Pelé

Niets is treuriger dan lijstjes, vooral in de sport. Er ligt zo'n zweem van willekeur en imperialisme over, van handel en favoritisme. Fetisjisten van lijstjes en statistieken hebben ofwel een slecht huwelijk ofwel aangeboren penisnijd. Ik vertrouw meer op de sportieve klassificatie van een demente bejaarde dan op het humeur van officiële lijstjesmakers.

Deze week is de legendarische voetballer Pelé met een lijst gekomen van 's werelds grootste, nog levende voetballers aller tijden. Een lijst met honderdtwintig namen. Waarom geen vijfhonderd? Hoezo van alle tijden en nog levend? FIFA-logica. Doden kun je nu eenmaal niet op een gala-avond vragen en daar was het de jubilerende FIFA met dat Pelé-lijstje om te doen. Uitpakken in tenue de soirée, in Londen uiteraard, want dan heb je David Beckham en Posh in de buurt.

Het lijstje van Pelé is de treurigste gatenkaas aller tijden. Om het zacht uit te drukken: incest-ranking van een ceremoniemeester van Mastercard. Nu weten we allemaal: objectiviteit is even grillig als het mysterie van geluk, maar je mag er toch van uitgaan dat een legende in het voetbal legendes herkent. Althans dat hij weet heeft van hun bestaan. Nee dus: Pelé is zijn artistieke alter ego's zorgvuldig uit de weg gegaan en heeft gezocht naar epigonen.

Dan kom je bij de gebroeders Van de Kerkhof terecht, bij René en Willy. Geweldige wijnhandelaren, maar als voetballers: stofzuigers. Zo skeletachtig in hun theatrale dynamiek dat ik altijd hoopte dat de trainer een trommeltje met broodjes bij de hand had. Ooit moet René, of Willy, in een nachtkroeg met Pelé doorgezakt zijn in de gezamenlijke euforie van een Cheval Blanc. De Braziliaan mocht niet betalen, maar de afspraak was dat hij de tweeling, bij gelegenheid, niet zou vergeten. Pats boem: René en Willy op de hoogte van Maradona, Cruijff en Puskas. Mastercard knikte dat het goed was.

Nog hilarischer in het lijstje van Pelé is de selectie van de Belgen: Jan Ceulemans, Jean-Marie Pfaff en Franky van der Elst. Bij de eerste twee kan ik mij nog een mondiale touch voorstellen, bij Van der Elst denk ik alleen aan parochiaal geneuzel. Misdienaar bij geboorte, jezuïet van roeping, voetballer zonder wreef. Zouden Franky en Pelé elkaar misschien een enkele keer ontmoet hebben in de catacomben van Opus Deï? Ik heb wel vaker gedacht dat de FIFA een mantelorganisatie is van geheime genootschappen, zoniet van brevierende accountants. Hoe dan ook, Paul van Himst en Wilfried van Moer mochten niet in de eer van Pelé delen. Zij bestaan niet op het wereldforum van de FIFA, terwijl ze nog steeds tot de levenden behoren, au grand complet zelfs.

Curieus is ook de nominatie van Clarence Seedorf. Een donkere jongen, dat wel, maar toch niet met het talent van Eusebio, Hagi, Diouf en Bobby Charlton, zou je denken. Meer praatjes dan vernuft in de zestien. Edoch: Seedorf is in de ogen van Pelé meer wereldvoetballer dan Piet Keizer en Willem van Hanegem – zij staan niet op de lijst. Van Rafael van der Vaart en Arjen Robben heeft de Braziliaanse peetvader van de FIFA uiteraard nog nooit gehoord. Hij had nochtans deze week in de Londense tabloïds kunnen lezen dat Robben een miljoenencontract heeft getekend bij Chelsea. Zowaar als koorknaap. Wat zei Harry van Raay? Harry zei: ,,Robben mag naar Londen om zaken te doen met Chelsea, maar hij moet wel 's avonds terug zijn.'' Robben was 's avonds braafjes terug. Dan heb je als FIFA een morele referentie in huis die veel goedmaakt in een tijd van zuipende, spuitende en verkrachtende voetballers. Het was Pelé even ontgaan, en Mastercard ook.

Ik hoor dat in Brazilië de burgeroorlog is losgebarsten. De publieke opinie neemt het niet dat Pelé de helden van zijn eigen generatie niet heeft opgenomen in de toplist van wereldvoetballers aller tijden. Didi en Vava, bijvoorbeeld, zijn weggezet als inboorlingen. Pelé als autoriteit van de natie, die met gezag en geweten kon spreken, heeft afgedaan.

Eindelijk, zou ik zeggen. Deze gesponsorde charlatan van de FIFA is al jarenlang een dissident van zichzelf, van zijn verleden en legende. Wat ik hem nooit zal vergeven is dat hij een lijst met wereldvoetballers heeft bezwangerd zonder Lev Yashin te noemen. Ja, Lev is dood, maar hij is in dit tijdperk van dodenakkers à la Van der Sar meer legende dan ooit. Yashin was een IJzeren Gordijn in z'n eentje. Donkerder dan Siberië in zijn présence. Ontoegankelijker dan het hele systeem van het Kremlin. Man met pet, maar wel de eerste Europeaan die soevereiniteit en gratie met elkaar wist te verbinden.