Multiculturele kluts van Shonibare

Zo gaat dat dus. De tentoonstelling van beelden en installaties van Yinka Shonibare, nu te zien in Museum Boijmans, gaat voor een belangrijk deel over het begrip `stereotype'. Dat woord hoor je niet veel meer, tegenwoordig. Dat komt ongetwijfeld doordat `stereotype' associaties oproept met de jaren zeventig, met bilknijpende homo's en negers die goed kunnen zingen en sporten. En dat soort clichés zijn we tegenwoordig wel voorbij – toch?

Want hoe `verlicht' we ook mogen wezen, het is opvallend dat veel van de donkere kunstenaars die de afgelopen jaren doorbraken, zo vaak worden aangesproken op hun `multiculturaliteit'. Of het nu Chris Ofili is of Kara Walker of Yinka Shonibare, altijd schijnt hun werk te moeten gaan over de worsteling tussen de culturen – en anders persen de galeries en musea het wel in die mal. Zo ook Museum Boijmans, dat samenvattend stelt dat Shonibares tentoonstelling ,,op speelse, humoristische en visueel overdonderde wijze belangrijke issues van de huidige multiculturele maatschappij aan de orde stelt''. Maar is dat wel zo?

Het vreemde aan die stelling is meteen al dat het leven van Shonibare zich juist aan dat cliché onttrekt. Shonibare werd hij in 1962 namelijk in Londen geboren en verhuisde pas op zijn derde naar Nigeria, waar hij juist een typisch Britse upper-class opvoeding kreeg. Pas toen hij begin jaren tachtig terugkeerde naar Londen werd hij kunstenaar, en begon werk te maken dat meestal als `een combinatie van westerse ideeën en niet-westerse vormentaal' wordt omschreven. Dat klopt wel zo'n beetje, maar in die clichématige omschrijving zit niet de verwarring verankerd die zijn werk oproept. Shonibares meeste installaties bestaan uit groepen etalagepoppen, altijd zonder hoofd, die gehuld zijn in jurken en pakken van `Dutch Wax' – een cruciaal element in Shonibares oeuvre. Dutch Wax, een vrolijke gekleurde stoffensoort met wilde patronen, werd zo'n honderdvijftig jaar geleden door Nederlanders naar Afrika geïmporteerd. Het werd al snel populair; daar kregen Engelse en Nederlandse textielproducenten lucht van en dus worden deze `typisch Afrikaanse stoffen' al weer vele decennia gemaakt en ontworpen door bedrijven in Helmond en Manchester. Tegelijk hullen veel Afrikanen zich erin als typisch voorbeeld van een `eigen' Afrikaanse identiteit. Dutch Wax is dus een multiculturele kluts van heb-ik-jou-daar.

Shonibare gebruikt dit Dutch Wax natuurlijk niet alleen omdat het er mooi uitziet. Het is vooral een statement van verwarring. Iedere keer als Shonibare het Dutch Wax gebruikt, zet hij als het ware een groot, kleurrijk vraagteken neer. Want waar staat die stof eigenlijk voor? Is het een symbool van `Afrikaanse identiteit', of vooral van westerse koopmansgeest? Juist door die stof zo prominent te gebruiken, blijven al die vragen als een zwaard van Damocles boven Shonibares werk hangen.

Maar dat is niet genoeg voor Shonibare, die deze cultuurkluts vervolgens op genadeloze, bijna wellustige wijze uitbuit. Zo zijn de jurken en pakken bij voorkeur van Victoriaanse snit, en dwingt hij zijn poppen in opstellingen die vrijelijk verwijzen naar allerlei ijkpunten uit de negentiende-eeuwse westerse cultuur. Het werk van de Brönte-zuster komt voorbij, Charles Dickens en in Boijmans hangt ook een prachtig beeld van een meisje op een schommel, dat is gemodelleerd naar een schilderij van de achttiende-eeuwse kunstenaar Fragonard. Maar ook zij draagt Dutch Wax en opnieuw heeft ze geen hoofd, waardoor ze eigenlijk in een soort cultureel vacuüm zweeft. En de toeschouwer, die blijft achter met de twijfel.

Zo weet Shonibare alle vooropgezette ideeën over multiculturaliteit effectief te ondergraven. Vooral die veelgeroemde vrolijkheid is uiteindelijk niet meer dan schone schijn, een lokaas om de toeschouwer te confronteren met tragischer kwesties: het verlies van identiteit bijvoorbeeld, of het verkopen van je ziel. Een indringend voorbeeld daarvan is de fotoserie die Shonibare maakte naar aanleiding van Oscar Wildes roman The Picture of Dorian Gray. In dat boek verkoopt een jonge man zijn ziel om eeuwige jeugd en schoonheid te behouden. Aan het einde sterft hij alsnog, lelijker dan ooit. In de foto's speelt Shonibare zelf Dorian Gray, en neemt daarbij zonder schroom ook het afzichtelijke `eindportret' voor zijn rekening.

Juist deze beelden, dit soort inzichten, doen beseffen dat Shonibare zichzelf niet spaart en dat er achter dat vrolijke decor wel andere emoties verscholen liggen. Onzekerheid, angst en verwarring vormen de ware kern van Shonibares werk – en dat is volkomen universeel. Dat blijkt ook in een installatie als Hound (2000). Op een kleine verhoging zien we drie levensgrote jagerspoppen (zonder hoofd) in strakke Dutch Wax-pakken. Voor hen uit lopen honden, met vuile en dreigende blikken in hun ogen. Aan de rand van het podium staat een vos. Die kijkt schichtig om zich heen. Ze hebben hem bijna. Hij kan nergens meer heen. En wie al even op de tentoonstelling heeft rondgelopen weet: die vos, dat is Shonibare zelf.

Tentoonstelling: Yinka Shonibare, Double Dutch. T/m 24 april in Museum Boijmans Van Beuningen, Museumpark 18-20, Rotterdam. Di t/m za 10-17u. Zo 11-17u. Inl: www.boijmans.nl