Column

Jordanees poetsen

Op reis. Vakantie? Nee, mijn dochters laten besnijden nu het nog kan. Op de terugweg in Frankrijk meldde ik me bij zo’n groen knipperende pharmacie. Ik zocht tandpasta en kon kiezen uit zeer verantwoorde en even dure tubes. De apotheker met zijn bijna montuurloze brilletje hield er een heel verhaal bij.

Mijn tanden werden witter, mijn tandvlees rozer en mijn adem een wilde, verfrissende oceaanbries. Atlantisch wel te verstaan. De prijs was zeven euro, maar dan had je ook wat. Ik kon ook nog kiezen uit andere wetenschappelijk geteste pasta’s. Op de verpakking stonden tekeningetjes waarmee werd uitgelegd wat de rommel allemaal met je gebit deed. Er werden vitaminen en kalk toegevoegd, de dreigende gaatjes sloten vanzelf en mijn bek zou meuren als een Zwitserse alpenweide. Ik kwam niet meer van hem af. Was ik nou maar gewoon de plaatselijke supermarché ingestapt om een simpele tube ziekenfondsprodent te scoren. Dan was ik overal van af geweest. Ik zwichtte voor deze Homais van Arles en liet mij voor negen euro vijftien iets op basis van macrobiotische diepzeealgen aanpraten.

Op dat moment bedacht ik dat ik ook aan een nieuwe borstel toe was. Ik kon weer kiezen. Van opgesteven dassenvacht tot Tsjechisch trollenschaamhaar dat niet alleen borstelde, maar ook weldadig masseerde. Ik wilde al die rotzooi niet. Ik wilde hard. Keihard. Doodgewoon nylon. En het liefst wilde ik een Jordan. Een ouderwetse Jordan. Die had je vroeger in soft, medium en hard. En in wel duizend kleuren. Vooral dat laatste was belangrijk. Een eigen kleur tandenborstel in het familiebekertje op de badkamer. Geen risico dat wie dan ook zijn gebit met de jouwe boende.

Vroeger kocht mijn moeder ze met tientallen tegelijk. Als je een nieuwe wilde liep je naar het laatje en pakte er een. Altijd Jordans. Harde geselende schrobborstels. Met scherpe Medinos tandpasta! Na een stevige poetspartij mocht je best een beetje bloeden. Lekker zelfs.

Ik praat nu over het pre-elektriektijdperk. Dat heb ik overigens altijd aanstellerij gevonden. Een elektrische tandenborstel. Wat een getut. De batterij het werk laten doen. Poetsen moet je. Hard en stevig! Elektrische tandenborstels hoorden bij rijke luisvriendjes in Laren en Blaricum. Echte mannen poetsen met de hand. Echte vrouwen trouwens ook!

Maar een aantal jaren geleden verdween de Jordan. Heel langzaam en onzeker, maar hij vertrok uit de schappen. Er was geen vraag meer naar, jokten de verkoopsters. De importeur had hem niet meer in zijn assortiment. Je zag er de meest rare borstels voor in de plaats komen. Met verende spiraalstelen, rubberen handgrepen voor een betere grip bij het poetsen en borstels met vreemde punten en kussentjes, zodat je de anders onbereikbare hoekjes ook schoon kon vegen. Prullen. Rotzooi! Ik smeekte de Albert Heijncaissières en de drogisterettes van De Trekpleister, de Etos en Het Kruidvat om me te helpen aan een oude vertrouwde Jordan. Ik schreef naar de importeur, mailde Ahold, De Bijenkorf, V&D en alle andere borstelboeren. Ik kreeg vage antwoorden. Dingen verdwijnen. Zo is het leven. Een flesje Joy of Perl is ook niet meer te krijgen.

Gisteravond stond ik in mijn Franse hotelbadkamer met een designborstel en een pasta die het midden hield tussen ansjovis, Dijonmosterd en bunzingoorsmeer. Kotsend probeerde ik er wat van te bakken. Kokhalzend smeerde ik de rommel met het ergonomisch verantwoorde zwabbertje op mijn gebit. Niks poetsen. Dweilen was het. Lappen. Sponsen. Zemen. De hele nacht slecht geslapen. Had het gevoel dat een kerkkoor van microben de Matthäus Passion op mijn kiezen repeteerde.

En vanaf nu pik ik het niet meer. Ik wil een Jordan. Een ouderwetse Jordan Hard!

Ik schreeuw het via de krant. Vraag de echte poetsers onder u om met mij mee te protesteren. Er moet een Jordan Actiegroep komen. Een patiëntenvereniging. Optochten! Terreur mag als de importeur weigert. Wij willen gewoon ouderwets borstelen. Hard en bloedig! Ik smeek om de terugkeer van de klasssieke, batterijloze Jordan! Poetsers aller landen verenigt u!