Ik van buiten

Wetenschappelijk gezien zit de uittredingservaring ergens tussen neurobiologie en mystiek. Het ontstaat door verstoring van het lichaamsbeeld.

Wie moeite doet, vindt vrij gemakkelijk iemand die wel eens een uittreding heeft beleefd. Want uit de meeste onderzoeken blijkt dat tien tot twintig procent van de bevolking zo'n out-of-body-experience (OBE) is overkomen – meestal één keer in zijn of haar leven. Een OBE is een ervaring waarbij een persoon de wereld van buiten zijn eigen lichaam lijkt te bekijken. Het voelt alsof de geest het lichaam heeft verlaten. Of dat zo is, is natuurlijk de vraag, maar traditioneel geldt de uittreding als belangrijk bewijs dat de ziel los van het lichaam kan bestaan.

Wetenschappelijk gezien bevindt de uittredingservaring zich `in een verwaarloosde positie tussen neurobiologie en mystiek', zo schrijft een Zwitsers team van neurologen in het februarinummer van neurotijdschrift Brain. Populaire publicaties zijn er genoeg, met het Amerikaanse doe-het-zelf-boek Have An Out-Of-Body Experience in 30 Days als opmerkelijk hoogtepunt. Maar `systematische neurologische studies van OBE en AS [autoscopie, zie kader] zijn zeldzaam en er is geen breed geaccepteerde theorie over de achterliggende mechanismen', schrijven de Zwitsers onder leiding van Olaf Blanke van het Universiteitsziekenhuis van Genève. Terwijl er de laatste jaren op het gebied van verwante stoornissen in het lichaamsbeeld, zoals fantoompijn of de vaste overtuiging te beschikken over een derde arm, toch redelijke neurologische vooruitgang is geboekt, vooral door onderzoek naar de wijze waarop het brein het eigen lichaam in kaart brengt. De Zwitsers zijn vastbesloten ook de studie van OBE's neurologisch aan te pakken.

verstoring

In ieder geval maken ze een mooi begin met onderzoek aan zes neurologische patiënten (vijf epileptici en één migrainepatient met een klein herseninfarct) die herhaaldelijk uittredingservaringen hadden. Op grond van hersenscans, elektrische prikkeling van de hersenen en analyse van de verhalen van de patiënten concluderen zij dat de oorsprong van de ervaring is gelegen in een verstoring van een klein hersengebiedje: de pariëtaal-temporale junctie, op de grens tussen de pariëtale cortex (zo ongeveer bovenop de hersenen) en de temporale cortex (aan de zijkant van het hoofd). Dat gebied speelt niet alleen een centrale rol in de verwerking van informatie uit het evenwichtsorgaan, maar ook in de vorming van het lichaamsbeeld: de (grotendeels onbewuste) representatie in het brein van de positie van het lichaam en van de verschillende lichaamsdelen. Dit complexe beeld wordt opgebouwd uit allerlei bronnen: interne informatie over spierspanning en dergelijke, visuele informatie maar ook uit gegevens uit het evenwichtsorgaan en het tastorgaan. Als de integratie en zorgvuldige afweging van deze verschillende informatiebronnen verstoord is, kan het brein dit probleem niet anders `oplossen' dan door te veronderstellen dat het lichaam zich kennelijk ergens anders bevindt.

Voorlopige conclusies op grond van de analyse van één patiënt publiceerden de Zwitsers anderhalf jaar geleden al in Nature (19 sept. 2002). Bij deze vrouw werden tijdens een hersenoperatie allerlei hersendelen elektrisch geprikkeld om er achter te komen waar het brandpunt van haar ernstige epileptische aanvallen zich bevond. Tot ieders verrassing kreeg zij accuut een uittreding wanneer de chirurg de pariëtaal-temporale junctie prikkelde. Ze had nog nooit eerder een OBE gehad. Bij dergelijke operaties is de patiënt bij het volle bewustzijn.

