zijn hoofd het meest koel van ons allemaal.'

Zijn vijanden denken daar anders over. Aleksander Balajev, Poetins Intimfeind in de Petersburgse gemeenteraad, beweert in 1993 al dat Poetin een old boys-netwerk van voormalige kgb'ers leidt. Zij zouden zakenlieden stelselmatig afpersen en intimideren. In 1999 circuleert een dossier over Poetins Petersburgse jaren, twee schandaalbladen publiceren delen daarvan. Het is een eindeloze lijst: tonnen bij de privatisering van hotels, percentages bij licenties van casino's, smokkeloperaties, illegale verkoop van schepen, de aankoop van Spaanse villa's met stadsgeld. Kremlinvorser Aleksej Moechin schat dat het dossier 'voor 80 procent uit leugens bestaat'. Maar als 20 procent klopt, is Poetin al multimiljonair wanneer hij in 1996 Sint Petersburg verlaat.

Toch is er geen bewijs voor corruptie. En daar moet vanaf 1998 toch hard naar zijn gegraven, als Poetin zijn Moskouse opmars begint. Anno 2004 is er slechts één zichtbare smet op zijn blazoen: zijn adviseurschap voor de investeringsmaatschappij spag. Die wordt in 1992 in Frankfurt opgericht om westerse beleggers te trekken voor bouwprojecten in Sint Petersburg. In mei 2000 raakt spag in opspraak: het zou stelselmatig zwart geld van het Colombiaanse Cali-kartel en de Russische maffia witwassen. Poetins adviseurschap was louter ceremonieel, laat het Kremlin haastig weten. Maar in 2001 worden geheime bandopnames uit het kantoor van de Oekraïense president Koetsjma openbaar. Koetsjma blijkt te beschikken over een map met belastend materiaal over Poetin en spag, een cadeautje van de Duitse geheime dienst. De Russen hebben heel Europa afgereisd om deze documenten op te kopen, zegt zijn chef van de geheime dienst. Koetsjma besluit zijn Russische ambtsgenoot ermee te treiteren. Hij wil laten doorschemeren dat hij het dossier heeft en het aan Moskou wil geven, om daar dan weer op terug te komen. 'Een beetje dollen hoort erbij', gniffelt Koetsjma.

In 1996 vertrouwt Sobtsjak Poetin zijn herverkiezingscampagne toe. De burgemeester waant zich onaantastbaar, maar hij heeft machtige vijanden in Moskou. Poetin neemt Sobtsjaks tegenkandidaat, onderburgemeester Jakovlev, niet al te serieus. Deze chef van Stadswerken werp zich op als kordaat manager die de bezem door de corrupte stal zal halen. Maar Jakovlev krijgt steeds meer geld uit Moskou, en Poetin slaagt er nauwelijks in geld uit zijn bijna failliete Sint Petersburg te persen. De campagne ontaardt in moddergooien: Sobtsjak wordt ervan beticht vrienden met huizen en paleizen te belonen. In de staf van Poetin wemelt het van de spionnen die 's avonds rapport uitbrengen bij het vijandelijke kamp. Poetin loopt in die dagen met een geladen geweer op zak. 'Ik heb het op Sobtsjaks begrafenis in 2000 gezegd: we hebben niet hard genoeg voor je gevochten', zegt Jagja. 'Het was de enige keer dat ik Poetin heb zien huilen.'

Sobtsjak verliest nipt van Jakovlev. Poetin wil niet voor de nieuwe leider werken. 'Beter hangen voor trouw dan rijk worden van verraad', zegt Poetin. De nieuwe burgemeester vraagt Poetin nog even aan te blijven, zet hem dan abrupt en vernederend uit zijn kantoor. Hij trekt zich verslagen terug op zijn datsja, die die zomer tot de grond toe afbrandt als hij zijn nieuwe sauna opstookt. Zijn dochters weet hij nog te redden, een koffer met buitenlandse valuta gaat in vlammen op.

