Maandagen zijn geel

`A noir, E blanc, I rouge, U vert, O bleu: voyelles', schreef Rimbaud in zijn gedicht Voyelles, `Klinkers'. Persoonlijk ben ik het daar niet helemaal mee eens. A is overduidelijk rood, E vaag donkerblauw, I geel, U okergeel, O wit. En zo gaat het door. C geel, T groen. Het cijfer vier is rood, zeven paars. Blauwe maandagen? Onzin, maandagen zijn geel. Woensdagen, die zijn blauw.

Ik heb het hier over een heel milde vorm van synesthesie, en een van de meest voorkomende: het ervaren van kleuren bij woorden, cijfers of letters. Ze zwermen bepaald niet als een psychedelische hallucinatie over de bladzijden zodra ik iets lees; de waarneming gaat gepaard met een bepaald soort - haast onwillekeurige - concentratie. De kleuren blijven steeds hetzelfde door de jaren heen: 4 is altijd rood (maar het woord `rood' is weer overwegend wit, vanwege de o's).

Betekent dit nu dat we de dwangbuis en brancard maar moeten laten uitrukken, voor mijn eigen bestwil? Als je toneelschrijver en regisseur Frans Strijards moet geloven wel. Strijards heeft een toneelstuk geschreven dat op dit moment in het land is te zien, Ludmilla, en dat volgens hem over synesthesie gaat. Ik zal me hier verder niet uitlaten over de artistieke en dramatische verdiensten van het stuk. Maar heeft Strijards überhaupt wel enig idee van wat synesthesie eigenlijk is?

Op de website van Het Nationale Toneel wordt het stuk als volgt omschreven: ,,Al sinds haar tienerjaren is Ludmilla ziek. Ludmilla is een jonge kunstenares en staat onder behandeling van een psychiater. Haar zintuiglijke waarneming is grondig verstoord. Ze hoort kleuren en ziet geluid. Een syndroom dat bekend staat als synesthesie. De ene waarneming roept zonder aanleiding in de werkelijkheid de andere op, in een onbeheersbare keten. Maar ook de meest prachtige schilderijen zijn het gevolg van deze kwellingen van de geest.'' Ludmilla `lijdt' aan synesthesie, aldus Strijards, en dat maakt haar het leven onmogelijk. De noodzaak om een experimentele therapie in Amerika te ondergaan, als haar laatste redmiddel, is de rode draad van het toneelstuk.

Actrice Nanette Edens trilt, schokt en rolt met haar ogen als het bombardement van indrukken haar teveel wordt. Door haar aandoening, zo is de implicatie, is haar hoofd een dolgedraaide mallemolen. Ze heeft geen vat op haar eigen leven, op de werkelijkheid, kan niet communiceren met anderen, en loopt verward rond. In recensies van het toneelstuk werd dan ook al gesproken over synesthesie als geestesziekte en gedragsstoornis.

Waar in 's hemelsnaam te beginnen, om alle misverstanden recht te zetten? Allereerst, synesthesie is geen ziekte, maar een bijzonder neurologisch verschijnsel. Mensen met synesthesie (ongeveer één op de 2000) ervaren bij het prikkelen van één zintuig ook de gewaarwordingen van een of meerdere andere zintuigen. `Kleurhoren' komt het vaakste voor: bij tonen, muziek, cijfers of woorden `zie' je dan kleuren. Maar ook het samengaan van smaak, geur of beweging en kleur komt voor. Het is niet iets dat `toeslaat' in je tienerjaren; synestheten hebben zulke ervaringen al zo lang als zij zich dat kunnen herinneren. Die ervaringen zijn sterk persoonlijk, maar blijven wel constant, en zijn dus goed te testen. Ook is het effect in de hersenen te meten: wanneer synestheten woorden horen, wordt ook hun visuele centrum actief.

Geen enkele synestheet zal zijn ervaringen als een kwelling omschrijven, en veel kunstenaars, zoals Arcimboldo, Skriabin, Kandinsky en Nabokov, maakten gretig gebruik van deze plezierige eigenschap. Strijards verklaarde daarentegen in een interview in deze krant: ,,Je mag dat lot niet romantiseren, want dat lot is hard. Een geestelijke afwijking gaat altijd gepaard met verdriet en eenzaamheid.'' En vervolgens zei hij in de Volkskrant: ,,Het doet een beetje denken aan lobotomie waarbij bepaalde verbindingen in de hersens ontbreken of verkeerd aan elkaar zijn gemonteerd (-) Zo'n gehandicapte figuur beschikt niet over de faculteiten waarmee wij communiceren.''

Laten we dan eens te rade gaan bij de Canadese professor Daphne Maurer, die in Noorderlicht verklaarde dat alle baby's synestheet zijn. Bij pasgeborenen liggen er in de gebieden in de hersenschors waar zintuigelijke informatie verwerkt wordt veel meer verbindingen dan de mens nodig heeft. Een paar maanden na de geboorte verdwijnen doorgaans veel van die verbindingen, en daarmee ook de synesthesie, aldus Maurer. Eigenlijk zijn het dus de niet-synestheten die het meeste weghebben van lobotomie-patienten.

Waarom heeft Strijards niet gewoon zijn huiswerk gedaan? Het is natuurlijk zijn goed recht om zijn eigen ervaringen met ,,in elkaar overlopende werkelijkheden en dimensies” en spiegelende bushokjes, zoals hij het omschreef in het NRC-interview, te gebruiken als inspiratiebron voor een toneelstuk. En dat kan zeker een artistiek en dramatisch geslaagd resultaat opleveren. Maar waarom zou je het synesthesie noemen, en overgieten met een quasi-wetenschappelijk sausje?

Het lijkt erop dat synesthesie de laatste tijd weer helemaal in is. Er kwam al aandacht voor door de Noorderlicht-documentaire over het onderwerp, en vorig jaar haalde synesthesie-boek Astonishing Splashes of Colour, van Clare Morrall, de Booker-shortlist. Maar daarnaast is het nog altijd een relatief vaag, onbekend fenomeen, dat je bij uitstek voor je eigen artistieke karretje kunt spannen want het heeft

a) allerlei kunstzinnige associaties

b) de pikante suggestie dat er iets niet helemaal klopt in het hoofd van de synestheet.

En gestoorde vrouwen zijn nu eenmaal sinds jaar en dag een geliefd onderwerp van films en boeken (ongrijpbaar! onvoorspelbaar! ontembaar!), de ideale combinatie van lijdend slachtoffer en nobele wilde. Strijards Ludmilla, gepresenteerd als medische case study van synesthetische kwellingen, lijdt veeleer aan autistische en andersoortige psychiatrische stoornissen. Maar ja, een toneelstuk over een autistische vrouw, dat klinkt toch echt een stuk minder sexy.

De Nederlandse Synesthesie

Pagina: http://home-1.tiscali.nl/~cretien/

nlsynpag.htm