De lokalisatie sluit aan bij eerdere sporadische onderzoeken, onder andere door een hersenchirurg die in de jaren dertig de temporaal kwab prikkelde en onverwacht een OBE opriep. `Oh God!' riep zijn patiënt, `ik verlaat mijn lichaam'. Maar de huidige lokalisatie is veel preciezer. Tot nu toe werd de lokalisatie dus zo ongeveer in de temporale cortex gezocht, ook omdat OBE's en andere mystieke ervaringen relatief vaak voorkomen bij epileptici met aanvallen in dat gebied. Volgens de Canadese neuroloog Michael Persinger is de temporaal kwab verantwoordelijk voor àlle religieuze en mystieke ervaringen – een niet onomstreden theorie.

Dat een verstoorde integratie van verschillende informatiebronnen curieuze effecten kan hebben op de waarneming, is ook bekend van andere neurologische verschijnselen. In een uiterst lovend editorial in Brain bij het OBE-verhaal beschrijft de Britse neuroloog Chris Frith bij wijze van voorbeeld hoe onlangs ook het Capras-syndroom ontrafeld is. Daarbij denkt de patiënt dat zijn vrienden en familieleden vervangen zijn door (al dan niet buitenaardse) dubbelgangers. In 2001 is geconstateerd dat dit angstaanjagende effect ontstaat omdat de lijders aan dit syndroom (door een beschadiging van de amygdala) niet langer in staat zijn emotionele gevoelens bij de herkenning van een gezicht te ervaren. Verder is hun emotionele systeem wel intact. Ze herkennen de gezichten van hun vrienden en familieleden zonder enig probleem, maar omdat de (grotendeels onbewuste) emotionele kleuring van die herkenning plotseling ontbreekt, komen de Capras-lijders tot de bijna onvermijdelijke conclusie dat het hier dus om iemand anders moet gaan: een oplichter of erger. Bij een ander syndroom bleek de integratie tussen de intentie een lichaamsdeel te bewegen en de ervaring van de daadwerkelijke beweging fout te lopen. Die integratie verloopt meestal feilloos (daarom kan ook niemand zichzelf kietelen, aldus Frith), maar als het – door een storing in de parietale cortex – misgaat, gaan mensen hun bewegingen ervaren alsof ze veroorzaakt worden door externe krachten.

lichaamsbeeld

De OBE's van de onderzochte patiënten weken niet af van wat bekend is van de dezelfde ervaringen bij gezonde mensen. Het vermoeden is dan ook dat ook bij `normale' gevallen iets misgaat in de integratie van het lichaamsbeeld in de pariëtaal-temporale junctie. Waarom dit bij 10 tot 20 procent van de bevolking tenminste één keer in het leven gebeurt, verklaren de Zwitsers overigens niet. Wel memoreert Frith dat visuele hallucinaties sowieso relatief vaak voorkomen bij verder gezonde mensen. De op dit gebied waarschijnlijk grootste enquête ooit, het Britse `Report on the Census of Hallucinations' uit 1894 (waarbij 17.000 mensen werden ondervraagd over hun visioenen èn onderzocht op hun geestelijke gezondheid), wees uit dat tien procent wel eens een hallucinatie heeft ervaren. Een gevoel van uittreding maakt overigens ook vaak deel uit van de zogenoemde bijna-doodervaring, die volgens een recent onderzoek door de Arnhemse cardioloog P. van Lommel voorkomt bij maar liefst 18 procent van de na een hartaanval gereanimeerde patienten (Lancet, 15 december 2001).

