Schiettuig op het schoolplein

Niemand weet hoeveel vuurwapens er in Nederland omgaan. Zeker is dat het niet moeilijk is om aan een wapen te komen, ook niet voor jongeren. Een Ladykiller koop je net zo makkelijk als een broodje, weet een achttienjarige scholier die bemiddelt tussen kopers en verkopers. `Geld maak je niet zonder risico's. Risico's moet je nemen.'

De maten Riza en Oktay zijn met hun donkerblauwe spijkerbroek, zwarte leren jack en een zwarte muts (Riza) geen opvallende jongens. Schoffies zoals er veel rondlopen in Haagse straten en op (school)pleinen. Met dit verschil: Riza en Oktay, beiden achttien jaar, klussen bij als wapenleveranciers.

Om redenen van privacy en veiligheid willen ze alleen praten als ze niet met hun echte naam in de krant komen. De jongen die zich Riza laat noemen zit op een mbo-school. Oktay volgt nu nog een opleiding voor beveiliger, volgend jaar wil hij zich inschrijven bij de politieschool. Beiden zijn bovendien, zeggen ze, goede vrienden van Murat D., beter bekend als de Turkse leerling van het Terra College die begin januari zijn conrector met twee kogels het leven benam. Murat gebruikte daarbij een Ladykiller, een klein compact pistool. `Een damesfiets', in het jargon van Riza en Oktay.

,,We bemiddelen tussen de klant en de verkoper'', zegt Riza zakelijk. Het ,,incident'', zoals Riza de schietpartij blijft noemen, kan zich, als het aan deze twee jongens ligt, zo weer herhalen. Drie dagen geleden heeft Riza een 9 mm uitgeleend aan een medescholier. Oké, die heeft beloofd dat hij er niets mee zal doen, maar het fijne weet Riza er niet van. En eergisteren heeft hij een andere leerling van zijn school een sleutelhanger verkocht, voor tweehonderd euro. Daarmee kan de jongen, als hij wil, twee kogels van 9 mm afvuren. De deal vond plaats op school. Murat, zo zeggen de jongens, heeft het moordwapen uit de handen gegrist van een Antilliaan. Murat zou er niet voor hebben willen betalen. Volgens de twee maten, evenals Murat van Turkse afkomst, heeft Murat hen niet voor schiettuig benaderd.

,,Als hij erom had gevraagd, had ik hem ook niets gegeven'', zegt Oktay. ,,Murat is een beetje een, ja, hoe zeg je dat...''

Een heethoofd?

,,Ja, precies, dat is-ie.''

Oktay heeft zijn wapen, een Akrep die 9 mm kogels afvuurt, nu even verpacht aan een `vriend'. ,,Een jongen die ik ken van school.'' Oktay weet, zegt hij, niet wat die jongen ermee gaat doen. Heeft-ie ook niet naar gevraagd.

Een kraak, een overval?

,,Hij heeft hem niet geleend om ernaar te kijken, hij zal hem wel gebruiken'', zegt Oktay. Zijn beloning zal afhangen van de buit die zijn vriend weet te maken. Nee, geen 20 euro, dat zou een belediging zijn. ,,Meestal zijn ze ook niet zo gierig. Ik denk dat hij me ongeveer 150 euro zal toeschuiven.'' En dat vindt hij niet veel geld als je bedenkt hoeveel risico Oktay neemt door zijn pistool uit te lenen. Zijn vriend kan klikken tegen de politie als hij wordt opgepakt. Of Oktay kan later problemen krijgen als ooit wordt ontdekt dat zijn wapen is gebruikt bij een gewapende overval. Maar zoiets is hem nog nooit overkomen. Oktay is voorzichtig. Hij leent niet uit aan de eerste de beste. Het zijn altijd jongens die hij goed kent, die hij kan vertrouwen. Trouwens: ,,Geld maak je niet zonder risico's. Risico's moet je nemen, als je geld wilt.''

