Schenking na glycerinedrama Haïti

De Nederlandse overheid schenkt 500.000 euro aan de ouders van zo'n zestig overleden Haïtiaanse kinderen, die in 1996 slachtoffer waren van onzuivere glycerine die werd geleverd door het Alphense bedrijf Vos BV. Dit blijkt uit een intern memorandum van het ministerie van Buitenlandse Zaken aan de Nederlandse ambassade in de Dominicaanse Republiek.

In het ambtelijk memorandum van 8 januari 2004 wordt de ambassade verzocht via het VN-kinderfonds UNICEF in Haïti een maandelijkse uitkering van 200 euro aan de ouders van de overleden kinderen te regelen. Het gemiddeld inkomen in Haïti bedraagt 30 euro per maand.

Een woordvoerster van Buitenlandse Zaken bevestigt dat de ministers Bot (Buitenlandse Zaken) en Van Ardenne (Ontwikkelingssamenwerking) ,,een gebaar van barmhartigheid'' willen maken. Uit het memorandum blijkt dat ook druk op Nederland in de jaarlijkse VN-mensenrechtenconferentie een rol heeft gespeeld.

Vos BV weigerde de Haïtiaanse ouders een vergoeding te betalen. Het Alphense bedrijf ontkende ook steeds elke schuld. De glycerine was door een Haitiaanse farmaceutische firma in een hoestdrank gebruikt.

In 1997 lekte uit dat Vos BV de uit China afkomstige glycerine vooraf in een Nederlands laboratorium liet testen. De glycerine was volgens het laboratoriumrapport zeer onzuiver, maar Vos BV verkocht de grondstof toch als geschikt voor medisch gebruik.

Het daarop volgende strafrechtelijke onderzoek leidde in 2001 tot een financiële schikking van ruim 200.000 euro, wat grote commotie in de Tweede Kamer veroorzaakte. Toenmalig minister Korthals (Justitie) was ook zeer ongelukkig met de schikking. Uit antwoorden op Kamervragen over de handelwijze van het openbaar ministerie bleek dat de onderdirecteur van Vos BV wist van de onzuiverheid van de glycerine, maar volgens eigen zeggen zijn verkoopfunctionaris niet inlichtte. Het OM vond dit geen grond voor vervolging en bood een schikking aan.

Het Haagse hof oordeelde na een beroep van de advocaten van de Haïtiaanse ouders uiterst kritisch over de schikking. Volgens het hof was strafvervolging ,,zeker denkbaar'' geweest, maar het zag geen nieuwe feiten die heropening van de zaak zouden rechtvaardigen.

De ministers Bot en Van Ardenne besloten eind vorig jaar het bedrag van de schikking, dat automatisch in de staatskas vloeit, te verdubbelen en aan de Haïtiaanse ouders ter beschikking te stellen. De speciale Algerijnse VN-rapporteur inzake giftige stoffen, Ouachi-Vesseli, stelde de kwestie al eerder in de VN-conferentie aan de orde. Volgens het memorandum zou de ,,slepende kwestie'' voor de aanvang van de komende VN-mensenconferentie in maart moeten zijn geregeld met een financieel gebaar, zodat de speciale VN-rapporteur op de hoogte kan worden gebracht ,,van de wijze waarop wij deze zaak willen afhandelen''. In het memorandum wordt er de nadruk op gelegd dat niet de indruk mag ontstaan ,,dat de Nederlandse staat middels dit gebaar op enigerlei wijze aansprakelijk kan worden gesteld voor het handelen van Vos BV''.