Jomanda en andere flauwekul

Jomanda is weer in het nieuws en meteen staat de telefoon rood gloeiend: Hoe staat het met de watertest? Vier jaar geleden heb ik in een televisie-uitzending van Het Zwarte Schaap beweerd dat de werking van ingestraald water goed te testen is met een simpele vergelijkende test (W&O, column 26/8/2000). Ik heb zelfs gewed om honderdduizend gulden dat die test negatief uit zou vallen. Sindsdien heb ik niet alleen veel haatpost gekregen, waarin mijn scepsis over de bovennatuurlijke gaven van Jomanda wordt gehekeld, maar ook veel navraag door serieuze journalisten: Is die watertest nu al uitgevoerd en wat is daar uitgekomen? Kennelijk staat er ergens op het wereldwijde web mijn naam achter Jomanda met als trait d'union de watertest, ook al is die test nooit uitgevoerd.

Meestal vraagt men echter niet naar de watertest, maar naar de waterproef. Ten onrechte, want een proef is het natuurlijk niet. Een proef wordt opgezet om uit te vinden hoe iets in elkaar steekt, iets dat wij nog niet weten. Wat er uit die watertest komt weet ik echter precies en dat geldt ook voor Jomanda, denk ik. Natuurwetenschappelijk staat vast dat het instralen van water door Jomanda geen effect kan hebben. Uiteraard betekent dat niet dat mensen geen baat zouden kunnen hebben bij dat water.

Wie denkt dat Jomanda bovennatuurlijke gaven bezit, wie gelooft dat zij met haar bovennatuurlijke krachten de eigenschappen van water kan veranderen, zal ook wel geloven dat zulk water helpt bij allerlei kwalen. En wie denkt dat een drankje helpt, wordt er meestal wel iets beter van. Ik heb ook nooit ontkend dat Jomanda met haar poespas een indrukwekkend placebo-effect kan bewerkstelligen. Ik heb alleen beweerd dat er geen chemisch verschil is tussen water dat door Jomanda is ingestraald en water dat niet van haar bovennatuurlijke gaven heeft mogen profiteren.

Ik weet dus hoe die watertest gaat uitpakken: als de test goed wordt opgezet zal er geen verschil zijn tussen het ingestraalde water en het controle-water. Voor mij is de watertest dus geen proef, alleen een poging om te laten zien dat wij tegenwoordig over goede methoden beschikken om de onwerkzaamheid van een geneesmiddel aan te tonen. Als Jomanda te goeder trouw is, geldt hetzelfde voor haar: wat er ook uit de watertest komt, zij zal ervan overtuigd blijven dat zij haar bovennatuurlijke gaven via bestraling aan water door kan geven en dat dit water daardoor geneeskracht heeft gekregen. Ook als een domme watertest, opgezet door een domme professor, dat niet zou aantonen, zal zij niet van haar geloof vallen.

We komen hier terug bij een principieel dilemma dat ik eerder heb besproken (W&O, column 5/4/2003): wat is het nut van een test waarvan de uitkomst vaststaat? Als geen effect wordt gevonden, bevestigt dit alleen wat ieder zinnig, ontwikkeld mens had verwacht. Als wel een effect wordt gevonden, is dat toeval en onherhaalbaar, of deugt de proefopzet niet. Ik heb hier eerder de stelling verdedigd dat het zinloos is om de werking te testen van klassieke homeopathische geneesmiddelen, waarbij het oorspronkelijke middel zover verdund is dat geen enkel molecuul meer in de oplossing aanwezig is (W&O, column 8/2/1996). Als een dergelijk middel zou werken, dat wil zeggen meer doen dan een placebo, zouden wij de hele natuurwetenschappelijke basis van onze kennis overboord moeten zetten. Geen zinnig mens is daartoe bereid.

De waterproef is dus geen proef in de zin dat er iets te onderzoeken valt, maar een demonstratietest. Ook dat is echter geen sinecure. De kans om driemaal achter elkaar met een zuivere dobbelsteen zes te gooien is niet groot, kleiner dan 1 procent, maar niemand zou willen beweren dat het onmogelijk is om toevallig drie keer zes te gooien. Zo'n watertest moet dus statistisch goed opgezet worden om er niet in te lopen en dat is niet makkelijk met een wazige wederpartij. Er zijn vrij veel cliënten van Jomanda voor nodig om de test uit te voeren en de proefopzet moet waterdicht zijn met een notaris en de hele rataplan. Dat is wel heel veel gedoe voor niks. Dat neemt niet weg dat ik zo'n test zou helpen uitvoeren, als daarvoor voldoende cliënten van Jomanda te vinden zijn. Er moet dan wel eerst volledige overeenstemming zijn over de opzet van de test en over de interpretatie van wat een positief resultaat is.

Ik zit er niet op te wachten en ik denk ook niet dat het er van zal komen. Alternatieve behandelwijzen ontlenen hun aantrekkingskracht mede aan het feit dat zij buiten het reguliere geneeskundige circuit rondzweven in de romantische schemer van het onbegrepene. Zij bestaan bij de gratie van het geloof van de patiënt. Gelovigen en hun hogepriesters zijn meestal niet te porren voor een prospectieve dubbelblinde beoordeling van geloofsartikelen.

Ik herinner mij nog goed de laatste poging om het Moerman-dieet aan een kritisch onderzoek te onderwerpen. Bij eerder onderzoek was geen enkele aanwijzing gevonden dat het Moerman-dieet enig therapeutisch effect had bij kanker, maar rond 1983 moest dat nog eens worden overgedaan. Ons parlement, dat altijd een fijn oor heeft gehad voor het gekerm van alternatieve genezers, had zo op een nieuw onderzoek aangedrongen, dat het Koningin Wilhelmina Fonds zich verplicht voelde om daar zijn kostbare centen aan te besteden. Ik zat in die tijd in de wetenschappelijke raad van het KWF en die raad moest zien een zinnig onderzoeksprotocol op te stellen. Dat was een frustrerende taak. Al gauw bleek dat met de Moerman-artsen geen land te bezeilen viel. Ze konden het over niets eens worden en aan het eind van het liedje konden ze zelfs de patiënten niet leveren voor een simpele test van het dieet. Dat is eens maar nooit weer, dacht iedereen die dit drama heeft meegemaakt. Ook de politiek had een lesje geleerd.

Het rapport over Sylvia Millecam heeft niet alleen Jomanda teruggehaald in de publiciteit, maar ook het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen er toe gebracht om de vergoeding voor homeopathische middelen aan de orde te stellen. Dat is niet louter een kostenkwestie, zoals ik van een huisarts heb geleerd. Verzekeraars bieden op grote schaal polissen aan, waarin ook schertsmiddelen vergoed worden. Daar lijkt niets tegen – als mensen voor schertsmiddelen willen betalen dan moeten ze dat maar doen – maar er zit een addertje onder het gras. Schertsmiddelen worden alleen vergoed als ze worden voorgeschreven door een serieuze dokter. De huisarts kan er dus moeilijk aan ontkomen om een recept te ondertekenen voor een homeopathisch middel, waarvan zij weet dat het flauwekul is. Dat is onwenselijk in een beschaafd land. Middelen waarvan de werkzaamheid niet is aangetoond, of waarvan is aangetoond dat ze niet werkzaam zijn, horen bij de drogist, niet bij de apotheker, en horen niet door serieuze dokters te worden voorgeschreven.