Staatseigendommen

Poetin zit in de zomer van 1996 in een crisis. Na drie maanden werkloosheid biedt de redding zich aan in de gedaante van Aleksej Boltsjakov, een oude sovjetbureaucraat met een zwak voor monsterprojecten. Onder zijn leiding eindigt een hogesnelheidslijn tussen Moskou en Sint Petersburg in 1999 na investeringen van 90 miljoen dollar in een lege bouwput. Deze Boltsjakov introduceert zijn vriend Poetin bij Pavel Borodin, hoofd van de afdeling Staatseigendommen van het Kremlin. In september wordt Poetin diens tweede man. Borodin leidt een imperium van 650 miljard dollar aan staatseigendommen: een archipel van paleizen, villa's, vakantieoorden, eliteziekenhuizen, kantoren. Hij is de kwartiermaker van Moskous politieke elite, regelt hun villa's, auto's, kostuums, personeel, vakanties en reizen. Aan hem ook de taak Doemaleden om te kopen als het Kremlin iets wil.

Na enige tijd valt het oog van Valentin Joemasjev, de stafchef van het Kremlin, op de ijverige Poetin. Joemasjev heeft een relatie met de dochter van Jeltsin, Tatjana Datsjenko, die feitelijk Rusland regeert. Het paar vormt de kern van de Familie, Jeltsins hofhouding van bestuurders en zakentycoons. Zij maken zich dan al zorgen over de opvolging van Jeltsin, zijn op zoek naar 'jonge wolve', meedogenlozer dan de bedaagde intellectuelen die de president op dat moment omringen. Poetin maakt de ene na de andere promotie.

Intussen stevent Rusland op de roebelcrisis af. Moskou ontvangt nauwelijks meer belastingen, wat er geïnd wordt blijft voor 90 procent in de provincies hangen. Het land desintegreert. Zakenclans voeren rumoerige media-oorlogen, brengen met rivalen verbonden ministers ten val. In de noordelijke Kaukasus broeit een opstand sinds Russische troepen in 1996 Tsjetsjenië verlieten. Het Verre Oosten gaat zijn eigen gang. Het Kremlin beseft dat alleen politiemethoden de middelpuntvliedende krachten kunnen keren. In de lente van 1998 is Poetin al tweede man in de Kremlintop, belast met het intomen van rebelse gouverneurs. De kranten schrijven dat hij ze vooral chanteert met belastende informatie.

In augustus 1998 barst de roebelcrisis los. Moskou probeert de lege staatskas te spekken door steeds sneller kortlopende leningen uit te schrijven. Die zomer stort de financiële piramide in, keldert de roebel en is Rusland failliet. Jeltsin kan zich nog slechts staande houden door de conservatieve apparatsjik Primakov tot premier te benoemen. Poetin is een maand tevoren tot chef van de geheime dienst fsb benoemd. 'Joemasjev en Datsjenko fluisterden Jeltsin toen al weken in het oor: Poetin, Poetin, Poetin', zegt journaliste Tregoebova. 'Ze zagen in hem een man zonder ambitie of geweten, iemand die bereid was elk bevel uit te voeren.'

In de chaos na de roebelcrisis begint een titanenstrijd tussen de Familie en een nieuwe clan die zich vormt rond voormalig premier Primakov en de Moskouse burgemeester Loezjkov. Hun geheime wapen is de openbare aanklager Joeri Skoeratov, die de ene na de andere corruptiezaak tegen de Familie opent. De Mabetex-affaire raakt Jeltsin zelf. Twee Zwitserse bedrijven krijgen van Pavel Borodin, Poetins baas, een contract om delen van het Kremlin te verbouwen. Borodin mag als dank 25 miljoen dollar smeergeld verdelen: de echtgenote en dochter van Jeltsin winkelen met creditcards van Mabetex. Driemaal probeert Jeltsin de aanklager te ontslaan, driemaal mislukt dat. De Doema begint een impeachmentprocedure tegen de machteloze president. Jeltsin vervangt Primakov in april 1999 als premier door een andere ex-kgb'er, Stepasjin. Het helpt niet: de macht glipt hem als zand door de vingers.