Maar onbezonnen zijn Riza en Oktay zeker niet, zeggen ze. Ze werken alleen met verkopers die ze lang kennen en vertrouwen. Twee Turken, twee Surinamers, een Antilliaan – die hun geld verdienen in de drugshandel. Ook de kopers kennen ze vaak langer. Als een kandidaat-koper zijn wens kenbaar heeft gemaakt, melden ze zich bij de verkoper. De volgende dag, binnen 24 uur, kan het vuurwapen worden afgeleverd. ,,Net zo makkelijk als je een broodje koopt'', zegt Oktay met enig gevoel voor overdrijven. De koper en de verkoper zien elkaar niet.

,,Ladykillers zijn populair'', zegt Riza. ,,Klein, compact, handig: je kan ze makkelijk in je zak of de mouw van je jas verstoppen.'' Kosten: zo'n 300 euro voor een `vuil' exemplaar. Daarmee is al eerder geschoten en de koper weet niet op wie of wat. Grote kans dat er een geweldsdelict mee is gepleegd. In dat geval kan het wapen bekend zijn bij de politie en riskeert de eigenaar straf, mocht de politie het wapen bij hem aantreffen. Een `schoon' wapen, waarmee nog nooit geschoten is, levert al gauw 700 à 800 euro op. ,,Ik krijg een derde van de verkoopprijs van de verkoper'', zegt Riza.

Hoeveel van deze jongens lopen er rond in Nederland? Hoeveel bezitters van illegale wapens telt het land? Is het inderdaad zo makkelijk om aan vuurwapens te komen? Moeilijk te zeggen. Het is haast ondoenlijk een betrouwbaar beeld te krijgen van de omvang en aard van het aantal illegale wapens en bezitters ervan. 75.000 illegale wapens, schatten Utrechtse wetenschappers op grond van rapportage uit internationale slachtofferenquêtes, terwijl Tilburgse wetenschappers uitkomen op 125.000 op grond van de `omloopsnelheid van illegale wapens'. Dezelfde wetenschappers constateren in een onderzoek naar handvuurwapens uit voormalige Oostbloklanden dat er jaarlijks 9.000 tot 20.000 schietwapens Nederland worden binnengesmokkeld. Het aantal vuurwapens dat jaarlijks een nieuwe Nederlandse eigenaar krijgt wordt geschat op 20.000 à 25.000. Dat concluderen ze uit cijfers van inbeslaggenomen wapens door de politie.

Pistolen, veruit het populairst op de criminele markt, worden aangeboden voor prijzen tussen de 700 en 1.100 euro. De inkoopprijzen van illegale pistolen liggen tussen de 225 en 450 euro, afhankelijk van de grootte van de partij. In vergelijking met andere segmenten in de criminele markt zijn de winsten op vuurwapens relatief gering. Drugshandel of smokkel van sigaretten en namaak-merkkleding leveren veel meer op. Voor criminelen is de smokkel van en handel in wapens dan ook vaak een bijverdienste.

Onbetrouwbare cijfers

Bovenstaande cijfers betekenen niet dat elk huishouden in een grote Nederlandse stad binnen enkele jaren aan wapens te helpen is. Zo simpel is het niet, meent Paul Gademan van het landelijk platform wapens en munitie, verbonden aan het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD). ,,We weten dat de vuurwapens het land binnenkomen, we weten alleen niet waar ze blijven.'' Hij denkt dat de meeste wapens bestemd zijn voor doorvoer naar andere landen.

Gademan spreekt niet van toegenomen bezit en gebruik van illegale wapens, wel van toegenomen aandacht voor incidenten met vuurwapens. Een wapendelict komt, zegt hij, wel tien keer in beeld. Met alle gevolgen van dien: ,,Wapens hebben een enorme impact, niet door de omvang, maar door de ernst van de delicten. De veiligheid is in het geding en misbruik van wapens wordt beschouwd als indicator van de mate van veiligheid.'' Veelbesproken schietpartijen op scholen en koelbloedige liquidaties op straat wekken volgens hem de `indruk' dat het met wapens in Nederland de spuigaten uitloopt. Plus ,,de overtrokken reacties van de politiek na elk incident''. Door ,,onwetendheid'' zouden politici in zulke gevallen niet in staat zijn zaken te nuanceren.

