Vasten moet wel een beetje leuk blijven

Thuiskok Marjoleine de Vos wil wel eens vasten. Geen vlees of vis eten dan. Nou, af en toe een visje, als katholieke oplossing.

Ineens hadden alle kranten het erover: de vasten. Jarenlang niets over gelezen. Je hoorde wel eens dat katholieken het deden – sommige katholieken dan. Maar dit jaar, aandacht alom. Waaruit voornamelijk bleek dat de meeste mensen het niet (meer) doen. Zou het zijn om een soort tegenwicht te bieden aan de ramadan, die altijd veel aandacht trekt? Om te laten zien: wij hebben ook zoiets? Maar terwijl de ramadan echt leeft, en je altijd hoort dat het een heel bijzondere tijd is (een taxichauffeur in Tunis begon eens in zijn taxi zo ongeveer te dansen toen hij over de ramadan sprak en bezwoer ons dat we dan moesten komen – níets leukers en lekkerders dan de vastentijd, joelde hij), gaat het hier meestal toch om de tijd die eraan voorafgaat, het carnaval.

Niet in die traditie geboren zijnde moet ik eerlijk zeggen dat me dat ongeveer de hel lijkt, al dat hossen en bierdrinken en al die halfgare dronkelappen die met een smerig ruikende adem tegen je aan staan te oreren – zo stel ik het me voor. Dat zal wel verkeerd zijn. Maar toch. En culinair is er al helemaal niets aan te beleven, aan dat carnaval. De mensen lijken nauwelijks aan eten toe te komen, te druk met verkleden en drank. Misschien een zakje patat tussendoor – en dan vast geen lekkere in olie gebakken patat maar van die grote slappe ossewit-patat.

WREEDHEID

Nee, dan de ramadan. Elke avond als het donker wordt, staan de tafels te kreunen onder de heerlijkste gerechten. (Hoe die vrouwen dat doen – almaar eten klaarmaken en geen enkel hapje proeven! Dat grenst toch aan geestelijke wreedheid.) En nog moeilijk genoeg lijkt me, de hele dag niets eten of drinken. 's Avonds ben je dan vast tamelijk snel verzadigd, echt inhalen gaat toch niet.

Ons eigen vasten – nu ja, ik eigen het me maar toe – ziet er anders uit. Gewoon matigen meestal. Echte vasters eten zo laat mogelijk, liefst niet voor drieën, en houden het eenvoudig. Twee dagen in de week, vooral de vrijdag, omdat dat de dag is van het lijden van Christus, wordt er echt gevast. En er wordt niet gesnoept, niet gedronken, niet televisie gekeken (ja!, ook een vorm van onthouding), niet gevreeën, niet niks. Geen vlees gegeten natuurlijk ook. En dat veertig dagen lang.

Hm.

Vaag en ongezellig tegelijkertijd. Als amateur-vaster snak je toch eigenlijk naar duidelijke aanwijzingen: dit wel, dat niet, begin zus, eindig zo. Aan de orthodoxe vasten heb je dan meer. In de Grieks-orthodoxe kerk ligt het duidelijk: geen vlees. Wie het goed doet eet ook geen vis. Wel groenten, in overvloed, en wel schaal- en schelpdieren en ook bijvoorbeeld viskuit wel. Alles waar geen bloed in zit, zei een vriend slim terwijl ik me nog afvroeg waarom hardereitjes zoveel beter zouden zijn dan de harder zelf en wat een octopus voor zuivers heeft dat een mul ontbeert.

Besloten tot deze vorm van vasten. Waarbij heel af en toe een visje misschien wel zou mogen, bij wijze van katholieke oplossing. Maar snoepen niet natuurlijk. (Al heb ik nu net een stukje taart op, want er kwamen laatst vrienden eten van wie ik heel graag wilde dat ze kwamen en als ze dat dan doen, dan maak je taart, en het was een erg bijzondere taart waarbij amandelen in oloroso-sherry werden geweekt wat een smaak opleverde die ik nooit eerder proefde, maar het was ook een machtige taart, dus er is van overgebleven. Nu ja. Kleine uitzondering.)

Het gaat heel goed. Vasten is wat leuk.