Anti-Jeltsin

Op welk moment ziet Jeltsin in Poetin zijn opvolger? Volgens journalist Parchomenko is april 1999 het doorslaggevende moment. De fsb helpt de president dan aan een videotape die de ondergang van de lastige Skoeratov inluidt. De aanklager is daarop druk in de weer met twee prostituees. Poetin bevestigt op televisie de authenticiteit van de tape. 'Hij was helemaal op zijn gemak, hij had er gewoon plezier in. Aha, moet Jeltsin toen gedacht hebben. Dit is mijn man', zegt Parchomenko.

De verkiezingstechnologen van het Kremlin weten dan twee dingen: het Russische volk wil een man in uniform, een krachtpatser die de chaos bedwingt. En hij moet een anti-Jeltsin zijn. Parchomenko: 'Jeltsin oud? Poetin jong. Jeltsin ziek? Poetin sportief. Jeltsin vreedzaam? Poetin gewelddadig.' Maar één probleem blijft: Poetin is uitverkoren door de gehate Jeltsin. Het is dus zaak Poetin een mysterieus aura te geven, de indruk te wekken dat hij dan wel het vertrouwen van de oude leider heeft gewonnen, maar staat te popelen om hem een mes in de rug te steken.

Op 9 augustus 1999 benoemt Boris Jeltsin Poetin tot de derde premier van dat jaar. Hier zit uw nieuwe president, zegt hij erbij. Poetin oogt verbouwereerd. Later die maand bezoekt journalist Parchomenko een diner waar de nieuwe premier de Moskouse opiniemakers ontmoet. 'We vroegen Poetin of hij geloofde dat hij president werd. Hij zweeg, keek met zo'n spottend glimlachje. We vroegen door. Als hij er niet in gelooft, waarom zat hij dan zo braaf naast Jeltsin te knikken? Poetin antwoordde: Wat had ik dan moeten doen? Zeggen dat de oude man stapelgek was geworden?'

In Moskou is Poetin dan nog een grote onbekende. Een bureaucraat zonder uitstraling, oordeelt de pers. De bloedhond van het Kremlin, niet vies van dirty tricks. Maar een leider? Zijn benoeming lijkt een nieuwe noodgreep van Jeltsin, die in zijn tweede, door hartaanvallen, longontstekingen en maagzweren geteisterde termijn voortdurend pokert met stafchefs, premiers en ministers om nog iets van macht te simuleren. De Doema keurt de premier zonder veel omhaal goed: het doet er niet toe. Jeltsin en zijn Familie zijn verleden tijd, de toekomst is immers aan de Moskouse burgemeester Loezjkov en ex-premier Primakov. Oligarchen, televisiekanalen, industriële kolossen, gouverneurs en een deel van de Kremlintop is al naar het tandem gedeserteerd. Poetin lijkt een tussenfiguur.

Het loopt anders. Meteen op de verrassende benoeming volgt een inval van tweeduizend Tsjetsjeense jihadstrijders in buurrepubliek Dagestan. Het Russische leger zet, aangevuurd door Poetin, zijn volledige arsenaal in. Begin september volgen bloedige bomaanslagen op Russische flatgebouwen. De jihadisten wagen een tweede invasie in Dagestan, worden opnieuw teruggeslagen. 'We maken ze af, desnoods op de plee', gromt Poetin in boevenjargon. Een hysterisch Rusland juicht bij de daaropvolgende invasie in Tsjetsjenië. Rusland heeft zijn sterke man gevonden. Even later verschijnt de partij Eenheid op het toneel om Poetin te steunen. Geen ideologie en ideeën, alleen de woorden 'Poetin' en 'eenheid'. Een lastercampagne dringt het tandem LoezjkovPrimakov in het defensief. Bij de verkiezingen van december 1999 krijgt Eenheid 23 procent, Poetins naam doet kennelijk wonderen.