Cijfers over illegale vuurwapens worden in Nederland pas sinds 2001 op landelijk niveau verzameld, door middel van het Vuurwapen Data Systeem (VDS). Omdat een aantal politieregio's hieraan nog niet of beperkt bijdraagt, is de registratie niet volledig. In 2002 is door de wetenschappelijk medewerkers Spapens en Bruinsma van de Universiteit van Tilburg onderzoek gedaan naar het aantal vuurwapenincidenten van 1998 tot en met 2000. Gestoeld op basisregistratiegegevens in regiopolitiekorpsen schatten ze het aantal vuurwapenincidenten in 1998 op 4.881, op 5.155 in 1999 en op 4.617 in 2000.

Uit hun studie `Vuurwapens gezocht, vuurwapengebruik, -bezit en -handel in Nederland 1998-2000' blijkt verder dat verdachten die met een vuurwapen worden aangehouden vaak – ietsje – ouder zijn dan hun collega's in andere criminele sectoren. Schietwapens worden vaak gedragen en gehanteerd door jongens die al een tijdje meelopen. Twintigers en dertigers, die vaak een carrière aan het opbouwen zijn in onder meer handel in drugs en vrouwen.

`Draaideurcrimineel' Ruud van den Bos beaamt de verstrengeling van vuurwapens en de seks- en drugsbranche. Op de Wallen, zijn werkterrein, is het ,,een makkie'' om aan wapens te komen, zegt hij in de ontvangstruimte van het `detentiecentrum' in Soesterberg, bekend van bolletjesslikkers. Van den Bos zit weer vast, dit keer op verdenking van fraude, een geweldsmisdrijf en overtreding van de opiumwet.

Wie een wapen wil, weet hij, moet daarnaar op zoek gaan in achterafsteegjes op de Wallen, een coffeeshop op de Geldersekade en een paar café's waar ook naar zijn begrippen `penose' komt. ,,Daar kun je het kopen. Maar vaak word je doorverwezen naar Surinamers en Antillianen in de Bijlmer'', zegt hij zonder zijn stem te dempen. Twee cipiers houden de gedetineerden nauwlettend in de gaten om te voorkomen dat bezoekers hun drugs of andere verboden spullen geven. ,,Hosselaars niet'', vervolgt Van den Bos. ,,Die hebben geen wapens. Ze krijgen twee bolletjes voor elke tien bolletjes die ze verkopen. De grote dealers wel, die hebben wapens bij zich.''

Kopen in vakantieland

De onderzoekers Spapens en Bruinsma constateerden dat zeven procent van met illegale vuurwapens aangehouden verdachten jonger dan 17 jaar is en acht procent tussen de achttien en twintig jaar. Maar, merken ze daarbij onmiddellijk op, die groep is in het onderzoek `ondervertegenwoordigd'. ,,In totaal zal de groep van jonge vuurwapenbezitters groter zijn, aangezien met name bij jonge verdachten vaak geen (uitgebreide) verklaring wordt opgenomen door de politie'', schrijven ze. De minderjarigen uit het onderzoek werden vaak aangehouden met een `niet-scherpschietend' vuurwapen, zoals een alarm- of gaspistool. In de statistieken over in beslag genomen wapens is een opvallende piek te zien kort na de zomervakanties. Veel van de imitatiewapens worden aangetroffen bij kinderen in de leeftijd van omstreeks 12 tot en met 17 jaar. Ze hebben die gekocht tijdens de vakantie in Spanje of Turkije, waar ze vrij verkrijgbaar zijn. Deze jochies beseffen niet eens dat hun `speelgoed' in Nederland verboden is.

Toch zijn deze wapens niet onschuldig. Jongeren beslechten er ruzies met medescholieren mee, schrijven onderzoekers. Overvallers en straatrovers tussen de 16 en 20 jaar gebruiken in de meeste gevallen een imitatiewapen of een gas- of alarmwapen. ,,Het feit dat één van de jongeren in een groepje beschikt over een, al dan niet scherpschietend, vuurwapen vormt doorgaans de aanleiding om er een overval of straatroof mee te plegen'', melden Spapens en Bruinsma. In januari vond de politie bij een 16-jarige jongen uit Zaanstad een gebruiksklaar vuurwapen nadat hij gedreigd had zijn leraar dood te schieten. Dezelfde week stuurde een mbo in Rotterdam drie jongens van school omdat ze met een gaspistool wraak wilden nemen op een dief. Een dag later werd op het Terra College in Den Haag conrector Hans van Wieren doodgeschoten.

