Pers graaft terwijl Athos brandt

De samenstelling van de nieuwe regering van Servië was deze week nauwelijks door premier Vojislav Koštunica bekendgemaakt, of de oppositie en de Servische media wierpen zich op het verleden van de kandidaat-ministers.

Voor de oppositie – vooral de Democratische Partij DS, die Servië de afgelopen drie jaar heeft geregeerd – was dat hard nodig: de afgelopen maanden zijn het voor alles DS-politici geweest die in negatieve zin in het licht van de schijnwerpers hebben gestaan, betrokken als ze waren bij het ene schandaal na het andere en de ene criminele groep na de andere.

Gelukkig voor de DS vond haar leider, Boris Tadic, al een slachtoffer voordat de regering was geïnstalleerd: de nieuwe minister van Justitie, Zoran Stojovic, heeft in de jaren tachtig – na de dood van Tito – als rechter dissidenten veroordeeld omdat ze een vrije vakbond hadden geëist en ongepubliceerde, maar verboden literatuur in bezit hadden. Sterker nog: het laatste boek dat in Joegoslavië werd verboden, werd in 1998 verboden door de nieuwe minister van Justitie.

Gisteren vonden de media een tweede slachtoffer: de nieuwe Servische minister van Binnenlandse Zaken – en aldus hoofd van de politie is in het verleden veroordeeld wegens diefstal. Dragan Jocic, net als collega Stojkovic lid van de Democratische Partij van Servië DSS van premier Koštunica, werd in 1981 tot een gevangenisstraf van zes maanden voorwaardelijk veroordeeld. Hij had ingebroken in een kiosk en sigaretten gestolen.

De straf werd in 1985 geannuleerd omdat hij de voorgaande vier jaar niet meer met de justitie in aanraking is gekomen.

Premier Koštunica noch vice-premier Miroljub Labus wilde gisteren op vragen over het verleden van de minister reageren. Minister Jocic zelf ontstak in woede toen hij door journalisten met zijn verleden werd geconfronteerd. Verwijzend naar de brand van eerder deze week in het beroemde Griekse klooster Athos zei hij: ,,Het getuigt van slechte smaak me te vragen naar een sigarettendiefstal terwijl het klooster van Athos in brand staat.''