Dan volgt de laatste meestertruc van Jeltsin: temidden van het geweld treedt hij op oudejaarsdag plotseling af en overhandigt Poetin zijn scepter, het atoomkoffertje. 'Zorg goed voor Rusland', zegt hij bij zijn afscheid. Poetins eerste beleidsdaad is een amnestie voor de oude president. Drie maanden later wordt hij tot president gekozen.

Later slaat de twijfel toe. Een voormalig premier herinnert zich een gesprek met stafchef Volosjin van het Kremlin. Die denkt hardop na hoe Jeltsins opvolger in het zadel te krijgen. Voor economisch herstel is na de roebelcrisis onvoldoende tijd, denkt Volosjin. Dus is de enige optie een situatie te scheppen waarin de opvolger toont dat hij sterk, doortastend en dynamisch is.

Die zomer signaleert de Franse geheime dienst diezelfde Volosjin in de villa van een internationale wapenhandelaar met Sjamil Basajev, de Tsjetsjeense krijgsheer die in augustus de inval van jihadisten in Dagestan leidt. De serie bomaanslagen op Russische flatgebouwen van september 1999 eindigt in de provinciestad Rjazan. Wanneer een wakkere burger ziet dat onbekenden zakken naar de kelder van zijn flatgebouw dragen, alarmeert hij de politie. Die arresteert de mannen en onderzoekt de zakken: ze bevatten springstof. Even later blijken de mannen agenten van de geheime dienst fsb te zijn. Het was maar een oefening, zegt de fsb. In de zakken zat suiker. Na Rjazan houden de bomaanslagen op.

Niet iedereen durft het hardop te zeggen, maar de aanslagen van september 1999 lijken op een operatie van de geheime dienst. Wist Poetin ervan? Analiste Sjevtsova vermijdt in haar boeken het onderwerp. 'Ik moet mijn werkgever, Carnegie Endowment, uit de wind houden', zegt zij. 'Maar uiteraard is de gang van zaken verdacht. Niet dat Poetin beslist bevel heeft gegeven de flatgebouwen op te blazen. Zo gaat dat niet. 'Los dat probleem op', zegt de leider, en zijn assistenten gaan aan het werk.' Gevoelsmatig denkt Sjevtsova dat Poetin zoiets ook niet verzint. 'Hij is te conservatief, te voorzichtig, te fantasieloos.' Toch staat vast dat Poetin zich niet te groot voelt zijn handen vuil te maken. Zo is hij eind 1999 persoonlijk betrokken bij de ontvoering van de pro-Tsjetsjeense journalist Babitski, in zijn ogen een landverrader.

Voorzichtige start In april 2000 volgt de inauguratie van de president, een bombastische affaire waarbij een camera de bleke Poetin volgt over een eindeloze rode loper door hoge Kremlinzalen vol klappende genodigden. Wat voor medewerkers kiest hij? Valt hij terug op de Familie of kiest hij zijn eigen aanhang?

Aanvankelijk wint de Familie. Premier wordt Michail Kasjanov, een onbekende financiële topambtenaar, stafchef blijft de sluwe Volosjin. Jeltsins laatste kabinet blijft deels intact. Alleen op de 'krachtsministeries' plaatst Poetin zijn vertrouwelingen: Boris Gryzlov bij de politie, Sergej Ivanov bij het leger.

Deze voorzichtige start is verstandig: Poetins entourage is nog te provinciaals, te onervaren en deels incompetent. Wel verbant hij de kern van 'de Familie', Jeltsins dochter Tatjana en haar vriend Joemasjev, naar de buitenste kring van het Kremlin. Joemasjev klaagt tijdens een diner halfdronken dat Poetin 'zuiveringen in jaren '30-stijl' voorbereidt, Jeltsins dochter Tatjana verliest haar kantoortje.

Oligarch Berezovski, eens de 'godfather van het Kremlin', zit dan al in Londen op wraak te broeden. De gepensioneerde Boris Jeltsin, nog steeds gevoelig voor wat zijn dochter Tatjana hem influistert, uit openlijke kritiek op Poetin. Burger Jeltsin mag zeggen wat hij wil, reageert die ijzig, maar nu ben ík de president.