De maten Riza en Oktay zweren plechtig dat ze nooit een vuurwapen hebben gebruikt bij een strafbaar feit, en ook dat ze er nooit iemand mee hebben beschoten of bedreigd, laat staan een docent, zoals hun vriend deed. ,,Je denkt aan de gevolgen'', zegt Oktay. ,,Als je wordt opgepakt, moet je lang zitten.'' Wat Murat deed, zou hij dus nooit zelf doen.

Hoewel? Oktay werd naar eigen zeggen minstens acht keer extern en wel twaalf keer intern geschorst toen hij zelf nog op het Terra College zat. Bij een externe schorsing mocht hij zich een week lang niet vertonen op school, bij een interne werd hij geweerd uit de klas en elders in het gebouw opgevangen. Een keer gooide hij een stoel naar een docent. Die had, vond Oktay, zijn familie belachelijk gemaakt. ,,Ik had niet op hem geschoten hoor, als ik een wapen bij me had gehad'', zegt Oktay. Iets anders is het als iemand zijn familie fysieke schade toebrengt. ,,Dan zou ik het wel doen, zonder te knipperen met mijn ogen.''

Wanneer jeugdige daders over een scherpschietend vuurwapen beschikten, aldus de onderzoekers, was het wapen vrijwel altijd al in huis. Ze hadden het dan `zonder te vragen geleend' van hun vaders of broers. Dat is ook de ervaring van Riza en Oktay. De liefde voor vuurwapens, zoals ze het zelf formuleren, is hun haast met de paplepel ingegoten. Riza speelde als zevenjarig jochie met het wapen van zijn tien jaar oudere broer. Zijn vader had een eigen exemplaar. Oktay werd door wapens en kogels gegrepen toen hij op zijn tiende tijdens de vakantie in Turkije ging jagen met zijn opa. ,,Sindsdien zijn wapens mijn grote hobby.'' Naast voetbal en meiden.

Riza heeft, momenteel, ,,maar twee'' wapens. Hij bewaart ze onder zijn matras en tussen zijn kleren op zijn kamer. Zijn ouders zouden van niets weten. Hij had er nog een, maar die heeft hij dus uitgeleend. Oktay had tot voor kort, zegt hij, een shotgun. ,,Zo'n ding dat je vaak in films ziet, die laadt zo mooi. Gekocht voor 750 euro, een vriendendienst van de verkoper, een Surinamer. En vier dozen kogels. Heb de gun helaas verkocht. Iemand bood er 3.000 euro voor. Te veel geld om te weigeren.'' Nu heeft hij dus nog een wapen over, een Akrep uit Turkije. ,,Akrep is mooi vormgegeven, ligt goed in de hand, schiet ook lekker'', vertelt hij. Hij heeft hem in de zomervakantie afgelopen jaar in Turkije gekocht en in een snelkookpan van zijn moeder door de douane op Schiphol gekregen. Een normaal, lopendebandpistool kost ongeveer 300 euro, weet hij. ,,Ik heb ongeveer 900 euro betaald. Is niet veel voor zo'n uniek exemplaar. Mijn Akrep is met de hand gemaakt.''

Riza heeft vaak een vuurwapen op zak. Op school draagt hij weleens een Ladykiller. Zijn Magnum 9 mm is daarvoor te grof, die neemt hij mee als hij uitgaat. Dat geeft hem een goed gevoel. Veilig. Zeker. Hij wordt er rustiger van. Als discotheken een ingangscontrole hebben, laat hij zijn Magnum achter in de auto. ,,Als iemand me iets wil aandoen in de discotheek, kan ik even naar de auto lopen en ik kom terug met mijn wapen.'' Oktay: ,,Het liefst niet, maar als het moet, moet je het gebruiken.''

