`Met preventief fouilleren spoor je illegale wapens niet op'

De reorganisatie die in 1994 begon bij de politie blijkt fataal voor de bestrijding van illegale vuurwapens, constateert Toine Spapens. Hij is onderzoeker bij de vakgroep strafrechtwetenschappen van de Universiteit van Tilburg. Samen Met zijn collega Bruinsma onderzocht hij onder meer het bezit en gebruik van illegale wapens in Nederland.

Door de keuze in de jaren negentig voor een meer generalistische politie zijn specialisten als de zedenpolitie en wapendeskundigen bij veel korpsen verdwenen. Weggereorganiseerd, zegt de onderzoeker. Spapens: ,,De politie moest dichterbij de mensen staan, de wijk in. Met als gevolg dat na enkele jaren in veel regio's weinig detailkennis meer aanwezig is over de wapens.''

De prioriteit bij politie en politiek heeft jarenlang gelegen bij drugsbestrijding, constateert Spapens. ,,Men zag vuurwapens als een afgeleide van de drugscriminaliteit. Als je die aanpakt, bestrijd je de wapens vanzelf, dacht men. Maar na enkele incidenten, zoals de neergeschoten leraar op die Haagse school, komt er nu weer aandacht voor vuurwapens.''

Welke kennis is verdwenen als gevolg van de reorganisatie bij de politie?

,,Veel agenten die wapens aantreffen na een misdrijf of bij een controle weten niet om te gaan met de informatie die ze tot hun beschikking hebben. Ze noteren alleen het merk en kaliber, terwijl een gespecialiseerde agent ook nog kan zien waar het wapen gemaakt is, in welk land het eventueel ooit geregistreerd is geweest, noem maar op. En daarmee kun je weer aanknopingspunten vinden voor de aanpak van de smokkel van en handel in wapens, en eventueel ook te weten komen wat er ooit met zo'n wapen is gedaan.''

Zijn daardoor misdrijven onopgelost gebleven?

,,Ongetwijfeld. Nu worden verdachten die zijn opgepakt met een illegaal vuurwapen vaak na zes uur heengezonden. Als agenten vragen hoe ze aan het wapen komen, zeggen ze: `gevonden in het park', of: `gekocht van een Surinamer'. Terwijl het wapen bijvoorbeeld is gestolen in Duitsland en er mogelijk een misdrijf mee is gepleegd. Goed recherchewerk bij vuurwapens vereist detailkennis. En een verdachte die een paar dagen vastzit, zal veel sneller geneigd zijn te vertellen waar hij het wapen echt heeft gekocht. Iemand die weet dat hij na een paar uurtjes weer buitenstaat houdt eerder zijn mond. ,, Hierdoor ontstaat een kennisachterstand bij de politie en kost het soms jaren voordat de politie een nieuwe ontwikkeling op het gebied van wapens in de gaten krijgt. Als je centraler zou werken, kan je een paar rechercheurs belasten met illegaal wapenbezit. Die kunnen dan collega's bijstaan met gedegen informatie.''

In de Randstad mag de politie preventief fouilleren.

,,Dat is geen oplossing als je wapens wilt opsporen. Er zijn niet zo veel mensen met wapens en zodra er preventieve fouilleringen zijn, weten ze meteen waar die plaatsvinden en laten ze hun wapens thuis. Mensen die bij deze acties worden opgepakt met wapens blijken vaak vreemdelingen van buiten de stad. Het voornaamste resultaat is dat wordt voorkomen dat mensen hun wapens meenemen, als ze uitgaan bijvoorbeeld. Of dat betekent dat ze de wapens thuislaten is onduidelijk. Misschien laten ze die achter in de auto. Mochten er problemen ontstaan, dan kunnen ze er alsnog snel bij.''

Sommige politieteams hebben straatteams.

,,Ongeveer vier jaar geleden hadden Amsterdam en Rotterdam veel last van straatroven. De politie vormde daarop een apart team, met heel veel aanhoudingen als gevolg. Daarop verkasten de criminelen naar het zuiden om hun zaakjes voort te zetten. Die jongens zijn zeer flexibel en mobiel. Dat verklaart de gestegen criminaliteit in Roermond en Heerlen. Echt weg zijn ze niet.''