Neurologisch mag het onderzoek aan uittredingen in de kinderschoenen staan, aan het vóórkomen van OBE's is in de loop der jaren regelmatig onderzoek gedaan. Een OBE kan bijna overal voorkomen, zo blijkt: wandelend op straat, zittend in een stoel of zelfs tijdens het besturen van een auto. Maar de meeste OBE's gebeuren tijdens ontspanning en vrijwel altijd tijdens verminderde zintuigelijke waarneming, zo schrijft de psychologe Susan Blackmore in haar recente overzichtswerk Consciousness. An introduction (Hodder & Stoughton 2003). Een ander kenmerk van OBE is dat de `OBE'-ers' later melden dat de ervaring heel reëel is, zo niet zelfs reëler dan normaal. Het heeft niets van een droomervaring. Vaak heeft de OBE ook een sterk, meestal positief effect op iemands levenshouding, aldus Blackmore, onder meer door vermindering van de doodsangst. Sommige mensen rapporteren heel veel OBE's, meestal tijdens hun jeugd en een enkeling kan de ervaring zelfs bewust oproepen, maar meestal is het eenmalig. Er is tot nu toe geen verband gevonden met psychiatrische afwijkingen of andere bijzondere kenmerken, zoals leeftijd, sekse, opleidingsniveau of godsdienstigheid. Hoewel sommige boeken anders beloven, is het heel moeilijk om een OBE op te roepen – behalve door gebruik van psychedelische drugs als mescaline en LSD (en een elektrische prikkel op de juiste locatie).

Blackmore heeft in de jaren zeventig en tachtig veel onderzoek gedaan aan OBE, mede naar aanleiding van een eigen OBE-ervaring die zij kreeg aan het begin van haar psychologiestudie in Oxford (uitvoerig beschreven in haar autobiografie In search of the light. The adventures of a parapsychologist Prometheus Books 1986/1996). Aanvankelijk geloofde ze dat tijdens een OBE de geest daadwerkelijk het lichaam kon verlaten, maar ze kon er geen enkel bewijs voor vinden. Befaamde `bewijzen' bleken bij nadere beschouwing vederlicht. Zoals dat van mejuffrouw Z. die, slapend in een laboratorium waar haar hersenactiviteit met een EEG werd geregistreerd, de code bovenop een hoge plank in haar kamer correct wist te raden. Helaas bleek precies op het moment dat zij beweerde haar uittreding te hebben het EEG te zijn verstoord, zodat altijd het vermoeden zal blijven bestaan dat zij gewoon op haar bed is gaan staan om te kijken. Niemand heeft het experiment ooit met succes kunnen herhalen.

Ook heeft Blackmore jarenlang een (wisselende) code en een voorwerp in haar keuken opgehangen (bijvoorbeeld `34802 CAT' en een doosje lucifers). Maar geen van de haar bekende mensen die zeiden uit hun lichaam te kunnen treden, hebben dit ooit gezien. Haar eigen conclusies zijn verwant aan die van de Zwitsers. `OBE's treden vaak op wanneer de zintuiglijke waarneming sterk afneemt of genegeerd wordt. Onder die omstandigheden wordt het model van de werkelijkheid verstoord en probeert het brein automatisch een nieuw model te creëren op basis van herinneringen en fantasie. En dat kan best een panoramisch beeld vanaf een afstandje (birds-eye view) zijn. Dat is ook de vorm waarin veel beelden worden opgeslagen', zo schrijft Blackmore in In search of the light.

Maar of de beginnende ontrafeling van het neurologisch mechanisme achter de OBE het debat over het bestaan van de ziel zal beslissen, valt te betwijfelen. Toen de bijna-doodervaringonderzoeker Melvyn Morse ooit meende dat deze ervaringen ontstonden in de Sylvaanse fissuur (een hersengroeve die zo ongeveer eindigt bij de pariëtaal-temporale junctie) concludeerde deze kinderarts onmiddellijk dat zich daar kennelijk de zetel bevindt van de ziel: `de plaats waar de materiële en spirituele wereld bij elkaar komen', zo meldt Blackmore.

Gerectificeerd

Capgras, kadabba, gamma

In de W&O-bijlage van vorige week (6 maart) zijn in twee stukken namen verkeerd gespeld en in een andere twee soorten straling verwisseld.

In het artikel over uittredingen (`Ik van buiten') wordt gesproken over het `Capras-syndroom', waarbij mensen denken dat hun vrienden en familieleden vervangen zijn door dubbelgangers. De juiste naam is Capgras-syndroom.