DEUGDZAAM

Vanzelf heb je veel steun aan de toch al verrukkelijke Noord-Afrikaanse of nabije-oostenkeukens, die stikken van de heerlijke groentegerechten, van pittige soepen en kwieke hapjes die je onder de naam `voorafje' kunt maken, zodat je niet snoept en niet zondigt en toch, nu ja, `vast'. Ik voel wel dat dit voor degenen die echt tot inkeer en versterving willen komen niet de manier is. Aan de andere kant: aandacht voor regels en beperkingen bepaalt je ook bij het waarom ervan. Zo zijn de vele regels die gelovige joden in acht nemen niet alleen maar zinloze bemoeilijkingen, maar manieren om zichzelf eraan te herinneren dat het leven in het teken van iets groters staat.

Ik weet niet precies waaraan ik mijzelf herinner met deze nepvasten – aan het feit dat mensen altijd zulke dingen gedaan hebben misschien. En aan dat vlees en vis niet vanzelfsprekend zijn en niet per se hoeven. En men schudt zichzelf, ook culinair, weer eens op om een beetje inventief te zijn. Zoiets.

Bijvoorbeeld maakte ik een prei-rijstgerecht dat zo smakelijk was dat het altijd wel welkom zou zijn, los van welke vastengedachte dan ook, en toch ook zo rustig en eenvoudig dat je er een mooi deugdzaam gevoel van krijgt. (Nu goed dan, het gaat zo: bak in ringen gesneden prei in twee lepels olijfolie, doe er wat gedroogde rode peper bij, gooi er rijst bij, even omroeren, een flinke plons water, een snuf zout. Gaar laten worden, het mag, moet zelfs, een beetje soepig blijven. Citroensap erbij en in blokjes gesneden feta. Klaar.) En de linzensoep die het ene kookboek als Marokkaans en het andere als Libanees probeert te verkopen, met linzen en spinazie en komijn, deed het al even voortreffelijk. De Libanese versie doet er citroensap in, want Libanees is altijd nogal citroenig en licht, in Marokko eet je er het harissa bij en je gooit een schep yoghurt in de soep, beweerde het kookboek. Dat is niet te versmaden, al vraag ik me wel af hoe Marokkaans die yoghurt is. Lijkt weer meer Turks, daar eten ze bij alles yoghurt, bij de aubergine en bij het lamsvlees, in de preisoep en bij de honingtaartjes – maar die laatste maken we nu niet.

INKTVISRIJST

Omdat er per ongeluk veel te veel spinazie was ingeslagen voor de soep leidde die weer tot een eenvoudig spinazietaartje met wat winterpostelein erdoor, en wat gebakken garnalen met peper en knoflook erachteraan. En toen was er weer winterpostelein over voor de sla, waarbij dan ook maar een handje raket, en een handje veldsla en wat bittere radicchio en ringetjes kumquat – heel licht en sinaasappelig aangemaakt. En inktvis mag ook, met rijst en met gebakken schelpen. En over het restje inktvisrijst kon weer het restje garnalen – ineens zie je hoe lógisch koken is. Gewoon almaar op dezelfde weg verdergaan, dan vast je moeiteloos.

Nu zou het natuurlijk wel veel prettiger zijn om in de zomer te mogen vasten, met al dat heerlijke fruit en groenten in alle soorten en smaken, in plaats van nu net precies in het jaargetijde dat de akkers zelf ook aan het vasten zijn – al past dat weer beter. Het is een saaie groentetijd, maart. Een paar oude winterwortelen en lang bewaarde pompoenen, veel knollen en kolen en dan heb je het wel zo'n beetje gehad. Al moet de winterpostelein dus niet vergeten worden, en de veldsla niet, en de aardpeer niet. Laatst aardpeersalade gegeten, van kort gestoomde aardpeer, in een dressing met een lente-uitje – want die zijn er weer. Wat ook een goede reden is om salsa romesco te maken, de Spaanse saus van gedroogde ñora-pepers, hazelnoten en amandelen, die bij vis en bij grote gegrilde lente-uien gegeten wordt. Gegrilde zwaardvis met gegrilde lente-ui of kleine prei en salsa romesco – dat is een feest. Al is die zwaardvis niet helemaal vasten-eten. Maar op zaterdagavond of zo, met vrienden – of zou je eigenlijk ook geen mensen moeten willen ontvangen in de vasten? Pas weer op eerste paasdag, met een sappig lentelam?

Nu ja. Vasten moet wel een beetje leuk blijven.

Elke maand: de thuiskok in Leven &cetera