Kremlinvorser

Moechin: 'Jeltsin leefde van het conflict, hij zette clans tegen elkaar op om zelf de hoogste arbiter te kunnen zijn. Poetin houdt niet van clanvorming.' Het nieuwe Kremlin opereert als een gesloten falanx, in de regering vallen in vier jaar tijd nauwelijks ontslagen. De Doema neemt, als daar eenmaal een stabiele centrummeerderheid is gesmeed, in snel tempo hervormingswetten aan in de lente van 2001 zelfs 130. De belastingen, de rechtspraak, het grondrecht, de douane, het arbeidsrecht gaan op de schop.

In het westen stuit Poetin aanvankelijk op wantrouwen. Wil hij een sovjetrestauratie? De Tsjetsjeense oorlog, de gelijkschakeling van de televisiekanalen, het herstel van sovjetsymbolen, de vervolging van milieuactivisten, de spionnenmanie, zijn bezoeken aan Cuba en Noord-Korea: het wekt weinig vertrouwen. Met Washington heeft Poetin een stekelige relatie. George W. Bush laat Rusland links liggen: de romantiek van 'Bill en Boris' wil hij vermijden. Juni 2001 hebben de leiders hun eerste, zeer geslaagde top in Slovenië. Maar een mannenvriendschap is nog geen toenadering. Moskou en Washington hebben te veel meningsverschillen: het raketschild, de uitbreiding van de navo, de verhouding met 'schurkenstaten' als Iran, Irak en Noord-Korea, de controle over de oliestromen uit het Kaspische gebied.

Het keerpunt is 11 september. Daarna breekt Poetin in snel tempo met allerlei taboes. Rusland deelt informatie met de VS tijdens de oorlog in Afghanistan: het eind van de Talibaan is ook in het belang van Rusland. Poetin tolereert legerbases in Centraal-Azië, Ruslands oude invloedssfeer. Hij doekt de dure marinebases in Vietnam en Cuba op, reageert nauwelijks als de vs hun raketschild doorzetten. Serieuze onderhandelingen over toetreding tot de Wereldhandelsorganisatie wto komen op gang.

Maar de nieuwe formule liberale hervormingen, toenadering tot het westen zet niet echt door. Moskous politieke elite, conservatief en nostalgisch naar de status van grootmacht, strooit zand in de machine. Zij vergelijkt Poetin met Gorbatsjov, de man die het imperium voor niets weggaf. Als Washington Poetin slechts kruimels toewerpt, bekoelt de liefde. Na 2002 komen ook de hervormingen in de Doema tot stilstand. Cynici vermoeden dat al die wetgevende arbeid ook weinig zin heeft: wetten heeft Rusland eerder te veel dan te weinig. Het punt is dat ze niet of zeer selectief worden nageleefd. En op dat gebied boekt Poetins Rusland weinig vooruitgang.

In 2003 keert Poetin terug naar veld één. Rusland distantieert zich van de Amerikaans-Britse inval in Irak. Washington vergeeft hem dat: Moskou lijkt zelfs even als diplomatieke brug tussen Amerika en Europa te fungeren. Als Sint Petersburg eind mei zijn driehonderdjarig jubileum viert, lijkt dat Poetins apotheose. Bijna geen staatshoofd of regeringsleider laat het afweten op zijn feestje.

Dan volgt de oorlog tegen olieconcern Yukos. Grootaandeelhouder is Michail Chodorkovski, Ruslands rijkste man. Hij bereikt in april 2003 een akkoord om het kleinere Sibneft over te nemen. Er dreigt een oliegigant te ontstaan die het Kremlin niet kan controleren. Chodorkovski gaat met Amerikaanse multinationals in gesprek om een aandelenpakket te verkopen: dat zal hem van permanente ruggesteun uit Washington voorzien. In februari maakt de oligarch voor de tv-camera openlijk ruzie met de president. Als Chodorkovski bekendmaakt een anti-Poetin-coalitie van communisten en liberalen te financieren, is de maat vol. Een oorlog tussen het Kremlin en Yukos is onvermijdelijk. Hoogtepunt is de arrestatie van de oligarch op een besneeuwd Siberisch vliegveld in oktober.

