Hbo en Leijnse

Ik ben het principieel oneens met wat de heer Leijnse van de hbo-raad zegt in het interview door Mark Duursma (`Altijd dat misselijkmakende onderscheid', W&O 7 febr). Verschillen tussen hoger beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderwijs zijn er en moeten ook blijven bestaan.

Ik heb zowel een HTS-diploma (weg- en waterbouw van de MTS te Utrecht dd. 1951) als een ingenieursdiploma (TU te Delft - civiel van de TH dd. 1963). Bovendien was ik 12 jaar docent aan de HTS in Den Haag (1958-1970). In mijn studietijd en ook nu nog liggen de verschillen in de diepgang van in het bijzonder de theoretische basisvakken: de wiskunde, de toegepaste mechanica, de hydraulica en de grondmechanica. En dat betekent een verschil in het analytisch leren denken en de wijze van het aanpakken en het oplossen van nog onbekende problemen. Op de HTS ligt het zwaartepunt meer in het leren construeren, volgens de geldende ingewikkelde voorschriften. Als ik dat vergelijk met de TU, was de HTS daar zelfs beter in. Op ingenieursbureaus zijn het dan ook vooral de HTS-ers die dat belangrijke werk doen.

Examenwerk wordt veelal in groepen van bijvoorbeeld 4 studenten verricht, zodat niemand weet wie de geestelijke vader of moeder van het resultaat is. De schaalvergroting bij het HBO-onderwijs haalt aldus het niveau naar beneden.