Het einde van de allochtoon

De multiculturalisten zijn wanhopig op zoek naar een gelegenheid, naar een onbewaakt ogenblik, om in opstand te komen. Misschien hebben ze een Lenin nodig, de legendarische leider van de staatsgreep van een minderheid die zich valselijk voordeed als meerderheid. Gelukkig missen onze multiculturalisten de gaven van deze geweldenaar. Het gemor van deze bedreigde dieren is één oorverdovende klaagzang over het gevaar van integratie en de burgerschap.

De gelegenheidscoalitie van de multiculturalisten is kleurrijk. Zij omvat sektarische sociaal-democraten, postmodernisten, antropologen, allochtonologen, de wetenschappelijke staf van de failliete multiculturele onderzoeksindustrie, islamitische stafleden van GroenLinks en de PvdA, en ten slotte werkloze hulpverleners. Ze schreeuwen moord en brand. Hún allochtonen, hún tolerante samenleving, hún tolerante geschiedenis worden met uitroeiing bedreigd.

Wie zijn dat, die `gevaarlijke' anti-multiculturalisten? Laten we hun uitspraken eens nader bekijken.

,,Laten we om te beginnen eens afstappen van de opvatting dat het verwerpen van de multiculturele samenleving automatisch het afwijzen van de ander, van de nieuwkomer of allochtoon betekent.

Dat is een perfide beschuldiging die het wezenlijke verschil tussen multicultureel en multi-etnisch niet wil erkennen en alleen maar dient om het debat om zeep te helpen.'' (Abel Herzberglezing 2003, getiteld De multiculturele desintegratie, uitgesproken door Sylvain Ephimenco)

,,Wij verlangen niet van immigranten dat zij onvoorwaardelijk alle gewoontes, waarden en kenmerken van Nederlanders overnemen. Zelf zijn wij wellicht trots op onze soberheid, eerlijkheid en vrijzinnigheid, maar op buitenlanders en binnenkomers komen deze eigenschappen vaak over als zuinigheid, botheid en zedeloosheid. Evenmin zal iemand en een liberaal zeker niet aan immigranten Hollandse eet- en kleedgewoontes willen opleggen. Daarover moet de discussie niet gaan.'' (Beleidsnotitie Integratie van niet-westerse migranten in Nederland, Tweede-Kamerfractie VVD).

,,Integratie is assimilatie met behoud van de grondrechten die een individueel domein afbakenen waarin staat en samenleving niet mogen interveniëren. [...] Het enige wat zij moeten doen, is zich conformeren aan enkele verlichtingsidealen met een universele strekking. Integratie moet gericht zijn op de productie van de Civis Mundi: de moderne wereldburger.'' (Paul Cliteur in zijn boek Tegen de decadentie: De democratische rechtsstaat in verval).

Deze citaten tonen in ieder geval aan hoe vergezocht en oneerlijk de verwijten zijn van de multiculturalisten, die krijsend rouwen om het naderende einde van de multiculturele orde in feite een apartheidsorde. Met het verdwijnen van het multiculturalisme verdwijnt ook langzamerhand de allochtoon. Die wordt gewoon een Nederlander die zich van de ketens van kudde, onderdrukking, tribale goden en tradities heeft losgemaakt. Daarom: weg met `de allochtoon'.

De geciteerde auteurs durven hun nek uit te steken voor de liberale westerse rechtscultuur. Essentieel onderdeel hiervan is het streven naar rechtsvrede, waarin iedereen het democratische rechtssysteem aanvaardt. De ruggengraat van dit systeem zijn de burgers. Niet louter onderdanen, maar mondige, onafhankelijke personen die in alle vrijheid de wetten en ongeschreven beginselen respecteren en nakomen. Kinderen van wie de voorouders sinds mensenheugenis in een land wonen, worden geboren als burger binnen het bestaande recht. Binnen een burgerlijke samenleving komt zo in principe met elke geboorte een maatschappelijk integratieproces op gang. Opvoeding en onderwijs zijn gericht op voltooiing van dit proces. Integratie is zo allesbehalve een particulier proces. Het kan zich immers alleen voltrekken in de publieke ruimte, die van politiek, recht en moraal.

De geïntegreerde mens die eerst nieuwkomer was maar zich welbewust tot de burger van een andere staat heeft ontwikkeld, neemt in principe afstand van zijn staat van herkomst en van de publieke ruimte daarvan. Elke staat, dus ook de liberale rechtsstaat, kan nooit en te nimmer zonder een historisch af te bakenen eenheid. De rechtsstatelijke eenheid is juist de waarborg voor een vreedzame samenleving waarin de verdeeldheid en veelheid nooit mogen worden uitgebannen.

Liberalen bekommeren zich precies op grond van de genoemde beginselen om de integratie van de nieuwkomers. Velen denken dat `liberaal' synoniem is aan `onverschillig'. Maar historische liberale figuren als Thorbecke hebben juist gestreden voor de voorwaarden van een liberale samenleving, met zijn constitutionele revolutie die burgerschap mogelijk moest maken, het wezen van een liberale samenleving.

Maar het liberale, de liberale rechtsstaat (niet te verwarren met het liberalisme), is niet het exclusieve domein van een bepaalde partij. Het is de ziel van een vrije samenleving. Daarom mag integratie ook niet beschouwd worden als een partijpolitieke belangenstrijd. Het gaat tenslotte om het wezen van deze samenleving. Alle partijen moeten integratie daarom benaderen als een nationaal vraagstuk. Zo is de integratienotitie van de VVD niet ver verwijderd van de opvattingen van de PvdA-denker Paul Scheffer of van de analyses van de SP-voorman Jan Marijnissen. Ook binnen het CDA, D66 of LPF zie je een convergentie van denken.

Dat VVD'ers eerder dan anderen het integratievraagstuk op de politieke agenda hebben gezet, moet niet als een belemmering worden beschouwd bij de nationale aanpak ervan. De liberalen zijn nu eenmaal eerder dan anderen gevoelig voor de krachten die de individuele vrijheid en autonomie bedreigen. Terug naar de wortels van burgerschap impliceert enerzijds een reële nadruk op de begrippen burgerrechten en burgerplichten en verwijst anderzijds naar een rechtsstatelijke eenheid binnen een afgebakende geschiedenis.

De monoculturele rechtsorde, onze onvervreemdbare rechtsstaat, namelijk Nederland, moet nu op de chaos en puinhopen van het multiculturele intermezzo bouwen aan de rechtsvrede.