Als Rusland in december een 'nationaalsocialistische' Doema kiest, is het wantrouwen in het westen weer helemaal terug. Bush beseft dat zijn vriendschap met Vladimir in de verkiezingen tegen hem kan werken. En de eu werkt nu aan een nieuwe, hardere lijn. 'Wij vertrouwen Poetin niet meer', vertelt een Duitse diplomaat. 'Dat gaat tot de bondskanselier aan toe. Het is niet aangenaam te onderhandelen met iemand die zo vaak het tegendeel doet van wat hij zegt.'

Poetin heeft in vier jaar in een cirkel rondgedraaid. Rusland wordt nog steeds gedomineerd door een loodzware bureaucratie, door zakenclans met connecties binnen het apparaat. Bij zakendoen is protectie onvermijdelijk. Al stijgt de welstand door de hoge olieprijzen en betaalt de staat nu de lonen en pensioenen, westerse beleggers hebben nog steeds geen vertrouwen in Poetins Rusland. De grote sociale problemen een bevolking die jaarlijks met een half miljoen zielen slinkt door armoede, alcoholisme, geweld en epidemieën zijn vooral onder het tapijt geveegd.

Knopen heeft Poetin nauwelijks doorgehakt. Wil hij integratie met het westen of een 'Eurasiatisch imperium'? Een open Rusland of een politiestaat? Een neo-liberale economie of staatskapitalisme?

Een hervormer kan Poetin niet meer worden, vreest analiste Sjevtsova. De machtspiramide zit hem tezeer in het bloed. Poetin wil rust, voorspelbaarheid, stabiliteit. Een handicap is ook dat hij een workaholic is, over de energie beschikt om zich in talloze details te verdiepen. 'De impotentie van omnipotentie', zegt Sjevtsova. 'Een goede leider is intelligent en lui, delegeert. Poetin is te ijverig, verliest zich in het indrukken van knoppen en het blussen van brandjes om zijn apparaat in evenwicht te houden. Zo heeft hij geen tijd om een visie te ontwikkelen.'

Poetins obsessie met controle smoort initiatief, vreest Sjevtsova. 'Hij schept een klimaat om een agrarisch land in een industriestaat te veranderen, maar niet om een industriestaat in een kenniseconomie te transformeren. Dan moet je de samenleving juist mobiliseren.' Poetins grootste gebrek is zijn besluiteloosheid. Poetin de Hamlet wikt en weegt, stelt besluiten liefst zo lang mogelijk uit. 'Als hij zich bedreigd voelt, is hij koelbloedig. Maar gaat het niet om de macht, dan laat hij de zaak op zijn beloop', zegt Sjevtsova.

Hoe sterk is zijn positie? Poetin heeft meer bagage dan vier jaar geleden. Op zijn buitenlands beleid na is een meerderheid van de Russen het eens met alles wat hij doet. Opiniepeiler Joeri Levada denkt dat zijn hoge populariteit op onvermijdelijkheid rust: de Russen zien geen alternatief. Het is geen liefde, maar angst voor het onbekende. Sjevtsova: 'De stabiliteit van Rusland is fragiel. Ze wankelt op twee pilaren: hoge olieprijzen en Poetins populariteit. Wat gebeurt er als de olieprijs onder de 14 dollar en Poetins rating onder de 40 punten zakt? Dan stuiven de hyena's alle kanten uit.'

Coen van Zwol is correspondent van NRCHandelsblad in Moskou.

[streamer]

'Als Poetin zich bedreigd voelt, is hij koelbloedig. Maar gaat het niet om de macht, dan laat hij de zaak op zijn beloop.'