Drugshandel

Uit gegevens die zijn gebaseerd op aanhoudingen door de politie komt naar voren dat bijna de helft van alle wapendelinquenten allochtoon is, terwijl hun aandeel in de totale Nederlandse bevolking ongeveer 12 procent is. Volgens de statistieken zijn Antillianen maar liefst 18 keer oververtegenwoordigd ten opzichte van hun bevolkingsaandeel. De Antilliaanse gemeenschap vormt 0,7 procent van de Nederlandse bevolking. ,,Daarenboven is slechts een zeer specifiek deel van de Antilliaanse bevolkingsgroep bij de meeste voorvallen betrokken, namelijk de jonge mannen die recent vanuit vooral Curaçao naar Nederland zijn gekomen'', meldt het onderzoek `Vuurwapens gezocht'. Ook Marokkanen, Turken en Surinamers laten zich relatief vaker in met wapengerelateerde delicten, zo'n vijf keer meer dan de gemiddelde Nederlander, uitgezonderd de autochtone bewoners van woonwagenkampen, 0,2 procent van alle Nederlanders. `Kampers' zijn 15 keer oververtegenwoordigd als verdachte van vuurwapendelicten ten opzichte van hun bevolkingsaandeel.

Volgens onderzoekers Spapens en Bruinsma hangt vuurwapencriminaliteit bij jonge Antilliaanse mannen meer samen met hun criminele activiteiten dan met hun cultuur. Veel van die jongens verdienen hun boterham in de lagere regionen van de drugshandel en als pooier in de prostitutie. Criminologe M. van San deed in 1998 onderzoek naar de achtergrond van het delinquente gedrag van Curaçaose jongens in Nederland. Zij legde wel een verband tussen gewelddadigheid en de culturele omstandigheden waarin Antilliaanse jongeren opgroeien. Van San: ,,Tijdens het onderzoek viel me op hoe laconiek de jongens en hun moeders over geweld spraken. Ook keurige scholieren, die nog nooit in aanraking waren gekomen met de politie, spraken op dezelfde vanzelfsprekende manier over het gebruik van geweld als geweldsdelinquenten.''

De doelgroep van de studie van Van San waren jongens tussen de veertien en zeventien jaar, messendragers nog. Te jong en te arm voor vuurwapens. ,,Zonder mes gingen ze niet naar buiten. Als iedereen weet dat je een mes op zak hebt, laten ze je met rust. Zo niet, en word je en public vernederd, dan handelen ze ernaar om hun reputatie te redden. Een publieke vernedering, afgang, is een doodsteek voor zo'n jongen.''

Deskundigen breken zich nog altijd het hoofd over de hoge mate van gewelddadigheid onder Antilliaanse jongeren. Ze schieten hun slachtoffers ook het liefst van dichtbij neer, publiekelijk. Sommige vuurwapendeskundigen zoeken de verklaring daarvoor in het soort wapens dat de jongens gebruiken. Omgebouwde Tanfoglio-alarmpistolen, enorm populair in Antilliaanse kringen, zouden minder accuraat zijn op een afstand van meer dan tien meter. ,,Daardoor zijn de verdachten haast gedwongen om op korte afstand op hun slachtoffers te schieten.''

,,Ik heb tot nu toe alleen maar aan allochtonen geleverd'', zegt Riza over zijn klanten. Oktay: ,,Ik ook. Maar dat komt omdat we alleen maar allochtonen kennen. We weten dat ook Nederlandse jongens vuurwapens kopen.'' Riza heeft de afgelopen twee jaar zo'n dertien wapens aan de man gebracht, Oktay een paar meer. Riza: ,,Vaak jongens die in drugs doen. Die willen zich beschermen. Of mensen met geldproblemen, die een kraak willen zetten.'' Maar ook beginnende crimineeltjes en zelfs jaloerse vriendinnetjes. In de beleving van Riza en Oktay koopt iedereen wapens.

Twee keer leverde Riza wapens aan meisjes. Een van hen was de vriendin van een oud-klasgenootje. Ze wilde hem ,,iets aandoen'', kwaad dat ze op die hufter was. ,,Ik gaf haar een neppistool, een luchtdruk. Ze had niets in de gaten. Niet te onderscheiden van het echte werk.'' Lachend: ,,Die jongen zal me dankbaar zijn geweest.''

Het wapenbezit onder Turken stond ter discussie na een schietincident op een school in Veghel in 1999 en weer na het doodschieten van de Haagse conrector. In beide gevallen werd verwezen naar eerwraak als aanleiding voor het wapengebruik. Volgens de Amsterdamse strafpleiter Ugur Sarikaya hebben veel Turken een pistool in huis. ,,Vooral mensen uit de regio's aan de Zwarte Zee en Koerden uit het zuidoosten van Turkije'', zegt de oorspronkelijk uit Turkije afkomstige advocaat. ,,Dat is zo gegroeid door de harde leefomstandigheden. In het verleden waren er geen rechtbanken, terwijl mensen door het feodale systeem vaak wel vijanden hadden. De vijand van je familie is ook jouw vijand. Die geschillen werden dan met wapens uitgevochten. Veel mensen hadden derhalve een wapen om zich te beschermen.''

Anderen menen dat het nu wel meevalt. ,,Door ons geïnterviewde politiefunctionarissen verwijzen verhalen over wijdverbreid vuurwapenbezit in de Turkse gemeenschap overigens naar het rijk der fabelen'', schrijven onderzoekers Spapens en Bruinsma.

Flatgebouwen

De volgende dag verschijnen de Haagse vrienden Riza en Oktay op de afgesproken plek, een speeltuin met een klimnet en paddestoelen te midden van flatgebouwen aan de rand van het Haagse centrum, vlakbij het Westeinde-ziekenhuis. Hier hebben ze, samen met hun vrienden van allerlei etniciteiten, de jaarwisseling gevierd. Terwijl feestvierders vuurwerk afstaken vanaf hun balkon in het hoge en lange flatgebouw dat het speeltuintje half omsluit, schoten de jongens op bierflessen op het verhoogde grasveldje. En op de paddestoelen. Een paddestoel is helemaal vernield. Riza laat de gaten in de andere zien. Kogelinslagen zegt hij. ,,Niemand had ons in de gaten. Ze dachten kennelijk dat we vuurwerk gooiden.''

Oktay: ,,We schieten met een kleine, hechte groep. Turken, Koerden, Marokkanen en ook twee Nederlanders. We schieten niet als er anderen bij zijn, of meisjes. Dan houden we de pistolen in onze zakken. Je weet niet of ze wel betrouwbaar zijn. Ook je vrienden hebben vrienden, snap je. Straks zit er iemand bij die het vertelt aan een vriend en die weer aan zijn vriend en voor je het weet, weet iedereen het.''

Riza: ,,We schieten ook in een bunker in de buurt van het Westeinde-ziekenhuis. Die is afgesloten, maar we glippen naar binnen. Een lange smalle ruimte, heerlijk om daar te schieten.'' Ze schieten er alleen op speciale dagen. ,,Als iemand jarig is of gaat trouwen.''

De twee hebben hun wapens meegenomen. Riza houdt zijn Magnum 9 mm vast in zijn jaszak, Oktay heeft wat ooit een alarmpistool was verstopt zoals ze dat in de films doen: tussen de broekriem. Omdat hij zijn eigen exemplaar aan een vriend heeft verpacht, heeft hij een goedkopere uitvoering van een andere vriend meegenomen. Deze heeft hem laten doorboren in België, zodat hij echte kogels kan afvuren.

Riza legt zijn Magnum 9 mm op een paddestoel. ,,Dit is een zeer geliefd exemplaar'', vertelt hij enthousiast, ,,je ziet hem ook bijna in elke actiefilm. Je kunt er in een keer veertien kogels mee afschieten. De straatprijs is 1.400 euro, ik heb hem vijf maanden geleden cadeau gekregen, voor mijn verjaardag. Van een Antilliaan, een grote jongen in de drugsscene. Ik verkoop weleens wapens van hem. Ik heb thuis nog een ander wapen. Uit Turkije gesmokkeld.'' Verstopt tussen zelfgemaakte roomboter die zijn moeder meenam op de terugreis.

Het `incident' van hun vriend Murat heeft Oktay aan het denken gezet. Hij worstelt ermee. ,,Sindsdien bemiddel ik liever niet meer voor mensen van mijn eigen ras, Turken. Het incident heeft ons als gemeenschap een slecht imago gegeven.''

Riza: ,,Onzin zeg. Geld is geld. Ik lever aan iedereen die ik vertrouw. Ik doe het voor het geld. Een beetje geld is altijd welkom, ja toch!''

Riza spaart voor een auto. ,,Een BMW X5.'' Maar niet zo eentje die standaard uit de fabriek komt rollen. ,,Echt niet. Er moeten vette velgen onder zitten, en enorme boxen.''